De put aan de Boniverlei
- Erik Laforce

- 5 dagen geleden
- 9 minuten om te lezen
De aanleiding
Een bezoeker van het Historisch Archief stuurde ons een mail waarin hij vroeg wat we wisten van de put gelegen tussen Lentelei, Hagedoornlei en Boniverlei.
Het digitale hoogtemodel – een reliëfkaart – van de Vlaamse Gemeenschap (zie website Geopunt Vlaanderen) met daarop het stratenplan geeft duidelijk aan waar het hier om gaat: een driehoekige put met middenin nog een ronde verdieping, waarschijnlijk van een vijver.

Hierbij ook twee foto’s: één genomen van op elke kant langs de Boniverlei. Op de foto’s is het standpunt aangegeven van waaruit ze getrokken zijn. De blauwe lijnen geven de zichthoek weer.
Dit perceel ligt zowat 2 meter onder het niveau van de Boniverlei. Er staat een afdak/stal op en in de put staat een woning tegen de achterzijde van de huizen in de Hagedoornlei.
Op vrijdag 15 juni 2022 werd er kort na de middag brand opgemerkt in dat huis dat men “een kraakpand aan de Boniverlei” noemde in het nieuws. Het gebouw brandde uit en is volledig onbewoonbaar.



De vraag is dus: is dit een put of werden de Boniverlei, de Lentelei en de Hagedoornlei (vroeger genoemd Buyseghemlei) verhoogd aangelegd?
Om dit uit te zoeken, moeten we terug in de geschiedenis. Als we weten wanneer het huis in de put gebouwd is, weten we dat de put ouder is.
Wanneer werd het huis gebouwd
Oorsprong van het perceel
Van het plan van Geopunt Vlaanderen lezen we dat de percelen waarover het hier gaat behoren tot sectie B, primitief perceel 120.
Daarom gaan we kijken in de index van (Popp), met tabellen. Daar lezen we dat dit perceel B120 (rond 1870) eigendom was van de echtgenote van Frederik-Jozef, baron de Gilman du Bois de Zevenbergen, rentenier uit Ranst.

Perceel B120 is 4730 m² groot en wordt in 1875 deels verkocht aan de “Maatschappij voor het maken van de IJzeren Wegen” en samengevoegd met delen van B118 en B119 (die grotendeels aan de andere zijde van de spoorweg liggen) tot B120A met 6050 m² oppervlakte.
We moeten ons afvragen waarom de maatschappij dit volledige stuk kocht en niet enkel de grond die in het tracé van de spoorbaan lag, zoals bij de andere percelen. We kunnen hierbij veronderstellen dat de maatschappij deze grond heeft gebruikt als groeve om de ophoging tussen deze plaats en Kontich te realiseren.
De maatschappij verkoopt in 1882 het perceel aan Hendrik Janssens-CALLENS, meubelmaker uit Kontich, die op zijn beurt verkoopt aan Fernandus BEYTS-DIELEN, signaalwachter uit Mortsel, in 1888.
Daarbij komt een aanpassing van de grens met de spoorweg, een winst van 250 m² tot perceel B120B, 6300m² groot.
Bouw van de woning

In 1901 koopt Lodewijk VONCKX, werkman uit Hove, het perceel. VONCKX bouwt er in 1902 een woning op (B120D, 100 m² met inbegrip van de weg voor het huis) dus rest een bouwland van 6200 m² (B120C). Het huis ligt aan de noordzijde van het perceel, tegen de landweg die daar al in 1875 aangegeven is, namelijk de verlenging van de Putstraat, die door de spoorweg onderbroken was. De woning is 9,3 m breed en 8,2 m diep, met adres Putstraat 87. Waarschijnlijk komt hij er in de loop van 1903 wonen, want op de kadastrale legger is “Hove” doorstreept en vervangen door “Edegem”. De woning was daar dus lang voor er huizen in de Hagendoornlei (ex Buizegemlei) waren.

In 1912 vergroot VONCKX zijn woning (B120G tot 175 m²) en bouwt hij broeikassen (B120F, 535 m²). Daarbij rest hem 5590 m² bouwland (B120E).
In 1916 is er een grenscorrectie met B122i2 (bouwgrond aan de Buizegemlei/Hagedoornlei), waardoor het bouwland B120E 140 m² kleiner wordt (wordt dan perceel B120H). In 1917 is zijn hele eigendom 6160 m².

Na 1920 beschikken we niet over de kadastrale leggers, maar er is een schets in 1920 waarbij de grote serres gereduceerd worden tot een klein gebouw van ca. 4 m x
6,5 m (B120i) met bouwland B120K. We vinden dit ook terug op de opmetingsplannen van ir. Mennes uit 1923.
In 1923 merken we al vast dat de Buizegemlei op de plannen staat, maar er is nog geen bebouwing op de gronden die in 1914 aan de NV “EDEGEM EXTENSION” werden overgedragen. Het zal nog tot 1925 duren voor er huizen aan de zuidzijde van deze straat komen.

Latere en laatste bewoners

We zijn uiteraard nieuwsgierig naar de latere bewoners. Details hierover zijn te vinden op de Facebookpagina “Villa Baro” van urban explorer Frederik Juan Janssens, die de verlaten woning in 2020 en later bezocht en foto’s van de woning en van aanwezige documenten en foto’s op Facebook heeft gepubliceerd. Ik heb deze informatie aangevuld met genealogische informatie van Geneanet, uit het HAE en het Rijksarchief.
Jan Frans BAL (Berchem 1863 - Edegem 12 juni 1935) is in 1891 gehuwd te Berchem met Louisa VAN LIER (Hove 1869 - Edegem 17 maart 1953). Hij woont in 1927 in het “Café de la Station” op de Hovestraat 134 aan de spoorweg. Jan Frans is er herbergier en timmerman (zie de foto met zijn naam op de gevel). Zij hebben een zoon Louis (1903) en dochters Theresia (1892), Josepha (1893-1978), Marie Louise (1897), Irma (1901) en Elisabeth (1905-1985). Dochter Irma Rosalia Frederika BAL huwt in 1925 in Berchem met Alfred Servais BARO (Antwerpen 17-10-1901 - Leuven 22-10-1975). Alfred BARO was de zoon van Petrus Johan BARO en Josephine Maria VAN LOOVEREN, die in 1899 huwden te Zoersel. Alfred is volgens zijn huwelijksakte “masseerder”, net zoals zijn vader.


Zij hebben een dochter, Denise Josephine BARO (Berchem 10 feb 1926 – ca. 2007).
Vanaf 1934 wonen Jan BAL, echtgenote en (sommige) kinderen in de Hagedoornlei 21. Dat is dan het nieuwe adres van de woning in de put (later wordt het Boniverlei 83). Een jaar later overlijdt Jan, en blijft zijn weduwe er wonen.
Aan de foto’s van Alfred BARO te zien, woonde hij met vrouw en dochter bij de schoonmoeder in de jaren 50, voor die in 1953 overleed.
Uit het rouwprentje van Alfred BARO uit 1975 weten we dat hij oud-strijder 1940-45 was. We lezen er ook dat dochter Denise BARO met Gilbert HUFKENS gehuwd is en dat zij een zoon hebben. Uit de foto’s van Frederik Janssens blijkt ook dat hij een radioamateur was en een fotograaf was. Irma Baro-Bal overlijdt op 24 mei 1979.

Vanaf dan staat de woning meestal leeg. Een buurman herinnert zich dat de eigenaars (Denise Baro en haar man, die in het Brusselse woonden) er in het weekend kwamen. Ze hielden er hanen en ganzen tot ergens in de jaren 1990.
In 2000 zijn zij beiden afgevaardigd beheerder van de SA INDUS PROMO in Brussel. We vernemen hun overlijden in 2007 door een gepubliceerd verslag van een algemene vergadering waarin hun opvolging wordt geregeld.

Sindsdien werd enkel het huis verkocht, bedoeld voor afbraak en nieuwbouw. De grond is nog eigendom van de zoon van het echtpaar.
Oude kaarten

Op de stafkaart van 1879 staat er geen hoogteverschil aangegeven. De vraag is hierbij hoe recent de opmeting is. In de metadata over deze kaart staat vermeld: “Eerste kaart die op het terrein werd opgemeten en gewaterpast door de officieren van het Krijgsdepot, van 1860 tot 1873”. Het is dus goed mogelijk dat de wijzigingen op het terrein van 1875 niet opgenomen zijn. In 1878 zijn er wel aanvullingen gebeurd en heeft men de spoorweg getekend.
Op de stafkaart van 1881-1904 staat de inzinking duidelijk aangegeven. In de driehoek lopen er taludlijntjes van buiten naar binnen, wat erop wijst dat de driehoek lager ligt dan de omgeving. Het bovenste stuk wordt voorgesteld als een boomgaard en de woning staat eveneens aangegeven, wat betekent dat de kaart inderdaad tot 1904 is bijgewerkt.
De spoorbaan
Waarom zou men een put graven? Had men wel zoveel grond nodig voor de spoorbaan? We kunnen dit uitrekenen!
Hellingen
De spoorbaan tussen de stations van Kontich en Edegem volgt het terrein niet overal. Soms ligt de spoorbaan in een uitgraving, maar vooral in de vallei van de Edegemse Beek ligt het spoor op een berm.
Om meer te weten, stak ik mijn licht op bij Jef Van Olmen, die onderzoek doet naar de spoorlijnen naar Antwerpen-Zuid. Die vond in de ‘Carnet de Marches-types’ van de spoorlijnen in België in 1914 terug dat de spoorlijn in de richting van Oude-God na Kontich-Dorp daalt met een hellingsgraad van 6 promille en daarna terug stijgt met eenzelfde hellingsgraad tot Edegem. Daarvoor was een aanzienlijke ophoging nodig, want de Kontichstraat kreeg een helling om de spoorweg over te steken.
Van Olmen verwijst ook naar Van Passen (blz. 807) die zijn vader citeert.

Grondverzet
De hoogte van het terrein zetten we uit langs de spoorbaan (blauwe lijn). We zoeken de punten waar een uitgraving in een ophoging overgaat en waar dus het spoor even hoog ligt als het terrein, zowel bij Kontich als kant Edegem (verticale groene lijnen). Vanuit die punten zetten we de hellingen van 6 promille uit, zowel in dalende als stijgende richting (groene lijnen). Nabij de kruising met de Kontichstraat komen we ongeveer op dezelfde hoogte uit.

Aan de hand van de veronderstelling dat de spoorbaan bovenaan 9 m breed is met taluds van vier kwart (45 graden), kan het grondverzet benaderd berekend worden. Daaruit blijkt dat er flink wat grond nodig was:
op de Edegemse helling had men 19.600 m³ nodig;
op het Kontichse helling had men 24.000 m³ nodig;
de put van ca 6050 m² en ca 2 m diep zou amper een kwart van het grondverzet hebben geleverd. Wellicht zijn er nog andere putten gemaakt;
de ophoging aan de Kontichstraat was bijna 3 meter hoog.
Kruising met Kontichstraat
De helling van de Kontichstraat kunnen we ook afleiden uit de kadasterschets.

Van de percelen langs de Kontichstraat worden in Edegem aan beide zijden van de straat driehoekige stukken onteigend, 60 m lang en 4 m breed (de verdere delen liggen op grondgebied Kontich). De hoogte van het terrein aan het begin van de helling is ca 12,5 m, dus naar een niveau van ca 15 m moet een hoogte van 2,5 m overwonnen worden. Over een afstand van 90 m tot de kruising met de spoorweg is dat bijna 3 procent stijging, wat voor paard en kar toch wel een inspanning is.
Bij Van Passen (blz. 804) wordt een klacht van de gemeente bij de gouverneur vermeld over de twee "stijghellingen" waarmee de mooie en pas in 1868 vernieuwde Kontichstraat nu totaal verknoeid was. Het steeds toenemende aantal rijtuigen kon wegens die "rampspoedige rampen" nog nauwelijks die steenweg bezigen.

Besluit
De verdieping van het terrein is ontstaan voor 1902. In de “put” is in dat jaar een huis gebouwd, dat bewoond was in 1903, met adres Putstraat 87.
Het is zeer waarschijnlijk dat deze grond gebruikt werd voor de aanleg van de spoorweg, waarvoor tussen de stations van Edegem en Kontich naar schatting meer dan 40.000 m³ grond nodig was voor de spoorwegberm. Het feit dat de maatschappij dit terrein van ca. 4800 m² kocht en niet enkel het gedeelte in het tracé van de spoorbaan, is een hint in die richting.
Het feit dat de put nog niet op de stafkaart van 1879 staat, is wellicht het gevolg dat de opmetingen van het terrein in 1873 beëindigd werden.
Besluit: de put is een gevolg van de aanleg van de spoorbaan.
Edegem 30 april 2026
E. Laforce
Met dank aan Frederik Juan Janssens, Peter Crombecq en de collega’s van het historisch Archief.
Dit verhaal is een bijdrage aan “Edegems verleden, bewaard voor de toekomst” van het Historisch Archief Edegem. Het Historisch Archief is toegewijd aan het behoud van het papieren en digitale geheugen van Edegem. Door het verzamelen, inventariseren en digitaliseren van documenten, boeken, foto’s, tijdschriften, plannen en meer, zorgt het Historisch Archief ervoor dat de geschiedenis van Edegem bewaard blijft voor toekomstige generaties. Inventaris raadpleegbaar op https://archief.edegem.be
Disclaimer
Het verhaal is gereconstrueerd op basis van een aantal bronnen. nieuwe informatie uit andere bronnen kan het verhaal aanvullen, nuanceren of aanleiding geven tot nieuwe inzichten.
Bronnen
Popp, Philippe Christan. “Atlas Cadastral parcellaire. Commune de Edeghem : Tableau indicatif et matrice cadastrale.” Brugge: P.C. Popp, 1870. Gelezen op <https://uurl.kbr.be/1003296>.
Popp, Philippe Christan. „Plan parcellaire de la commune de Edeghem : avec les mutations.” Brugge: P.C. Popp, 1870. 1 plan; 63,5x94 cm. Gelezen op <https://uurl.kbr.be/1037232>.
Van Passen, Robert. “Geschiedenis van Edegem.” Edegem: gemeentebestuur, 1974.
Janssens, Frederik Juan. Facebookpagina “Villa Baro”
Stafkaarten: Website Cartesius: http://www.cartesius.be/
Jacops P.,Van Olmen J. “Sporen naar Antwerpen-Zuid.” Gepubliceerd op “Spoorse zolder.”Url https://www.tassignon.be/trains/documentation/documentation.php#Antwerpen-Zuid
Rijksarchief Antwerpen (RAA). Burgerlijke stand Berchem, Edegem, Zoersel. (Gelezen op https://agatha.arch.be)
HAE. Collectie bidprentjes
RAA. Gemeentearchief Edegem. P036-58 tot 64. Kadastrale leggers 1910.




Opmerkingen