De verdwenen Sint-Luciakapel
- Pierre Hens & André Mens
- 6 minuten geleden
- 6 minuten om te lezen

Het deel van Edegem ten westen van de E19 wordt ook de Edegemse Hoek genoemd. Vroeger vooral omdat het een uithoek van Edegem was; in de periode van de Wilsonwijk kwam die Hoek plots erg tot leven. En die kreeg een kapel: de Sint-Luciakapel. De Wilsonwijk, inclusief kapel, verdween volledig, maar er zijn nog enkele artefacten in volle glorie te bewonderen. Eentje met een rare geschiedenis en een gekwetste pastoor.
Dit verhaal is een bewerkte versie van het origineel, geschreven door Pierre Hens en André Mens[i], aangevuld met een brief van pastoor Vermoesen.
De wijk ging niet naar de mis
De wijk behoorde toen nog tot de Onze-Lieve-Vrouw van Lourdesparochie. Voor de bewoners van de Doornstraat bedroeg de afstand tot de kerk al gauw 4 km. Vooral tijdens de wintermaanden was de verbinding tussen de wijk en het dorp slecht. De wijkbewoners zagen er dan tegenop om de mis in het dorp bij te wonen. Het waren trouwens niet alleen het weer of de afstand. Met de verantwoordelijkheid van zes of meer kinderen in huis was het niet evident om enkele uren vrij te maken om de misviering bij te wonen. Pastoor Geudens besloot dan maar om zelf naar de Edegemse Hoek te gaan. Hij verzamelde de bewoners in een schuur. Vanop een baal stro maande hij de mensen aan om de zondagvieringen in het dorp bij te wonen. De preek bracht geen beterschap. Pastoor Geudens, die het verhaal kende van de berg en Mohammed, besloot dan maar om de vieringen naar de wijk te brengen. Hij zou er een kapel bouwen.
Een schuur werd een heilige kapel
Op 12 april 1953 kocht de kerkfabriek van Edegem de schuur met aanpalende tuin van de voormalige Florishoeve voor de bouw van de kapel. De verbouwers, geholpen door een legertje vrijwilligers uit de omgeving, veranderden de schuur in een landelijke kapel die haar weerga niet had. De poorten werden dichtgemetseld en er kwamen Romaanse raampjes in de muren. Het dak werd vernieuwd, maar het indrukwekkende dakgebinte bleef behouden. Voor de binnenwand herbruikte men bakstenen van een afgebroken schuur. Heel de buurt hielp met het opkuisen van de stenen. De kerkfabriek kocht de stoelen. Ze kregen er ook in leen van de Pius X parochie. Zoals toen nog gebruikelijk, kregen de gulle schenkers, die bijdroegen aan de bouw van de kapel, hun persoonlijke stoel.



Lucia kende in Edegem al een grote verering vanaf de 16de eeuw. Zij werd dan ook de patrones van de nieuwe kapel.
In 1961 creëerde de Edegemse kunstschilder, beeldhouwer en glazenier Mark De Groot een beeld van de heilige Lucia. Het stelt een frêle, tengere Lucia voor, die het hemelse ideaal weerspiegelt.
Bij een kapel hoort een klok. Op 30 oktober 1955 wijdde mgr Schoenmaeckers twee klokken in. Een grote klok van 2.460 pond, gewijd aan Sint-Antonius, kwam in de basiliek te hangen. Het kleinere klokje, gewijd aan Kristus-Koning, was bestemd voor de St.-Luciakapel. Ze hing in een vrijstaande houten toren achter de kapel. De klok was een gift van de echtgenote van Eduard Renders. Ze staat nu op het dak van de Sint-Jozefkerk.

De priester die door iedereen geassocieerd werd met de Luciakapel was ongetwijfeld Emiel Vermoesen. Zonder de andere geestelijken tekort te doen, mogen we wel zeggen dat die man alle lief en leed deelde met zijn parochianen.
Zoals Hilda en Paul die 's zondags naar de mis gingen in de Luciakapel. Pastoor Vermoesen verzorgde daar de vieringen. Op een zondag kreeg de hoogzwangere Hilda een appelflauwte tijdens de mis. Om de dienst niet te verstoren, verlieten ze beiden de kerk. Dat was buiten pastoor Vermoesen gerekend. Die stopte zijn gebeden en liep naar ze toe. 'Maar Hilda, in uw positie moet ge niet naar de kerk komen; ge weet toch dat ge dan ontslagen bent van de zondagsplicht? Na deze absolutie kwam pastoor Vermoesen op zijn stappen terug en zette zijn mis verder waar hij gestopt was, een verbouwereerde Hilda achter zich latend. Ze was er helemaal van ontdaan.
Stel je voor: een pastoor die zegt dat je niet naar de mis hoefde te gaan. Zo was pastoor Vermoesen nu eenmaal[ii].
Kwade tijden voor de glasramen van de Sint-Luciakapel
![De Acht Zaligheden, glasramen die de zijmuren versierden. (uit De Zonneblusser[iii])](https://static.wixstatic.com/media/4f4777_2b5aed59e46b45e9a1b03631ef2eeb90~mv2.jpg/v1/fill/w_980,h_499,al_c,q_85,usm_0.66_1.00_0.01,enc_avif,quality_auto/4f4777_2b5aed59e46b45e9a1b03631ef2eeb90~mv2.jpg)
In 1961 reed pastoor Leonard Goossens op zijn damesfiets naar de Luciakapel voor een bedelpreek. Hij wilde de kapel van glasramen voorzien. Het geld kwam vlot
binnen en Jan Huet, professor in de glasschilderkunst aan de Academie van Antwerpen, ontwierp tien kleurramen. Achter het altaar prijkten de glasramen van ‘O.-L.-Vrouw van Lourdes’ en van ‘Sint-Antonius Eremijt’. De acht andere ramen, met als motief de Acht Zaligheden, versierden de zijmuren.
Wat er met de glasramen gebeurde, is een ander verhaal. Tijdens de afbraak van de kapel werden ze voorzichtig verwijderd. Ze kregen een veilig onderkomen in de ruime kelders van de basiliek. Ze hoorden eigenlijk toe aan de Sint-Jozefparochie, maar daar was geen plaats om ze te stockeren.


De Buizegemwijk, in volle expansie, kreeg een wijkschool en een kapel die in 1971 werd ingewijd. De Acht Zaligheden van de Sint-Luciakerk werden verwerkt in acht lichtbakken en kregen een plaatsje in de kapel.
Die was spijtig genoeg geen lang leven beschoren. Er ontstond brand op 26 december 1976 en de kapel ging samen met de glasramen volledig in vlammen op.
Ook met de twee overgebleven glasramen liep het niet goed af. Pastoor Leonard Goossens vond het zonde dat die kunstwerkjes zomaar lagen te verkommeren in zijn kelders. Hij vroeg aan glazenier De Groot om van twee glasramen één groot raam te maken.
Tot groot ongenoegen van pastoor Vermoesen, en hij legt uit waarom.
De pastoor was erg gekrenkt

De kapel in de Wilsonstraat bediende de hele Edegemse Hoek. De bewoners waren meestal kleine boeren en tuinders die het nog moesten maken. Ook de bewoners van de Wilsonstraat hadden het niet breed. Arme mensen zijn doorgaans heel solidair. Toen ze vernamen dat er een omhaling zou komen om de tien glasramen in hun kapel te bekostigen, hebben ze zich echt van hun beste kant getoond.
De onvrede over wat er met hun glasramen gebeurd is, is dus begrijpelijk. De parochianen van Vermoesen voelden zich achtergesteld. De glasramen hoorden hen toe. De mensen van de Edegemse hoek, ook de minder begoeden, hadden diep in hun portemonnee getast om ze te bekostigen. Bovendien kregen ze ook geen nieuwe kapel in hun wijk. Maar de rijke nieuwkomers, die daar in die chique wijk op Buizegem woonden, kregen die glasramen zomaar cadeau. Dat kon er bij de mensen in de Edegemse Hoek niet in.
En bij pastoor Vermoesen ook niet.

Op 1 november 2008, hij was 91, schreef hij een relaas van zijn carrière waarin hij er na meer dan 30 jaar op terugkwam[iv].
Pastoor Vermoesen: “De 2 kleine glasramen (O.L. Vrouw van Lourdes en Sint-Antonius), die in de Sint-Luciakapel achter het altaar stonden, vond ik bij een bezoek aan de basiliek in de rechteringang van de kerk, verwerkt tot 1 raam. Geen woord was daarover gevraagd of gezegd. Zij waren duidelijk eigendom van de Sint-Jozefparochie. En wat er met die 8 glasramen die de zijwanden van de kapel sierden is gebeurd? Die werden in lichtbakken geplaatst en naar de noodkapel (speelzaal) van de school op Buizegem overgebracht, ook zonder enig teken of vraag om goedkeuring. Mijn verwondering was groot die daar te ontdekken. … Ze werden alle 8 vernietigd door een aangestoken brand van de kapel op Kerstmis van het jaar 1976. Een onherstelbare ramp!! … De enige bedoeling van dit schrijven is de mogelijk toekomstige zoeker of schrijver van de geschiedenis van Edegem een handje toe te steken, als ze de waarheid willen achterhalen.”
Pastoor Emiel Vermoesen heeft dat verdriet tot aan zijn dood gedragen.
Hij overleed op 29 mei 2013 en werd 95 jaar.

Beste pastoor Vermoesen, wij hebben uw brief in het archief gevonden en willen hierbij helpen de waarheid te vereeuwigen.
Pierre Hens & André Mens, augustus 2026
Bewerkt door Peter Crombecq als blog
Dit verhaal is een bijdrage aan “Edegems verleden, bewaard voor de toekomst” van het Historisch Archief Edegem. Het Historisch Archief is toegewijd aan het behoud van het papieren en digitale geheugen van Edegem. Door het verzamelen, inventariseren en digitaliseren van documenten, boeken, foto’s, tijdschriften, plannen en meer, zorgt het Historisch Archief ervoor dat de geschiedenis van Edegem bewaard blijft voor toekomstige generaties.
Disclaimer
Het verhaal is gereconstrueerd op basis van een aantal bronnen. We zijn ons ervan bewust dat nieuwe informatie uit andere bronnen het verhaal kan aanvullen, nuanceren of aanleiding kan geven tot aangepaste inzichten.
Referenties
[i] Pierre Hens & André Mens, “Edegem, dat boerendorp van toen … “, Boek 2, (Edegem: Davidsfonds, 2016), pp. 158-168
[ii] Pierre Hens & André Mens, “Edegem, dat boerendorp van toen … “, o.c., p. 54
[iii] De Zonneblusser, 2013-4 p. 115, Glasramen Sint-Luciakapel
[iv] Historisch Archief Edegem. Brief Pastoor Emiel Vermoesen, d.d. 1 november 2008




Opmerkingen