top of page

Een Chinees paviljoen en een gekrenkte architect

Foto van schrijver: Joris Van der Mueren
Joris Van der Mueren
5 uur geleden
11 minuten om te lezen
(collectie Historisch Archief Edegem)
(collectie Historisch Archief Edegem)

Dit verhaal is gebaseerd op de bewaard gebleven briefwisseling[i] en andere historische bronnen. De brieven en gebeurtenissen vormen de historische basis. De dialogen, gedachten en sommige scènes zijn door de auteur verzonnen waar de bronnen geen uitsluitsel geven.

 

Edegem ontwaakt uit het boerendorp


In 1926 was Edegem de naam van boerendorp stilaan ontgroeid.

De bouwactiviteit nam zichtbaar toe.

Na de Eerste Wereldoorlog was er vraag naar nieuwe huisvesting.

Enkele jaren ervoor werd tegen de grens van Edegem en Wilrijk de Garden City tuinwijk gebouwd met maar liefst 260 woningen en 19 winkels. Ook in het dorpscentrum begon de verkaveling van verschillende gronden en de eerste, vaak grote villa's en herenhuizen verrezen langs de pas aangelegde straten en pleinen. Het toenmalige gemeentebestuur vond dat het toezicht op deze ‘bouwwoede’ niet langer zonder een deskundige in goede banen kon worden geleid. Burgemeester Alfons Schoesetters had van zijn Mortselse collega veel goeds gehoord over diens gemeentearchitect. Mede daardoor werd op de zitting van 19 maart 1926 beslist de heer Frans Van den Broeck te ontbieden ‘ten einde met hem te onderhandelen’.

  

De Lange en de diamantstad


Joseph de Lange (c) MJB-JMB
Joseph de Lange (c) MJB-JMB

In Antwerpen was rond die periode een architect actief die zijn sporen al duidelijk had verdiend. Joseph de Lange, die van oorsprong een Joodse Nederlander was, had op de Britselei een bloeiende praktijk die voornamelijk in dienst stond van de Joodse en de betere burgerij. Op zijn naam stond onder andere de synagoge in de Hoveniersstraat, maar ook de mooie herenhuizen van dokter Abraham Brandes en diamanthandelaar Henri Kleinberg waren van zijn hand.

Het is in die kringen dat de Lange vermoedelijk de rijke diamantairsweduwe Therese Daverveldt ontmoette.

Deze dame was een excentrieke wereldreizigster die beschikte over een gigantisch fortuin[ii]. Daar ze kinderloos was gebleven, had ze de vrijheid om haar vermogen volledig te besteden aan de dingen die ze leuk vond. Geïnspireerd door haar kosmopolitische levensstijl had ze het idee opgevat om aan de rand van de stad een zomerhuis te laten bouwen dat haar zou doen terugdenken aan het Oosten, vooral China en Japan. De Lange, die op de Britselei 10 woonde, was eigenlijk een naaste buur van haar, want zij woonde drie deuren verder in het statige herenhuis nummer 16. Hij leek haar de geknipte figuur om dit bijzondere project te ontwerpen.

 

Een zomerhuis uit het Oosten


Therese Daverveldt (collectie Maria Van Esbroeck)
Therese Daverveldt (collectie Maria Van Esbroeck)

In het najaar van 1928 stapte Therese Daverveldt zelfverzekerd het kantoor van architect de Lange binnen. De architect wist reeds dat het hier geen gewone koffieklets onder buren zou worden.

Nee, deze voorname dame kwam naar hem toe met een bijzonder plan in haar hoofd. Een plan dat hij in de praktijk moest omzetten.

 

“Mevrouw Daverveldt, waarmee kan ik u van dienst zijn?”

“Ik droom van een zomerverblijf, een paviljoen in de groene stadsrand van Antwerpen,” vertelde de vrouw, nippend aan haar aangeboden koffie.

“Ik heb mijn oog laten vallen op een stuk grond naast de spoorweg, niet ver van het treinstationnetje van Edegem.”

“Edegem, dat is echt op den buiten”, zei de Lange. “Daar zal het wel wat rustiger zijn dan hier in de stad.”

“Inderdaad, en je vindt er nog veel groen; de koeien komen er haast uit je hand eten”, lachte de vrouw.

De Lange huiverde bij die gedachte, maar liet dat niet merken.

“Mijn praktijk heeft natuurlijk de nodige ervaring met zowel grote projecten als ook burgerhuizen, dus het realiseren van een ‘demeure d'été’ kan voor ons geen probleem zijn.”

“Het zou geen gewoon zomerhuis moeten worden, Maître”, sprak de dame raadselachtig. “Ik dacht meer aan een paviljoen, een Oosters paviljoen”

 

De Lange was verbaasd over het idee, maar liet het niet merken. Hij zag dadelijk ook opportuniteiten. De wereldtentoonstelling die in Antwerpen op het programma stond, was al volop het onderwerp van gesprek in de Koninklijke Maatschappij der Bouwmeesters van Antwerpen in de Keizerstraat. Een beetje internationale ervaring zou dus weleens van pas kunnen komen. Zo'n Chinees of Japans paviljoen zou bovendien zijn kantoor sterk in de kijker zetten en mogelijke rijke ondernemers kunnen warm maken voor soortgelijke projecten.

“Een merkwaardig, maar zeer interessant idee, madame Daverveldt. Ik kan niet wachten mijn eerste gedachten aan het bouwkundig papier toe te vertrouwen”

 

In Edegem had de gemeentelijke bouwmeester zijn handen meer dan vol. Hij was nu een kleine twee jaar geleden aangesteld en sindsdien lag zijn bureau bezaaid met steeds meer bouwplannen, tekeningen en dossiers. Villa's, villa's en nog eens villa's. Het leek wel of de halve Antwerpse elite naar Edegem wou komen wonen. Streng maar rechtvaardig, dat was het motto van Van den Broeck, die elk document plichtsbewust onder de loep nam en zijn opmerkingen en bezorgdheden ijverig noteerde.

Louis Verbiest en de Minerva van madame Daverveldt (collectie Maria Van Esbroeck).
Louis Verbiest en de Minerva van madame Daverveldt (collectie Maria Van Esbroeck).

De Minerva van madame Daverveldt, die uit de richting van Antwerpen kwam, naderde via de Hovestraat het station van Edegem. Haar chauffeur, Louis Verbiest, parkeerde aan Café de la Station. In zijn witte lange jas met gouden knopen en een bijbehorende kepie opende hij het passagiersportier. De galante de Lange hielp zijn cliënte Daverveldt bij het uitstappen.

 

“Het ruikt hier echt naar den buiten”, zei de dame licht snuivend, waarop de architect niet al te enthousiast haar bewering bevestigde. In de deuropening stond de herbergier Jan Frans Bal nieuwsgierig naar de twee deftige mensen te kijken. “Chique volk van ’t stad,” zei zijn vrouw Wiske, die achter hem over zijn schouder gluurde. De Lange tikte met zijn wijsvinger tegen zijn hoed als groet. Ze liepen op de veldweg naast de spoorlijn, die Boniverlei Noord werd genoemd, richting de beoogde bouwgrond. Ze passeerden Villa Mon Rêve en wat verder Villa Les Chevrefeuilles. Beide woningen lagen verscholen in omhaagde tuinen tussen statige bomen. “U hebt alvast bekende buren,” zei de architect, wijzend naar het kasteel van Mussenborg, waarvan de tuin grensde aan het te bebouwen perceel. “Ik ga misschien wel eens bij mevrouw Gevers op de koffie,” lachte mevrouw Daverveldt, “of ik vraag haar om mijn boeken te signeren.” De architect glimlachte en knikte, maar in gedachten zag hij het paviljoen al staan, in al zijn pracht en praal. “Dit ontwerp zal mijn veelzijdigheid als architect nog maar eens bevestigen en de kans dat men mij vraagt voor een project bij de wereldtentoonstelling zeker vergroten,” mijmerde hij. “Ik zorg ervoor dat u tegen de zomer nog van de zon kan genieten.” “Ik ga morgenvroeg meteen aan het werk.”


Botsende werelden: de plannen op tafel


Drie weken later lag er op het bureau van de Edegemse bouwmeester een grote envelop met in de linkerbovenhoek: Architect de Lange - Britschelei 10, Antwerpen

De Lange…, zuchtte Van den Broeck. Hij herinnerde zich zijn confrater nog uit de tijd dat ze beiden voor architect studeerden. Wat kwam zo'n bekende bouwheer hier in Edegem zoeken? Van den Broeck had destijds voor de ambtenarij gekozen, terwijl de Lange zich had gestort op meer uitdagende projecten. Hoewel ze leeftijdsgenoten waren, hadden ze duidelijk elk een andere weg ingeslagen. Nieuwsgierig opende hij de omslag en haalde de brief eruit. Hij las hem aandachtig:

 

ARCHITEKT de LANGE

Britschelei, 10

Antwerpen, 10 januari 1929

Dossier Mme Daeverveldt

 

Weledele Heeren,


In naam van Mevrouw Daeverveldt, Britsche Lei, 16, zend ik U hierbij de vereischte plans tot het geven van de toelating tot bouwen van eene villa, op eenen grond gelegen langsheen de yzeren weg van Edeghem, dicht bij de bareel waar deze weg overschreden wordt door de groote baan Antwerpen  - Brussel.

 

Niet twijfelende of U zult ons de gevraagde toelating wel willen verleenen, verzoek ik U, Weledele Heren, de verzekering mijner hoogachting te aanvaarden.


Vijf dagen later lag er opnieuw een brief van De Lange op het bureau. Daarbij zaten twee tekeningen die de ligging van de te bouwen villa aan de Boniverlei aangaven. Hetgeen Van den Broeck meteen opmerkte, was dat op het plan nergens een duidelijke schouw was getekend. Wanneer er verwarmd zou worden met een ‘chaufage', zou er toch een grote stookruimte moeten worden voorzien. Op de plannen zag hij slechts wat kleine ondergrondse kamertjes.

“Wat gaat zo'n rijke dame met zo'n kleine kelders doen?”, mompelde Van den Broeck. “Gaat ze daar haar patatten en heel haar voorraad inmaakpotten en andere voedingswaren opslaan? Of moest zo'n chique madam niet eten misschien?”

Dat slechts één draagbalk het hele gebouw zou ondersteunen, leek Van den Broeck onmogelijk. Voor hem was het duidelijk: hier zou geen gewoon woonhuis worden gebouwd. Dit paviljoen zou mogelijk voor andere, minder eerbare doeleinden worden gebruikt. Doeleinden die ze in Edegem best konden missen en beter bleven waar ze vandaan kwamen: in de grote stad.


Het antwoord van Van den Broeck liet weinig aan duidelijkheid te wensen over:

 

Edegem 16 Januari 1929

 

​Myheer de Lange,

 

​Hiermede breng ik ondergeteekende Bouwmeester der Gemeente Edegem U in kennis van de goede ontvangst uwer plans voor een Pavilloen'en brief van 15 dezer,en zend U bygaande schryven met volgende opmerkingen.

1.    Op geen enkel plan is er een schouw te bemerken niet in gevels, plans of doorsneden,alleenlijk is er op het plan van gelykvloers hal een gestippelde schouw te zien, zoo dit een schouw zoude zyn, zoo zou er in opstand aanduidingen moeten gegeven worden hoe die schouw komt,en opgetrokken wordt 0,50M boven hoog dak.

2.    ​Het is waarschijnlijk dat er chaufage komt, dan zouden er aanduidingen moeten gegeven worden van stookkelderen schouw, daar er op de plans niets van te zien is.

3.    ​Op geen enkel slaapkamer is er een schouw te zien, ik versta niet wat dit moet beteekenen, als er geen chaufage is, of zoude zyn.

4.    ​De draagbalk (wit in doorsnede A B) draagt deze gansch over de bouw? Dit is byna onmogelyk, dan zouden wy door dak komen, zo niet dan moet hy dragen op twee halfsteensche muren, waarop dan een muur komt van 28 cm. dik en ongeveer dry meters hoog, niet aan te nemen.

5.    ​En voornaamste. Met algemeen nazicht komt het my voor dat het gebouw iets anders dan woonhuis is. Het is wel verstaan Mr de Lange, dat het gebouw een woonhuis zal zyn en geen ander doeleinden zal hebben, zoo ja, zou dit by de aanvraag moeten gevoegd worden, MET BRIEF TOT WELKE DOEL EINDEN HET GEBOUW ZAL GEBRUIKT WORDEN. Ik veronderstel zulks door verschillende teekens, kelders zyn klein voor zulk groot gebouw enz.

​

Ik verlang dus in naam van het Gemeentebestuur van Edegem een brief waarop de eigenares zelf zal teekenen tot wat doeleinden het gebouw zal gebruikt worden, en van U een antwoord op de aangemelde punten.

 

​Ondertusschen waarde Confrater,

welgemeende groeten.

 

F. Van de Broeck

Gemeentelijk bouwmeester

Edeghem

 

De Lange verslikte zich haast in zijn ochtendkoffie toen hij de brief van Van den Broeck las, die ’s morgens door zijn bediende op zijn bureau was gelegd: “Dit is toch Godgeklaagd. Wat denkt dat plattelandsarchitectje wel, dat boerke van den buiten, dat hij mij de les kan spellen?” Dadelijk schoot hij in actie en schreef een vlammende repliek:

 

ARCHITEKT de LANGE

​Britschelei, 10

Antwerpen, 21 januari 1929

 

Aan Den Heer VAN DEN BROECK,

Gemeentelijk Bouwmeester, Edeghem.

Dossier Mevr Daeverveldt.

 

​Geachte Collega,

 

​Ik ben in bezit van Uw schrijven van 16 Januari en antwoord U hierop dat het Chineesch paviljoen te bouwen voor Mevrouw Daeverveldt dient om eenige maanden per jaar, in den zomer, daar te verblijven. ​De schouw in de zaal wordt met gaz verwarmd en is het dus niet noodig eene schouw door het dak te laten. Alle andere plaatsen worden zoo noodig elektrisch verwarmd. Het staat toch een ieder vrij schoorsteenen in de kamers te maken of niet. ​De betonbalk waarover U spreekt draagt niet op een halve steensche muur, doch wel in den achtergevel. U schijnt deze constructie niet goed ingezien te hebben. ​Het schijnt mij zeer vreemd dat U dit paviljoen niet als een woonhuis kunt beschouwen. De eigene inrichting wordt door de eigenaars bepaald zooals zij wil en ik zou Mevrouw Daeverveldt niet de oneer willen aandoen de brief, welke U mij zogezegd in naam van het Gemeentebestuur stuurt, voor te leggen; ik zou aan zulke achtebare dame als Mevrouw Daeverveldt de insinuaties van Uw schrijven niet durven mededeelen.

Ik meen aan Uw verlangen voldaan te hebben met U mede te deelen dat het gebouw tot Zomerverblijf dient voor mijne kliente.

​Hoogachtend, 

Uittreksels van de originele brieven (collectie Historisch Archief Edegem)
Uittreksels van de originele brieven (collectie Historisch Archief Edegem)

Op de wekelijkse vergadering van het schepencollege stond de brief van Architect de Lange als voornaamste punt op de agenda. De blauwdrukken van de Japanse of Chinese villa lagen over de tafels verspreid. Van den Broeck, die eveneens was uitgenodigd, werd verzocht zijn bezwaren te verdedigen.

“Een Oosterse pagode aan de Boniverlei, mijne heren? Dat hoort toch niet. Het is overduidelijk in strijd met de gemeentevoorschriften. En dan wil ik het nog niet eens hebben over de overlast die zo'n - excusez-moi les mots - ‘veredeld bordeel' met zich mee kan brengen. Zo'n architecturaal wanschepsel zou bovendien de harmonie van deze residentiële laan verstoren en mogelijk heel wat kijklustigen en kermisvolk aantrekken.”

Burgemeester Arts leunde languit achterover in zijn zetel. Als succesvol kleermaker en zakenman, en eigenaar van het Modepaleis in Antwerpen, had hij duidelijk een andere, meer visionaire kijk dan de ambtenaar Van den Broeck. Hij wist als geen ander dat tijden veranderen en de zeden met hen meegingen. Tempora mutantur, nos et mutamur in illis was een leuze die hij altijd in gedachten hield. Bovendien zag hij Van den Broeck als een erfstuk uit een vorige legislatuur. Zijn voorganger Schoesetters, een molenaar uit Kontich, had hem aangeworven en zijn statutaire benoeming bracht met zich mee dat hij met deze man verder moest. Van den Broeck vertegenwoordigde nog steeds de conservatieve katholieke Tata's geest, vroom en plattelands, wakend over de goede zeden en wantrouwend tegenover alles wat van buiten het dorp kwam. De Tutu's, de progressieve katholieken, waarvan Arts de kopman was, hadden, samen met de socialisten, de meerderheid in de gemeenteraad en hadden weinig boodschap aan het oubollige moraalgepreek van de gemeentelijke bouwmeester.

 

Onder de schepenen was er dus niet veel discussie om het advies van de gemeentearchitect van de tafel te vegen. Al snel werd er een excuusbrief naar de Britselei verstuurd:

 

​Aan den Heer Bouwmeester de Lange

Britselei 10

Antwerpen.

 

24 Januari 1929

​

​Mynheer de Lange,

​Het Schepencollege heeft kennis genomen van Uw schryven gericht aan den Heer Van den Broeck, bouwmeester onzer gemeente, betrekkelyk de vraag tot bouwen van een Chineesch paviljoen voor rekening van Mevrouw Daeverveldt.

​Het College houdt er aan er op te wyzen, dat het schryven uitgaande van den Heer Van den Broeck dient aanzien te worden als zynde van persoonlyken aard, waarmede het zich volstrekt niet t'akkoord verklaart.

​Het is buiten twyfel -gezien de aanduiding vermeld op het plan- dat het ontwerp tot geen ander doeleinde kan gebezigd worden dan tot woonhuis. Het spyt ons ten zeerste dat Mr Van den Broeck rechtstreeks met U in briefwisseling is getreden, zonder ons kennis te geven van de in hoogerbedoeld schryven, aangehaalde opmerkingen.

​Wy hopen, Mynheer de Lange, het incident hiermede gesloten en zullen U eerstdagen het goedgekeurd ontwerp overmaken.

​

Ondertusschen gelief te aanvaarden, Mynheer de Lange de uitdrukking onzer gevoelens van ware hoogachting.

​

By bevel:

De Secretaris,                                                     De Burgemeester,


Uittreksel van de originele brieven (collectie Historisch Archief Edegem)​
Uittreksel van de originele brieven (collectie Historisch Archief Edegem)​

De geboorte van een Edegems monument

 

De goedkeuring liet niet lang op zich wachten en spoedig werd er met de bouw gestart. Tegen de zomer waren de werkzaamheden beëindigd en Edegem was een monument rijker. Architect de Lange tekende na het Oosters paviljoen nog verschillende plannen voor grote bouwwerken en werkte mee aan projecten voor de wereldtentoonstellingen in Antwerpen en Brussel. Hij overleed in 1948 na een rijkgevulde carrière.

 

Gemeentelijk bouwmeester Van den Broeck bleef nog jaren in trouwe dienst werken voor de gemeente Edegem en werd in 1951 eervol ontslagen wegens gezondheidsredenen. Uit waardering mocht hij de eretitel van zijn ambt blijven dragen.

 

De Chinese of Japanse villa staat er nog steeds en blijft een merkwaardig stukje erfgoed in de gemeente Edegem[ii].

 

Joris Van der Mueren, september 2026

Met dank aan Peter Crombecq, Erik Laforce, Pierre Hens en alle medewerkers van het Historisch Archief.

Dit verhaal is een bijdrage aan “Edegems verleden, bewaard voor de toekomst” van het Historisch Archief Edegem. Het Historisch Archief is toegewijd aan het behoud van het papieren en digitale geheugen van Edegem. Door het verzamelen, inventariseren en digitaliseren van documenten, boeken, foto’s, tijdschriften, plannen en meer, zorgt het Historisch Archief ervoor dat de geschiedenis van Edegem bewaard blijft voor toekomstige generaties.

 

Disclaimer

Het verhaal is gereconstrueerd op basis van een aantal bronnen. We zijn ons ervan bewust dat nieuwe informatie uit andere bronnen het verhaal kan aanvullen, nuanceren of aanleiding kan geven tot aangepaste inzichten.



Referenties

[i] Historisch Archief Edegem, “Bouw Japanse Villa”, briefwisseling gemeente Edegem en architect de Lange

[ii] Historisch Archief Edegem, “Japans of Chinees? Het raadsel achter de meest mysterieuze villa in het hart van Edegem”, te raadplegen via https://www.historischarchiefedegem.be/post/japanse-villa-in-edegem

Opmerkingen


bottom of page