top of page

Japans of Chinees? Het raadsel achter de meest mysterieuze villa in het hart van Edegem

  • Foto van schrijver: Peter Crombecq
    Peter Crombecq
  • 8 minuten geleden
  • 17 minuten om te lezen
De ingang van de Villa Japonaise aan de Boniverlei (collectie Historisch Archief Edegem, postkaarten van dhr. Geerts).
De ingang van de Villa Japonaise aan de Boniverlei (collectie Historisch Archief Edegem, postkaarten van dhr. Geerts).

De familie Daverveldt-Coetermans

 

Therese Coetermans (Collectie Maria Van Esbroeck via Anouk Decavele[1])
Therese Coetermans (Collectie Maria Van Esbroeck via Anouk Decavele[1])

In vele bronnen staat dat mevrouw Daverveldt de opdracht gaf tot het bouwen van een villa met oosterse stijlcomponenten, al snel door velen de Chinese Villa genoemd. Het was voor haar een buitenverblijf; zelf woonde ze in Antwerpen aan de Britselei 16[i]. Daverveldt was eigenlijk de naam van haar man, diamanthandelaar Josephus Carolus Daverveldt; zij heette Therese Lucie Johanna Coetermans en werd geboren op 24 november 1857 in Zierikzee, Nederland.

 

Daverveldt werd in 1854 geboren in Bergen op Zoom als lid van een bakkersdynastie geworteld in Bergen op Zoom. Zijn vader, Jacobus Antonius, was naast bakker ook de gemeentelijke waagmeester; het gewicht certifiëren van alles wat van belang was, zoals boter, slachtvee, hout en stenen, zeg maar. Bakkerszoon Josephus Carolus was helemaal niet voorbestemd om in de Antwerpse diamantsector een vooraanstaande rol te spelen, maar dat was buiten de familie Coetermans gerekend.

Therese Coetermans trouwde op 2 maart 1886 in Antwerpen met de in Bergen op Zoom verblijvende Josephus Carolus Daverveldt en zij gingen na hun huwelijk wonen in de Boulevard Leopold 58/2. Al snel werd Josephus Carolus opgenomen in de Antwerpse diamantwereld; hij was diamanthandelaar en expediteur in het imperium van zijn schoonfamilie, en het echtpaar werd heel rijk.

 

De familie Coetermans, allesbehalve een gewone familie.

 

De familie van Therese Coetermans was allesbehalve geworteld. Vader Petrus Johannes Emile was wijnhandelaar en goudsmid en zijn familie woonde in vele steden in Nederland, zoals Zierikzee, Halsteren, Bergen op Zoom en ook in Antwerpen. De kinderen werden dan ook in die verschillende steden geboren. Toen de familie zich in 1869 definitief in Antwerpen vestigde, gebeurde het ongelooflijke. Als zeer bedreven nijveraar in diverse nijverheidstakken was het toch de diamantsector die de familie groot zou maken. Zeer groot. Vader Petrus Johannes Emile Coetermans richtte in 1869 een diamantslijperij op. Hij overleed echter al in 1884 op 59-jarige leeftijd en het was zijn 28-jarige zoon Louis Coetermans die de roerstok overnam.

 

Louis Coetermans, Prins Diamant

 

Louis Coetermans, diamanthandelaar en consul-generaal van Perzië (Collectie Genealogie Asselberghs)
Louis Coetermans, diamanthandelaar en consul-generaal van Perzië (Collectie Genealogie Asselberghs)

Louis Coetermans, Thereses broer, bouwde het diamantimperium uit tot een gigantische grootte. Hij slaagde erin om Antwerpen terug het wereldcentrum te maken van de diamanthandel en -slijperij en kreeg exclusiviteit om diamanten te verhandelen over de hele wereld. Hij lukte erin om goede relaties op te bouwen met de Duitse keizer Wilhelm II, waardoor hij voorrechten had in de Duitse koloniale gebieden. Bovendien was hij consul-generaal van Perzië; een toegangspoort naar het oosten. Louis Coetermans was rond 1900 een sleutelfiguur in de financiële opbouw van Afrika en de kolonie Congo, in de verovering van de Braziliaanse, Argentijnse, Egyptische en Chinese markt en in de diamantindustrie in Duits-Zuidwest-Afrika[ii]. In de volksmond werd hij Prins Diamant genoemd. Op zijn hoogtepunt stelde hij 3.000 klievers en slijpers te werk. Louis was een sociaal ondernemer en fabrikant. Hij liep in de spits voor de afschaffing van de kinderarbeid in de diamantateliers en lag aan de basis van behoorlijke volkswoningen in Groot-Antwerpen.

Hij bouwde en was eigenaar van vele gebouwen, maar een van de opvallendste is die op de hoek van de Leysstraat en de Jezusstraat, met op de eerste verdieping een beeltenis van Lodewyk van Bercken, aan wie een slijptechniek wordt toegedicht[iii].

Britselei 16, de winterwoning van Therese Coetermans (collectie Erfgoed Vlaanderen).
Britselei 16, de winterwoning van Therese Coetermans (collectie Erfgoed Vlaanderen).

Louis Coetermans en zijn familie bouwden aan de Britselei en de Bollandusstraat een heus paleis, waarbij zij de huizen aan de Britselei 12 tot 20 en die van de Bollandusstraat 1 tot 15 kochten, achteraan verbonden en zo een groot binnenplein creëerden waar zij hun belangrijke gasten konden ontvangen. Daar waren hun bedrijven en het consulaat van Perzië gevestigd en Louis ontving er ook de sjah van Perzië en andere hoge gasten. Het werd door de Antwerpenaren 'Palais du Prince Diamant’ genoemd[iv].

 

Opdrachtgeefster, mevrouw Daverveldt


Therese Coetermans (Collectie Maria Van Esbroeck via Anouk Decavele)
Therese Coetermans (Collectie Maria Van Esbroeck via Anouk Decavele)

In 1909 woonde het echtpaar ook in het paleis van haar broer Louis, meer precies aan de Britselei 16. Josephus Charles Daverveldt overleed in Antwerpen in 1924.  

Therese liet de Chinese Villa 5 jaar later bouwen als haar zomerverblijf. Zij gaf de opdracht aan Joseph de Lange voor het bouwen van de villa in 1929 in de toen als chinoiserie bekende stijl[v].  Hij was een Antwerpenaar en heeft zich voor dit bouwwerk laten inspireren door het Japanse paviljoen op de Exposition des Arts Décoratifs in Parijs (1925)[vi].

 Was de villa nu Japans, Chinees, of van alles wat?

De chinoiserie is een stijl van kunstvoorwerpen of architectuur van westerse makelij, die geïnspireerd is op het oosten. De eerste vormen duiken op in de 17e eeuw, als gevolg van de luxeobjecten die door de Oost-Indische Compagnieën uit het oosten werden aangevoerd, zoals porselein, lakwerk en weelderige zijden stoffen. Door de gebrekkige feitelijke kennis over het Verre Oosten werd in de westerse verbeelding een fantasiebeeld gecreëerd van paradijselijke verre oorden, waarbij trouwens geen onderscheid werd gemaakt tussen Perzië, India, China, of Japan. In de chinoiserie worden dus vaak allerlei exotische invloeden vermengd. Recentere getuigen in eigen land zijn het Chinees Paviljoen in Laken, dat werd gebouwd in opdracht van Leopold II (1900-1910), en waarin art nouveau elementen opduiken, en de Chinese (Japanse) Villa in Edegem (1929), waar de chinoiserie vermengd is met elementen uit de art deco.

(Nathalie Vandeperre, Conservator voor de musea van het Verre Oosten)[vii]


Bronnen suggereren dat bouwelementen in het oosten werden vervaardigd en naar de Antwerpse haven werden verscheept[viii], maar daarvoor is geen bewijs. Ze had alleszins het fortuin om zich een dergelijke folie te veroorloven[ix].

Ondanks dat de villa als chinoiserie kan worden bestempeld, kreeg het toch de naam ‘Villa Japonaise’, te zien op de originele toegangspoort. Maar dat belette niet dat de Edegemnaars er Chinese Villa van maakten.

 

De villa had twee ingangen: de centrale hoofdingang met de Japanse poort en een zijingang als inrit voor de garage. Zij hadden ook een apart huisnummer: 33 voor de villa en 35 voor de garage.

De ‘Japanese’ Villa en de aangelegde voortuin met rechts, verscholen tussen de bomen, een paviljoen (collectie Historisch Archief Edegem).
De ‘Japanese’ Villa en de aangelegde voortuin met rechts, verscholen tussen de bomen, een paviljoen (collectie Historisch Archief Edegem).
De Japanse tuin in de achtertuin van de ‘Japanese’ Villa met het bruggetje naar het theehuisje (collectie Historisch Archief Edegem).
De Japanse tuin in de achtertuin van de ‘Japanese’ Villa met het bruggetje naar het theehuisje (collectie Historisch Archief Edegem).
Boven de achtertuin, gezien vanuit het theehuisje, en onder het bruggetje naar de Japanse tuin. Op de foto is ook de Japanse poort (myojin-torii) zichtbaar (collectie Maria Van Esbroeck via Anouk Decavele).
Boven de achtertuin, gezien vanuit het theehuisje, en onder het bruggetje naar de Japanse tuin. Op de foto is ook de Japanse poort (myojin-torii) zichtbaar (collectie Maria Van Esbroeck via Anouk Decavele).

Therese Coetermans was niet alleen


Therese was een zeer luxueuze levensstijl gewoon. Zo leefde ze samen met 4 bedienden, een gezelschapsdame (Gerardina ‘Dientje’ De Vylder), een kokkin (haar oudere zus Anna ‘Anneke’ De Vylder), een was- en strijkster (Constancia ‘Stanske’ Ceuppens) en een chauffeur (Louis Verbiest).[x] Zij verhuisden mee van het winterverblijf aan de Britselei 16 naar het zomerverblijf in de Chinese Villa en omgekeerd. De chauffeur had een eigen appartement, boven ‘zijn’ garage aan de ingang. De dames sliepen nabij ‘madame Therese’ in de villa.

V.l.n.r. Stanske Ceuppens, Louis Verbiest en Dientje De Vylder voor het theehuisje (collectie Maria Van Esbroeck via Anouk Decavele).
V.l.n.r. Stanske Ceuppens, Louis Verbiest en Dientje De Vylder voor het theehuisje (collectie Maria Van Esbroeck via Anouk Decavele).
V.l.n.r.: Stanske Ceuppens, Anneke De Vylder en Dientje De Vylder in de keuken van het huis aan de Britselei 16 (collectie Maria Van Esbroeck).
V.l.n.r.: Stanske Ceuppens, Anneke De Vylder en Dientje De Vylder in de keuken van het huis aan de Britselei 16 (collectie Maria Van Esbroeck).

Stanske en de zussen bleven bevriend en zouden elkaar later nog meermaals ontmoeten.

De dochters van de twee zussen, Maria Van Esbroeck en Myriam Batens, herinneren zich nog vele anekdotes die hun moeders vertelden en die op 14 april 2018 werden opgetekend door Anouk Decavele [xi].


Herinneringen van Maria Van Esbroeck en Myriam Batens

 

Maria: Mijn moeder is begonnen met werken bij de madam op haar 16e tot 1940, dus 27 jaar was ze toen. Ze was begonnen als binnenmeid en na verloop van tijd werd zij gezelschapsdame. Dit hield in dat ze dag en nacht klaar moest staan. Dat gebeurde dan met een belletje. En mijn moeder deed dat dan, want ze zag die madame graag, eigenlijk als een soort tweede moeder. Ze werd dan ook goed behandeld. Die zag haar graag en zij zag die madame graag.

Ja, zij mocht altijd het geld naar de bank doen. Als er iets moest betaald worden, ging zij daar altijd om. Madam vertrouwde haar voor 100%. Bijvoorbeeld, de familie zei van: "Thérèse, ik begrijp dat niet waarom dat gij de meid met uw geld op straat stuurt". En madam zei dan: "Mijn meid vertrouw ik duizend keren meer dan jullie". Het was een kordate; ze zei zoals het was.

Myriam: uw moeder mocht ook haar gedacht zeggen, hé. Ze noemde madame zelfs een "mistanget" (of slordige, slecht georganiseerde vrouw). Myriam: “Mijn moeder was kokkin. En die moest ook vroeger gaan slapen en mocht niet altijd haar gedacht zeggen. Het heeft een jaar geduurd voordat ze patatten kon koken naar madame haar goesting. Alles moest gemaakt worden zoals zij dacht. Haar lievelingseten waren hersenen.

Dat was een leuke periode voor haar; ze werd goed behandeld. En ze kon ook goed eten.” Mijn moeder zei altijd: "Die kan een hele kip opeten."


Theresia Coetermans met haar jongere zus Adriana in de voortuin en gezelschapsdame Dientje De Vylder (collectie Maria Van Esbroeck via Anouk Decavele).
Theresia Coetermans met haar jongere zus Adriana in de voortuin en gezelschapsdame Dientje De Vylder (collectie Maria Van Esbroeck via Anouk Decavele).

Thereses broer Louis had haar ook eens een tapijt cadeau gedaan. Op een bepaald ogenblik was ze dat ‘lelijk’ tapijtje beu en ging er mee naar een tapijtenwinkel. Het tapijtje was een meter op een meter 20 groot. En ze zegt tegen de verkoper: "Wat moet ik opleggen om hier een ander tapijt te kunnen kopen?". En die man zegt: "Ge mocht hier alles in de winkel kiezen, het duurste, het grootste en dat mag je zo meenemen." Daarop rolde ze het matje terug op en nam het terug mee naar huis. Ze had gedacht dat dat niks waard was. Maar dat was een Berbers tapijtje, met de hand geknoopt. Dat oogde gewoon anders, maar dat zal sowieso wel een duur geweest zijn.

Minerva met chauffeur Verbiest (collectie Geneanet, Genealogie Asselberghs).
Minerva met chauffeur Verbiest (collectie Geneanet, Genealogie Asselberghs).
De Minerva met een gepersonaliseerd interieur (collectie Jos Quackels in GvA)
De Minerva met een gepersonaliseerd interieur (collectie Jos Quackels in GvA)

Therese was een groot liefhebber van de Mortselse Minervawagens en had er zeker één waarmee ze zich liet rondrijden. Niet zo ongewoon, want de familie had ook geïnvesteerd in de Minervafabrieken. De binnenaankleding liet ze ontwerpen op bestelling. Minervaverzamelaar Jos Quackels (van Quackels Woningbouw in Kontich). vond ook een Minerva van Therese Coetermans. Het was een zeldzame achtcilinder van 40 pk uit '32, die zelfs een Rolls-Royce overklaste. Hij vond die terug in San Francisco, met een plaatje op het instrumentenpaneel waarop haar adres ‘Britselei 16’ stond vermeld. “De kristallen flessen stonden nog in de passagiersruimte”, vertelde de in 2017 87-jarige Jos Quackels aan de GvA[xii].

 

Chauffeur Louis Verbiest moet wel een heel gelukkig man geweest zijn.

 

Maria: veertien dagen voordat mijn moeder stierf, was ze zo aan het bezinnen en zei ze: "de enige periode in mijn leven waarin ik echt gelukkig ben geweest is bij madame in ‘t stad".

 

Therese woonde tot op het einde van haar leven aan de Britselei 16 en overleed op 5 januari 1940[xiii].

Rond die periode heeft een andere familie de Chinese Villa als buitenverblijf, het echtpaar Marks-Michielssen.

 

De periode van de familie Marks-Michielssen: ca. 1940-1950


Wilhelm ‘Willy’ Marks en Joanna ‘Jeanne’ Michielssen (collectie Isa Smolders).
Wilhelm ‘Willy’ Marks en Joanna ‘Jeanne’ Michielssen (collectie Isa Smolders).

Deze periode is iets minder te stofferen met feiten; het is een reconstructie op basis van genealogische onderzoeken[xiv], gemeente- en familiearchieven en de herinneringen van familieleden[xv].

 

Jan Baptist Michielssen, een koopman afkomstig uit Antwerpen, was twee keer getrouwd en kreeg met zijn echtgenotes 11 kinderen tussen 1873 en 1896. Acht dochters en drie zonen. Drie van de dochters waren Emilie, Bertha en Jeanne. Verpleegster Emilie Michielssen, geboren in 1895, trouwde in 1922 met diamantbewerker Jos Crombecq. Zij woonden sinds 1924 in de Zwaluwenlei 29 te Edegem met hun vier kinderen Maria ‘Mimi’, Margaretha ‘Rita’, Carolina ‘Lineke’ en Raymond ‘Mon’, mijn vader.

Bij de familie Crombecq-Michielssen woonde een tijdje een van de oudere zussen van Emilie, Jeanne, geboren in 1876. In 1936, Jeanne Michielssen was toen al 60 jaar oud, trouwde ze met de 66-jarige Wilhelm Johann ‘Willy’ Marks en Jeanne verhuisde naar zijn woning aan de Frankrijklei 27 in Antwerpen. Weduwnaar Marks was geboren in Sterkrade in het Duitse Ruhrgebied en was beheerder van een scheepsrederij. Rond 1940, na het overlijden van Therese Coetermans, vinden we het echtpaar terug in de Chinese Villa. Tijdens WO II werden ook voor een maand twee Duitse dokters ingekwartierd. In die archiefstukken wordt aangeduid dat het echtpaar de erfgenaam is van mevrouw Daverveldt-Coetermans[xvi].

Alleszins maakten ze al snel na het overlijden van Therese gebruik van de villa.

Mijn vader Mon, geboren in 1929, vertelde dikwijls over de Chinese Villa waar ze van tante Jeanne en nonkel Willy naar hartenlust mochten spelen.

De families Michielssen en Crombecq met v.l.n.r. Mon Crombecq (ca. 11 jaar), Jeanne Michielssen, Lineke Crombecq, Emilie Michielssen en Jos Crombecq op de brug van de Japanse tuin (collectie Katia Crombecq).
De families Michielssen en Crombecq met v.l.n.r. Mon Crombecq (ca. 11 jaar), Jeanne Michielssen, Lineke Crombecq, Emilie Michielssen en Jos Crombecq op de brug van de Japanse tuin (collectie Katia Crombecq).
Mon en zijn nicht Jeannine Crombecq in de galerij die dwars over het terrein naar het paviljoen liep (collectie Peter Crombecq).
Mon en zijn nicht Jeannine Crombecq in de galerij die dwars over het terrein naar het paviljoen liep (collectie Peter Crombecq).
Neefje Hugo Coomans stuurde een kaartje naar zijn tante Jeanne (collectie Isa Smolders).
Neefje Hugo Coomans stuurde een kaartje naar zijn tante Jeanne (collectie Isa Smolders).

De Japanese Villa met een boomgaard in de tuin (collectie Isa Smolders).
De Japanese Villa met een boomgaard in de tuin (collectie Isa Smolders).

Kleermaakster Bertha, geboren in 1881, trouwde met toondichter Frans Van der Mueren[xvii]. De familie Van der Mueren-Michielssen had 9 kinderen. Frans junior Van der Mueren was een van hen en heeft samen met zijn echtgenote Mia Verberdt drie kinderen: Bettina, Joris en Linda. Zij schreven met schoenwinkel Familia op het Kerkplein nabij de Heilige Familiekerk Eldonkse geschiedenis. Ook zij herinnerden zich de Chinese Villa.

Kleinzoon Joris Van der Mueren weet nog het volgende: “Ik meen me te herinneren dat ze reders waren en verschillende schepen op de Rijn hadden varen. Tijdens de oorlog zijn die schepen in beslag genomen door "den Duits" en na de oorlog is er een ware procedureslag voor de rechtbank gevoerd om dat bezit terug te krijgen, wat helaas niet gelukt is. In elk geval was de familie heel vermogend, want na hun overlijden hebben alle neven en nichten (en dat waren er nogal veel) een stukje geërfd. Mijn vader heeft er, naar eigen zeggen, zijn eerste auto van gekocht. Volgens mijn zus Bettina zou mijn vader 1/27ste geërfd hebben...”

Achternicht Cilia Van der Auweraert en haar nicht Isa Smolders herinnerden zich ook nog de verhalen over de Chinese Villa en haar bewoners. Cilia: “Willy Marks was reder van wel 50 schepen op de Rijn. Jaarlijks was er ook altijd een groot familiefeest op de villa; neefjes en nichtjes werden goed gesoigneerd, zoals Guido en Mimi Van der Mueren, die dankzij het echtpaar konden studeren aan het Mozarteum en een succesvolle muziekcarrière uitbouwden.” Isa heeft bovendien nog een archief met foto’s, waarvan enkelen hier opgenomen zijn.

Zomeraanzicht van de villa (collectie Isa Smolders).
Zomeraanzicht van de villa (collectie Isa Smolders).

Wilhelm ‘Willy’ Marks overleed in 1942 en Joanna ‘Jeanne’ Michielssen verhuisde in 1945 permanent terug naar Edegem, naar haar zomerverblijf, de Chinese Villa. Ze overleed er op 28 november 1950. Dat was het einde van een tijdperk[xviii].


Periode van de familie Baeten: 1955-1977

 

Vermoedelijk hebben erfenisperikelen de verkoop van de Chinese Villa bemoeilijkt; het is pas op 3 november 1955 dat de familie Baeten-Bruynseels haar intrede doet.

De familie Baeten in 1961 met v.l.n.r. bovenaan Herman, Magda, Pauline, Jos en Greta en de tweeling Ingrid en Lutgarde onderaan (collectie Lutgarde Baeten).
De familie Baeten in 1961 met v.l.n.r. bovenaan Herman, Magda, Pauline, Jos en Greta en de tweeling Ingrid en Lutgarde onderaan (collectie Lutgarde Baeten).

Financieel raadgever Jos Baeten was in 1945 getrouwd met Pauline Bruynseels en zij kregen vijf kinderen: Magda, Greta, Herman, Lutgarde en Ingrid. De villa als nieuwe woonst wekte wel hun interesse en vader, moeder en de bijna 7-jarige Herman zijn er naartoe gereden om nog eens te kijken. Toen ze voor de grote poort stonden, heeft Herman gezegd: "Hier zou ik heel graag willen wonen”. En ook: “De tuin was prachtig en er werkten toen nog 2 tuinmannen." En zo geschiedde. De kinderen, geboren tussen 1945 en 1954, hebben nagenoeg hun hele jeugd doorgebracht op de Chinese Villa. Mama Pauline noemde de villa overigens consequent Japans, hoewel heel Edegem sprak van Chinees.

In een openhartig interview met de tweelingzussen Lutgarde en Ingrid[xix] Baeten vertelden ze ronduit over hun leven in de, voor hen, Japanse Villa.

 

Dochters Lutgarde en Ingrid woonden eigenlijk niet zo graag in de villa: “We werden te veel geassocieerd met de Chinese Villa. Op een kamp met de Kabouterkes vroeg de leiding (in volle groep) of we misschien liever Chinese koekjes aten, wat we natuurlijk geen plezante opmerking vonden. We voelden ons buitenbeentjes, ‘die van de Chinese Villa’, zeg maar.” Als de rolluiken 's avonds nog niet gesloten waren, zorgden wind, bomen en maanlicht soms voor een beangstigende sfeer. In het torentje achteraan zijn we nooit geweest. Je kon er alleen met een lange ladder via de traphal en een klein luikje naartoe. We zouden het ook nooit geprobeerd hebben, want het verhaal deed de ronde dat er zich tijdens WO II iemand had opgehangen.

 

Gebouwen en tuin

 

De grote Japanse ingangspoort met huisnummer 33 herinneren wij ons, als zussen, niet meer. Die werd rond 1962-1963 afgebroken; ze werd nooit gebruikt en was rot geworden. De ingang was voor ons op nummer 35, de oprit naar de garage. Op 31 oktober 1960 werd de Boniverlei overigens hernummerd en kreeg de garage het nummer 5 en de villa 7.

De villa in 1977, toen de familie Baeten deze verliet (collectie Lutgarde Baeten).
De villa in 1977, toen de familie Baeten deze verliet (collectie Lutgarde Baeten).

De villa zelf was in 1955 26 jaar oud en goed onderhouden. Je hebt vanzelfsprekend het hoofdgebouw, met op het bordes de twee bewakingsleeuwen die steevast ‘draken’ werden genoemd.

Bordes met bewakingsleeuwen in 1977 (collectie Lutgarde Baeten).
Bordes met bewakingsleeuwen in 1977 (collectie Lutgarde Baeten).
Woonkamer (Knack. Luc Roymans. 30 januari 2019, p. 46).
Woonkamer (Knack. Luc Roymans. 30 januari 2019, p. 46).

Op het gelijkvloers de prachtige, oosters ingerichte woonplaats die na 1977 zal dienstdoen als feestzaal. Verder ook de keuken en een grote kelder met een aparte wijnkelder. De slaapkamers waren op de twee hogere verdiepingen; de ouders sliepen op het tweede verdiep in de ‘master bedroom’, waar Therese Coetermans ook sliep, met de ramen vooraan en aansluitend de badkamer. De tweeling sliep met het inwonende kindermeisje in de kamer ernaast, de ‘roze kamer’. De drie andere op het verdiep eronder, links en rechts van het gebouw, de ‘groene’ en ‘blauwe’ kamer. De badkamer had nog een prachtig oud bad op pootjes.






De zussen herinnerden zich nog de architectonisch complexe tuin die waanzinnig veel onderhoud vroeg. Desondanks zijn ze toch fier dat moeder de villa en de tuin proper en verzorgd heeft afgeleverd aan de volgende eigenaars.

 

Je had de wintertuin met aansluitend een serre waar planten werden gekweekt en in de wintertuin werden gezet. Van de wintertuin liep er over de hele breedte van het pand een galerij van uit cement vervaardigde takken. Die galerij, waar ook Mon en Jeanine Crombecq onder speelden (zie hierboven), was overdekt met blauwe regen, maar onderhevig aan cementrot, brokkelde af en zou verdwijnen door slijtage. Achter de wintertuin en aansluitende (kweek)serre stonden er nog 4 volières, waarop vader later zijn eerste duivenkot bouwde. Daarachter was het kippenkot tot en met waar later het 'nieuwe' duivenkot met 2 volières is gebouwd.

Lutgarde en Ingrid: “Als dochters van een duivenmelker kregen we ook een 'jongske' om groot te brengen. We noemden hem Stefan. Hij kwam 's morgens op ons raam tikken, en als het raam openstond, vloog hij binnen en ging op de kast zitten. En als we hem naar het einde van de Boniverlei brachten, dan was hij voor ons terug thuis.”

Er waren niet alleen kippen en duiven, maar ook parelhoenen, ganzen (waaronder Zorba), eenden (mandarijntjes), een schaap en bijen voor de honing. In de tuin stonden ook rododendrons, rozenperken, fruitbomen en aardappelen. De Japanse tuin achteraan was in zeer goede staat. De toegang was de Japanse poort. De weg leidde via het bruggetje over de twee vijvertjes naar het theehuis, ’t Klein Huisje, zoals de zussen het noemden. Elke zomer deden ze er grote kuis; het was hun huisje waar ze het gezellig maakten en gingen picknicken. Er stonden rond de vijvers nog beelden en een Japans torentje. 

Foto boven: achterkant van de tuin met wintertuin links, de villa en het Japans poortje rechts; onderste foto: andersom met het poortje als  toegang naar de Japanse tuin en het theehuis alias ’t Klein Huisje in 1977 (collectie Lutgarde Baeten).
Foto boven: achterkant van de tuin met wintertuin links, de villa en het Japans poortje rechts; onderste foto: andersom met het poortje als toegang naar de Japanse tuin en het theehuis alias ’t Klein Huisje in 1977 (collectie Lutgarde Baeten).
Het paviljoen in 1972 (collectie Katia Crombecq).
Het paviljoen in 1972 (collectie Katia Crombecq).
De garage en de woning van de vroegere Minervachauffeur Louis Verbiest (collectie Katia Crombecq, 1972).
De garage en de woning van de vroegere Minervachauffeur Louis Verbiest (collectie Katia Crombecq, 1972).

De vroegere woning van de chauffeur Louis Verbiest was het kantoor van vader Baeten.


Het was onmogelijk om de twee ‘draken’ zomaar voorbij te lopen. Ingrid Baeten in 1971 en Katia Crombecq in 1972 konden niet aan de verleiding weerstaan en zo zullen er velen geweest zijn (collecties Lutgarde Baeten en Katia Crombecq, foto genomen door Pauline Bruynseels).
Het was onmogelijk om de twee ‘draken’ zomaar voorbij te lopen. Ingrid Baeten in 1971 en Katia Crombecq in 1972 konden niet aan de verleiding weerstaan en zo zullen er velen geweest zijn (collecties Lutgarde Baeten en Katia Crombecq, foto genomen door Pauline Bruynseels).

 

(collectie Pierre Hens)
(collectie Pierre Hens)

In 1972 kreeg de familie Baeten een onverwachte gast. Gefascineerd door alle verhalen die werden verteld in de familie Crombecq, sprong mijn toen 13-jarige zus Katia op haar fiets en belde aan bij de Chinese Villa. Een vriendelijke mevrouw, Pauline Bruynseels bleek achteraf, deed open en gaf haar een rondleiding. De villa was toen in perfecte staat en, belangrijk, de bewakersleeuwen stonden nog op het bordes, waarop mijn zus dan ook zonder gêne ging zitten.


De familie woonde er tot 1977. Zij verkochten op 26 juli 1977[xx] de Chinese Villa, of voor hen, de Japanse Villa, aan de familie Valkaert.

 

En de bewakersleeuwen: die waakten nog altijd over de villa.

 

Van Chinese naar Japanse Villa

 

In 1981 werd het een beschermd monument en werd de naam geofficialiseerd als Japanse Villa, omdat “de vormgeving nauwer aansloot bij Japanse paviljoenen dan bij Chinese tempel- of paleisarchitectuur”. De architectuur leunt met de felle kleuren (diepblauwe tegels), het pagode-achtige tentdak en het achtzijdige tuinpaviljoen minstens evenveel aan tegen de Chinese bouwstijl. En zelfs de overheid twijfelde, want als je in de officiële registers van Onroerend Erfgoed duikt, zie je de verwarring letterlijk terug. De hoofdfiche noemt het gebouw de "Japanse Villa van 1929"[xxi], maar in de bijbehorende motivatie voor de bescherming als monument (uit 1981) staat letterlijk te lezen: "De 'Chinese Villa' is beschermd als monument omwille van het algemeen belang..."[xxii] De overheid gebruikt dus zelf beide termen voor exact hetzelfde gebouw!” Chinoiserie dus 😄.

 

Periode 1977-2018 familie Valkaert

 

In 1977 kochten Jozef en Rosa Valkaert, eigenaars van het welbekende café-traiteur-hotel De Basiliek, de Chinese Villa. Zoon Marc Valkaert: “Het was in principe bedoeld als woning en om er een nieuwe grote feestzaal aan te bouwen, achteraan in dezelfde stijl. Kort na aankoop werd het echter een monument en moesten we of de plannen voor de feestzaal opbergen, of de ganse villa en feestzaal in een soort glazen serre bouwen, wat onmogelijk was. Het was nooit de bedoeling om het gebouw af te breken. Uiteindelijk is dan voor de uitbreiding gekozen in de Trooststraat.”

 

De woonplaats vooraan werd wel gebruikt als feestzaal en de hogere verdiepingen werden de woning van Jozef en Rosa.

 

De Chinese Villa bleek bij mijn vader Raymond Crombecq toch een grote indruk nagelaten te hebben, want toen die een feestzaal was, nodigde hij rond 1984 de hele familie uit voor een etentje in ‘onze Chinese Villa’. En het was voor ons allemaal erg imposant.

De Chinese Villa in 2003, toen de familie Baeten er op bezoek kwam (collectie Lutgarde Baeten).
De Chinese Villa in 2003, toen de familie Baeten er op bezoek kwam (collectie Lutgarde Baeten).

In 2003 bezocht de familie Baeten de villa naar aanleiding van het overlijden van mama Pauline en verbaasden ze zich over hoe weinig er vanbinnen veranderd is. Dezelfde keuken, hetzelfde behang. Zelfs de bewakingsleeuwen stonden er nog in volle glorie.


De familie Valkaert heeft er ook een tijdje een zwembad gehad.

Achterzicht op de villa met centraal gelegen zwembad (Felixarchief).
Achterzicht op de villa met centraal gelegen zwembad (Felixarchief).
Luchtfoto periode 2000-2003. Rechts de Boniverlei; zicht op de verschillende gebouwen, de tuin en het zwembad (Geopunt).
Luchtfoto periode 2000-2003. Rechts de Boniverlei; zicht op de verschillende gebouwen, de tuin en het zwembad (Geopunt).

Marc Valkaert, 30 jaar na aankoop in 2009: “Toen er dringende aanpassingen moesten gebeuren, hebben we besloten te verkopen. We hebben onze handen meer dan vol met de uitbating van het hotel en het restaurant.” De vraagprijs was op dat moment 970.000 euro.

 

De villa raakte niet verkocht. In 2010 kwam er een nieuwe oproep via het VTM-programma 'De TV-makelaar'. Jozef Valkaert was overleden en moeder Rosa verbleef regelmatig aan zee. Die verkoop lukte opnieuw niet en zowel Rosa als haar ongehuwde zoon Walter bleven in de villa wonen. Tot in 2018.


Periode 2018-heden, conservator-restaurator Derek Biront

 

Mooi zicht op de villa en de wintertuin; de zo typerende bewakingsleeuwen waren er in 2018 niet meer (Knack, 30/1/2019, Luc Roymans, p. 43).
Mooi zicht op de villa en de wintertuin; de zo typerende bewakingsleeuwen waren er in 2018 niet meer (Knack, 30/1/2019, Luc Roymans, p. 43).
Derek Biront aan het werk (Gazet van Antwerpen 26/4/2019, Frederik Beyens, p. 17).
Derek Biront aan het werk (Gazet van Antwerpen 26/4/2019, Frederik Beyens, p. 17).

Derek Biront kocht de villa in april 2018 van de familie Valkaert. De villa wordt ook gerestaureerd, een meerjarenplan. Straks, in 2029, wordt de Japanse Villa, of zullen we uit koppigheid toch nog eens de Chinese Villa zeggen, 100 jaar.


Het zou wel heel mooi zijn als deze mijlpaal gehaald wordt.



Peter Crombecq, september 2026

Met dank aan Lutgarde, Ingrid & Herman Baetens, Katia Crombecq, Mark Daemen, Anouk Decavele, Erik Laforce, Isa Smolders, Marc Valkaert, Joris & Bettina Van der Mueren, Maria Van Esbroeck en alle medewerkers van het Historisch Archief.


Dit verhaal is een bijdrage aan “Edegems verleden, bewaard voor de toekomst” van het Historisch Archief Edegem. Het Historisch Archief is toegewijd aan het behoud van het papieren en digitale geheugen van Edegem. Door het verzamelen, inventariseren en digitaliseren van documenten, boeken, foto’s, tijdschriften, plannen en meer, zorgt het Historisch Archief ervoor dat de geschiedenis van Edegem bewaard blijft voor toekomstige generaties.


Disclaimer

Het verhaal is gereconstrueerd op basis van een aantal bronnen. We zijn ons ervan bewust dat nieuwe informatie uit andere bronnen het verhaal kan aanvullen, nuanceren of aanleiding kan geven tot aangepaste inzichten.

 

 

 

Referenties


[i] Onroerend Erfgoed Vlaanderen, Britselei 16, te raadplegen via https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/4883

[iii] Vincent Mercier, “Prins Diamant”, (Leuven: Van Halewyck, 2013), pp. 11-474

[iv] Vincent Mercier, “Prins Diamant”, o.c., pp. 431-433

[v] Onroerend Erfgoed Vlaanderen, Japanse Villa van 1929, te raadplegen via https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/12902

[vi] Gazet van Antwerpen, 26-4-2019, Suzanne Antonis & Frederik Beyens, “Wonen met Japanse folies”, p. 12

[vii] Document uit het archief van de familie Valkaert

[viii] Dirk Martens, “Op een kier”, (Leuven: Davidsfonds, 2009), p. 83

[ix] Document uit het archief van de familie Valkaert

[x] Anouk Decavele, “Villa Japonaise in Edegem (1929): Architectural Historical Analysis and Heritage Assessment”, (Leuven: KU Leuven/Master of Science in Conservation of Monuments and Sites, 2018), pp. 63, 149

[xi] Anouk Decavele, “Villa Japonaise in Edegem (1929): Architectural Historical Analysis and Heritage Assessment”, o.c., Annex 4, pp. 63, 149-153

[xii] Gazet van Antwerpen, 24-8-2017, “Je kunt boeken vullen met de geschiedenis van die auto’s”, p. 6

[xiii] Stambomen van de families Asselberghs en Daverveldt, Geneanet, te raadplegen via https://gw.geneanet.org/assel209?lang=nl&n=coetermans&p=therese+lucie+johanna&type=fiche

[xv] Interviews met de families Van der Mueren en Crombecq

[xvi] Historisch Archief Edegem. Pierre Hens, “Inkwartiering tijdens de Tweede Wereldoorlog in Edegem”, versie 17/8/2026

[xvii] Familiearchief Michielssen-Crombecq-Van der Mueren

[xviii] Interview met Raymond Crombecq op 8 februari 2005

[xix] Interview met Lutgarde en Ingrid Baeten op 17 Augustus 2026

[xx] Familiearchief Baeten, Akte van verkoop dd. 26 juli 1977,

[xxi] Vlaanderen is erfgoed, Japanse Villa van 1929, vermelding als “Japanse Villa”, te raadplegen via https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/12902

[xxii] Vlaanderen is erfgoed, Japanse Villa van 1929, vermelding als “Chinese Villa”, te raadplegen via https://inventaris.onroerenderfgoed.be/aanduidingsobjecten/7368

Opmerkingen


bottom of page