Edegem geterroriseerd door bende Nauwelaerts
- Peter Crombecq

- 1 dag geleden
- 10 minuten om te lezen
![De bende van Nauwelaerts. (Collectie Ward Nijs[i])](https://static.wixstatic.com/media/4f4777_fec3414106fe4b7da7a0cbeb19c7e1b7~mv2.jpg/v1/fill/w_980,h_784,al_c,q_85,usm_0.66_1.00_0.01,enc_avif,quality_auto/4f4777_fec3414106fe4b7da7a0cbeb19c7e1b7~mv2.jpg)
De bandieten Lange, Pinkoog, Sterke Jef, Nol van den Duitsch en Kraantje besloten om de boerderij Hens te gaan plunderen. Toen ze aankwamen, verborgen ze hun rijwielen in een korenveld en langs een binnenpad begaven ze zich naar de hoeve. Ze vergrootten het gat onder de staldeur en lieten zich in de stal glijden. Ze drongen binnen en kwamen oog in oog te staan met het dubbelloopsgeweer van boer Louis Hens. Ze begonnen allemaal te schieten en de kogels vlogen in alle richtingen …
De bron van dit verhaal is “Volledig verhaal der misdaden van de bende Nauwelaerts”, uitgegeven door de Vlaamsche Boekhandel in 1925[ii]. Het bevat twee luiken: een verhaal van de gebeurtenissen, gebaseerd op de getuigenissen van beschuldigden en aanklagers, en een verslag van het proces zelf. De referentie die verder in de tekst zal worden gehanteerd is vvmbn.
Het gebeurde in de periode 1918-1921

De bende van Nauwelaerts bestond eigenlijk uit een aantal malafide figuren, waarvan enkelen elkaar kenden van de periode toen ze in Duitsland werkten. Prominente bandieten waren: Martinus ‘Witte van den Do’ Nauwelaerts, Corneel ‘Prins’ Lenders, Jules ‘Pinkoog’ Bens, Diktus ‘Jan Oor’ Campenaerts, Alfons ‘Lange’ Van den Wyngaert, Pieter ‘Nol van de Duitsch’ Van den Sande. Zij verzamelden rond zich bekenden en vertrouwelingen die niet voor een misdaad uit de weg gingen. Zij vormden groepjes in hun stamcafés, zoals ‘In den Beer’ op de Grote Markt van Antwerpen, ‘De Bock’ in de Hoogstraat (waarboven er woonden), of gewoon bij iemand thuis. En spraken af wie ze die avond gingen beroven. Nachtwerkers dus.
De uitvalsbasis was meestal Antwerpen, vanwaar ze vertrokken richting Oude God met de tram of richting de Kempen met de trein. Maar ook de fiets en het voetwerk schuwden ze niet. Het waren harde werkers. Hun doel werd vooral bepaald door wat iemand van de bende wist of waar hij vandaan kwam. Zo kenden ze de rijke boeren en/of inwoners en de wegen om er te komen en te ontsnappen.
Op hun menu stonden inbraken in woningen, diefstal van dieren of een beetje mensen overvallen. Bij de inbraken stalen ze alles wat voor hen waardevol leek en als het meer was dan ze konden dragen, verstopten ze het in de buurt om het de volgende dag te komen oppikken.
Bij dieren was het iets complexer; kippen en konijnen konden ze nog in een baalzak of een boerenmand vervoeren, een zwijn was een paar andere mouwen.
Een zwijn werd ter plekke geslacht. Ze hadden bruine zeep bij en dat wreven ze over de snuit van het zwijn. Die begon als een gek te likken om het eraf te krijgen en vergat lawaai te maken. Met een strop rond de hals werd het zwijn dan uit zijn stal getrokken de weide in. Tegen het daar was, was het gewurgd en werd de kop eraf gesneden. Dan werd beslist wat ze met het zwijn gingen doen. Hadden ze geen transport, dan slachtten ze het zwijn ter plekke en haalden er de beste stukken af, zoals de vier hespen. Konden ze wel transport bemachtigen, paard en kar bijvoorbeeld, dan haalden ze er de ingewanden uit (bederft te rap) en laadden ze het zwijn op de kar.

En als er nog plek was, kon er nog een zwijn bij van een aanpalende boerderij.
In de Kempen werkten ze met een drietal tussenpunten, meestal familie, waar ze de buit konden onderbrengen om het de volgende dag te komen ophalen.
Soms werd de zwijnerij hen wat te veel en schakelden ze over op mensen: “Men moet al eens veranderen in het leven!” (vvmbn, p. 227). Een van de trucjes was om een koord over een weg te spannen waar veel fietsers langsreden. Die vielen dan op de grond en dan sprongen ze er met vier op.
Alleenlopende vrouwen waren ook een aantrekkelijke prooi, minder last mee om hen aan te vallen. Die hadden hun geldbeurs dikwijls ergens in hun onderrok zitten, dat wisten ze goed. Een keer ging het wat verder: de vrouw werd door twee bandieten langs de kant van de weg verkracht.
De buit ging naar een netwerk van helers. Kippen, konijnen en juwelen werden al eens gekocht door cafébaas Panders, ‘den Hollander’ van café ‘In den Beer’. Die dacht bij zichzelf: “straks, als ze een paar flessen jenever op hebben, heb ik dat geld gewoon terug in mijne zak”. De zwijnen gingen meestal naar beenhouwer Cotemans in Antwerpen.
Velen hadden ook revolvers waarmee ze lustig in het rond schoten. Om schrik op te wekken, ter verdediging, zouden sommige rovers zeggen, maar ook om te moorden. Nauwelaerts schoot zelfs eens op zijn eigen vrouw, omdat hij dacht dat ze er nog een minnaar op nahield (vvmbn, p. 104). Ze overleefde. Later schoot hij de vrouw dood van de boerderij naast de ouderlijke boerderij, omdat die hem ooit eens verraden had. Dat werd ook zijn ondergang; alle sporen leidden naar hem (vvmbn, pp. 289-296, 305-313).
Het eerste feit werd gepleegd op 7 december 1918 (vvmbn, p. 111); een overval op een wisselagent met een bijl in Zwijndrecht.
Vanaf dan werden er 201 bewezen strafbare feiten gepleegd, waaronder diefstallen, aanrandingen, inbraken, moordpogingen, moorden en een verkrachting.
Stilaan werden de bendeleden in het nauw gedreven en opgepakt. Toen ze elkaar begonnen te verraden (om zichzelf veilig te stellen), kon het hele netwerk in kaart gebracht worden. En een voor een werden ze opgepakt.
Het laatste feit werd gepleegd op 14 januari 1921 (vvmbn, p. 429); een moordpoging op de gendarme die de laatste twee bendeleden ‘Lange’ en ‘Nol van den Duitsch’ kwam oppakken in Keerbergen.

Op 19 februari 1925 begon het proces en het vonnis werd uitgesproken op donderdag 7 mei 1925.
De kopfiguren Martinus Nauwelaerts, Alfons Van den Wyngaert, Pieter Van de Sande en Jules Bens werden ter dood veroordeeld. Corneel Lenders en Jozef Van Roosenbroek kregen levenslange dwangarbeid. De anderen werden lichter bestraft (vvmbn, p. 490-491).


In Edegem: 11 diefstallen en 1 poging tot doodslag
“Het rustig dorpje Edeghem, dat ze reeds vroeger bezochten, en dat, hoewel zoo dicht bij Antwerpen gelegen, toch enigszins afgezonderd en zijn eigen leventje leeft, zou als groote tooneelplaats hunner bandieterijen gekozen worden.”
Edegem was een van de eerste doelwitten van de bende en dat was op aangeven van twee dokwerkers: Frans ‘De Vijg’ Van Rompaey, in Edegem geboren en opgegroeid, en Diktus ‘Jan Oor’ Campenaerts, wonende in de Edegemse Putstraat 55. Zij wisten de weg en waar de grootste buit te rapen viel.

De eerste vier feiten waren dan ook inbraken:
Plundering villa Jaak Hubert Sampers, Koning Albertlei 12, Edegem
Buit: “linnen, keukengerief, beddegoed, stores, gordijnen, lusters, teljoren, tafelservies, tot een schouwgarnituur namen ze mee.”
Diefstal met braak of beklimming in Villa De Vriendt Emmanuel
Buit: “een lading kiekens en konijnen”.
Diefstal met braak, inklimming of met valse sleutels in de villa van M. Brasseur, Doelveldstraat, Edegem
Buit: “een rooden fluweelen zetel, een hanghorlogie, gordijnen en storen, wijnroomers, teljoren, een kruisbeeld, een matras en oorkussens, schilderijen...”
Inbraak in de villa van Lith de Jeude, Mechelsesteenweg, Edegem
Buit: “Tal van spiegels en schilderijen; tapijten; kostbare vazen en teljoren, gouden en zilveren medaliën, en ander snuistergoed, een overgrooten spiegel, die uit zijn kader werd gelicht.”
De bende begon zich nu te focussen op het overvallen van personen.
Aanranding met gewelddaden of bedreigingen op een voetpad (in 1925 Boniverlei), Edegem, op 14 februari 1919, ten nadele van Frans Van Ishoven, gasbediende.
Buit: “een brieventesch inhoudende 30 tot 35 frank en papieren, een ‘Roskop’-horlogie met ketting, sleutels en een valies kleedinggoed inhoudende.”
Aanranding op mevr. Ruisschers te Edegem op de weg van Mortsel naar Edegem. Op 17 april 1919, rond 9 uur ’s avonds, kwam Maria Van Avendonck (vrouw Ruysschers) met Jeanne Steno, van den Oude God, en werden zij aangevallen. Jeanne Steno kon ontsnappen.
Buit: “een net met visch, haar handzakje dat nog omtrent honderd frank moest inhouden en een zilveren paternoster; een groot pak met twee nieuwe vrouwenhoeden.”
Aanranding van de koster van Hove, August Mortelmans, te voet op de baan van den Oude God naar Hove aan de Mussenburgdreef.
Buit: “Uurwerkketting, uurwerk, pijp en portefeuille met zeventig of tachtig frank.”
Met een inbraak ertussen:
Diefstal met braak, beklimming of met valse sleutels, ten nadele van de weduwe Jacobs-Mortelmans. Herbergierster te Hovestraat 47, Edegem, 9-10 juli 1919.
Buit: “Sigaren, drie billardbollen, een hoeveelheid wijnen, flesschen likeur, dertien paar kousen, kledingstukken, linnengoed, een gouden vingerring, een gouden speld, een regenscherm, een bakspel, een broodmes, een korf met eieren verschillige andere eetwaren en een rijwiel.”
En terug aanrandingen:
Diefstal met geweld ten nadele van de heer Van Roy, aan het Edegembos te Edegem. Op 13 september 1920, rond 11 u 's avonds, reed de h. Van Roy, onderwijzer te Kontich, per rijwiel van Antwerpen huiswaarts. Aan het Edegembos gekomen, werd hij gevat door een koord dat dwars over het rijwielpad op hoogte van één meter gespannen was.
Buit: “een brieventasch met 175 fr., een zilveren uurwerk met ketting, sigarenkoker en een pennemes.”
Poging tot diefstal met geweld, ten nadele van Frans Demondt aan het Edegembos te Edegem of Kontich, 15 september 1920. Aan het Edegembos gekomen, zag hij het koord gespannen over de veloweg, dook eronderdoor en verloor enkel zijn muts.
Geen buit.
Poging tot diefstal met geweld en poging tot moord ten nadele van Dominicus Mariën en anderen. Steenweg van Kontich naar Antwerpen nabij Edegembos, ook Moordenaarsbos genoemd, Edegem, 25/26 oktober 1920. Achtervolging per fiets met gebruik van wapens.
Geen buit, wel gekwetsten.

![Het Moordenaarsbos (of Edegems Bos) was gelegen aan de Jean Notéstraat over de Kontichstraat richting Arendsnest. De spoorlijn (vandaag Boniverlei) en de Kontichstraat liepen door het bos. (Bron: RvP[iii])](https://static.wixstatic.com/media/4f4777_f9a1f1dc4c7f4aca9bb7dfeee713471b~mv2.jpg/v1/fill/w_980,h_501,al_c,q_85,usm_0.66_1.00_0.01,enc_avif,quality_auto/4f4777_f9a1f1dc4c7f4aca9bb7dfeee713471b~mv2.jpg)
De plundering van hoeve Hens werd beraamd in Edegem
De bandieten Lange, Pinkoog, Sterke Jef, Nol van den Duitsch en Kraantje besloten om de boerderij Hens te gaan plunderen. Ze kwamen oog in oog te staan met het dubbelloopsgeweer van boer Louis Hens. Ze begonnen allemaal te schieten en de kogels vlogen in alle richtingen … maar een ervan trof via de wang de hersenen van Louis Hens. Hij was op slag dood. (vvmbn, pp. 268-272, 282)

De overval werd beraamd door drie Edegemse buren. Pieter ‘Nol van den Duytsch’ Van de Sande woonde in het Peetersstraatje 11, Jozef ‘Sterke Jef’ Van Roosenbroek in de Terelststraat 47 en Alfons ‘Lange’ Van den Wyngaert in de Terelststraat 21. Zij hadden afgesproken om op Tweede Pinksterdag, 9 juni 1919, een overval te plegen in Itegem of Berlaar. Zij haalden er hun kameraden Jules ‘Pinkoog’ Bens en Louis ‘Kraantje’ Van Craen bij en besloten om in de Itegemse wijk Melcauwen de hoeve van Hens te gaan plunderen. Allemaal, behalve Van Craen, hadden een revolver. Het vervolg is bekend: Louis Hens werd doodgeschoten en de bendeleden namen nog een fiets, een horloge, een geweer en wat geld mee.
Het gerecht kon niet uitmaken wie het dodelijke schot gelost had, maar dat speelde geen rol bij de strafbepaling. De wetgeving van destijds bepaalde immers dat, als de moord gepleegd wordt om de diefstal te vergemakkelijken, alle daders dezelfde straf krijgen.
Nol, Lange en Pinkoog werden door cumulatie met andere feiten ter dood veroordeeld; Sterke Jef kreeg levenslange dwangarbeid. Kraantje kon zich er op het proces uitpraten, zeggende dat hij er niet bij was. Hij verdedigde zich door te stellen dat hij ooit wel eens een varken gestolen had, maar er enkel de lever van had opgegeten en de rest had teruggegeven. En na zijn straf van twee jaar wilde hij zijn handen niet meer vuilmaken aan dit soort werkjes. De jury geloofde hem en hij werd vrijgesproken voor deze feiten.
Van de bewezen 201 feiten waaraan de bende zich heeft schuldig gemaakt, zijn dit de enige waaraan Sterke Jef heeft meegewerkt.
En voor wat de moord betreft: de onzekerheid blijft over wie het dodelijke schot loste.
De familie van Sterke Jef Van Roosenbroek

Jef Van Roosenbroek is in Edegem geboren op 12 mei 1885, Contichse Binnenweg 3, trouwde op 13 augustus 1910 met Maria Rosalia De Pauw en erkende haar onwettige, op 19 december 1908 geboren dochter Olivia 'Fieke'. Jef en Maria Rosalia kregen samen nog drie kinderen: Gustaaf Joannes ‘Staf’, Ludovica Camilla ‘Louisa’ en Joseph Constant ‘Jos’ Van Roosenbroek. De familie woonde in de Terelststraat 47, Edegem. Door zijn veroordeling werd hij ‘van zijn vaderlijke macht beroofd ingevolge een vonnis der Rechtbank van 1ste aanleg te Antwerpen d.d. 11 januari 1926’. [iv] De kinderen Jos, Louisa, Staf en Fieke waren toen respectievelijk 8, 13, 15 en 18 jaar. Maria Rosalia De Pauw scheidde van Jef op 19 mei 1934 en hertrouwde in 1935. Toen Jef ongeneeslijk ziek werd, kwam hij vrij. Hij heeft zijn laatste levensweken doorgebracht bij zijn zoon Staf ‘De Witte van ’t Bos’, die in het Blikken Huisje woonde. [v]
Ook geen gewoon personage, maar dat is dan weer een ander verhaal[vi].
Epiloog
Uit het verslag over het proces[vii]:

“Het verhoor over den moord van Iteghem eindigt in een weemoedige noot. De vrouw van Sterken Jef is ter ontlasting opgeroepen en verklaart dat Jef een beste jongen is, nooit naar de kroeg liep, nooit dronk, nooit afwezig was. Geen enkelen nacht heeft hij haar verlaten. Zij zegt dit met een gebroken stemmetje.
Sterke Jef snikt in zijn hok en veegt de waterlanders weg. En dankbaar, door zijn tranen heen, kijkt hij haar, die God en de menschen hem tot vrouw gaven, achterna.”
Peter Crombecq, juli 2026
Met dank aan Geert Van Lierde[viii], Erik Laforce en alle vrijwilligers van het Historisch Archief.
Dit verhaal is een bijdrage aan “Edegems verleden, bewaard voor de toekomst” van het Historisch Archief Edegem. Het Historisch Archief is toegewijd aan het behoud van het papieren en digitale geheugen van Edegem. Door het verzamelen, inventariseren en digitaliseren van documenten, boeken, foto’s, tijdschriften, plannen en meer, zorgt het Historisch Archief ervoor dat de geschiedenis van Edegem bewaard blijft voor toekomstige generaties.
Disclaimer
Het verhaal is gereconstrueerd op basis van een aantal bronnen. Ik ben me ervan bewust dat nieuwe informatie uit andere bronnen het verhaal kan aanvullen, nuanceren of aanleiding kan geven tot aangepaste inzichten.
Referenties
[i] Ward Nijs & Pierre Hens, “Edegem in de verf gezet”, (Edegem: Gemeente Edegem, 2012), p. ‘Nol van den Duits, Sterke Jef en de Vijg’
[ii] Onbekende auteurs, “Volledig verhaal der misdaden van de bende Nauwelaerts”, (Antwerpen: Vlaamsche Boekhandel, 1925), te vinden in het Historisch Archief Edegem, BK-1004
[iii] Prof. dr. R. Van Passen, “Geschiedenis van Edegem”, (Edegem: Gemeentebestuur van Edegem,
1974), p. 807
[iv] Rijksarchief, burgerlijke stand, geboorteakte Gustaaf Joannes Van Roosenbroek 6 mei 1911 te Lint
[v] Ward Nijs & Pierre Hens, “Edegem in de verf gezet”, (Edegem: Gemeente Edegem, 2012), ‘Nol van den Duits, Sterke Jef en de Vijg’
[vi] Peter Crombecq & Albert Baeckens, “Het Blikken Huis in het Bos”, te raadplegen via https://www.historischarchiefedegem.be/post/het-blikken-huis-in-het-edegembos
[vii] Onbekende auteurs, “Volledig verhaal der misdaden van de bende Nauwelaerts”, o.c., p. 287
[vii] Gazet van Antwerpen 16-17 februari 1985, Geert Van Lierde, “Bende Nauwelaerts joeg bewoners schrik op het lijf”, p. 25



Opmerkingen