Het Bloedspoor naar De Vlinderkens: de moord op diamantair Charles Provo

Dit verhaal is gebaseerd op de moord op diamantair Charles Provo in 1912. De gerechtelijke stukken, getuigenverklaringen en krantenartikelen vormden de historische basis[i],[ii]. Waar de bronnen zwijgen, heeft de auteur de gebeurtenissen en
dialogen fictief ingevuld.
Episode 1: Het schimmenspel bij middernacht
Edegem, een nacht in september 1912.
Het was een koude nacht, een beetje abnormaal voor de tijd van het jaar; de thermometer wees nauwelijks vier graden boven nul aan. De klok van de Sint-Antonius Abtkerk in het wat verder gelegen dorp sloeg één keer. Het was even na middernacht. In het kippenhok, dat achter in de omhaagde tuin van Villa De Vlinderkens stond, waren de bewoners al lang op stok.
Net naast het hok was een rijzige gestalte, geheel in het zwart gekleed, bezig met graven. Soms stopte hij even en keek hij over zijn schouder in de donkere tuin. Het leek wel of hij iets te verbergen had. Hij wilde koste wat kost vermijden dat iemand hem zag.
Episode 2: Het symbool van de elite

De Hovestraat, waar de villa zich bevond, was toen nog een weg van kasseien en aangestampte aarde. Aan weerszijden van de straat stonden wel meer indrukwekkende huizen van begoede burgers die hun bedrijf of kantoor in de stad hadden en na hun dagtaak de rust van het landelijke Edegem verkozen om te wonen in plaats van de drukke metropool. Villa De Vlinderkens was vrij nieuw en gebouwd in cottagestijl. In het traliewerk van de voordeur was een vlindermotief verwerkt.

Die nacht stond er voor de smeedijzeren poort, in de schaduw van twee statige populieren, een indrukwekkende automobiel geparkeerd. Een grijze Minerva Torpedo. Deze wagen van Belgische makelij was destijds het neusje van de zalm. Hij kostte toen tussen de 15.000 en 20.000 Belgische frank. Als je weet dat in die tijd een arbeider hiervoor meer dan tien jaar moest werken, kan je wel concluderen dat zulke exclusieve 'voiture' enkel was weggelegd voor de meer dan welgestelde burgerij. Het was een waar statussymbool voor de rijke elite.
Episode 3: De onheilspellende brief van P. Karowski
Berchem, Sint-Hubertusstraat.
Een week eerder.
Tussen het stapeltje post dat 's ochtends door de dienstmeid op het bureau van de diamantair werd gelegd, zat een kort, zakelijk briefje met de tekst:
Ik heb het genoegen u maandagavond om 8 uur te komen bezoeken voor de aankoop van een partij diamanten.

Verder vertelde de schrijver dat hij Russisch was en de edelstenen daarna verder in zijn land zou verhandelen.
Ik betaal contant.
Was getekend: P. Karowski.
Hoewel Charles Provo, de diamanthandelaar in kwestie, een zekere faam had in het wereldje, had hij van P. Karowski nog nooit gehoord. Het was ook nogal ongebruikelijk dat klanten thuis werden ontvangen, daar de handel in diamanten meestal werd gevoerd in de gelijknamige wijk rond het Centraal Station. Provo was een rasechte Antwerpenaar en was dan ook, in tegenstelling tot de meerderheid van zijn collega’s, in de stad opgegroeid. Geboren en getogen.
Episode 4: Het misleidende telegram en een spoorloze verdwijning
De dag van de afspraak gaat Provo langs zijn kluis in de diamantclub om zijn stenen op te halen.
Om 7 uur 's avonds wordt er in de Sint-Hubertusstraat aan de deur gebeld. Buiten de geheimzinnige Rus had Provo geen verdere afspraken gepland en hij was dan ook verrast toen hij de deur opentrok en een geüniformeerde postbode voor hem stond met een brief in de hand.
"Telegram voor mijnheer Provo", verkondigde de ambtenaar bijna officieel. "Wilt u hier even aftekenen alstublieft?"
Nieuwsgierig deed Provo de envelop open en las de korte tekst:
IK BEN ONWEL. STOP. ONMOGELIJK TE KOMEN. STOP. REIS UITGESTELD TOT EINDE VAN DE WEEK. STOP.
Een beetje ontstemd ging Provo 's anderendaags 's morgens terug naar de diamantclub om de stenen veilig in bewaring te geven.
Sindsdien heeft niemand hem nog gezien. Hij is... verdwenen.
Die avond kreeg de familie nog wel een telegram:
BEN NAAR BRUSSEL VOOR ZAKEN. STOP. WEES NIET ONGERUST. STOP.
De familie was enigszins verbaasd, want dit was niet zijn manier van doen. Provo's zaken werden meestal in Antwerpen gedaan en een verplaatsing naar een andere locatie was eerder uitzondering dan regel.
Episode 5: Paniek bij de familie en de zoektocht in Brussel
Daar de diamantair na twee dagen nog niet was teruggekeerd, begon de familie zich zorgen te maken.
"Ik ga onze vader als vermist opgeven op het politiekantoor", zei de oudste zoon van het gezin. "Hier klopt iets niet."
En zo trok de jongen naar het Frederik de Merodeplein, waar naast het gemeentehuis ook het politiesecretariaat gevestigd was.
Intussen had Provo's vrouw contact opgenomen met haar broer, die in Brussel werkzaam was. Ze vertelde over de verontrustende verdwijning van haar echtgenoot en haar broer beloofde om eens poolshoogte te nemen. De daad bij het woord voegend trok Raymond Verschueren langs de sjieke Brusselse hotels die destijds bezocht werden door de beau monde, in de hoop wat van zijn schoonbroer te vernemen.
In zowel Hotel Métropole aan het De Brouckèreplein als het gloednieuwe Astoria Hotel ving hij bot en in het Hotel Bellevue et Flandre wilden ze hem geen informatie geven.
"C'est confidentiel, Monsieur, nos clients tiennent beaucoup à leur vie privée."
Gelukkig voor Raymond bleken hoofdconcierges met goudgekleurde sleutels op hun revers vatbaar om, voor enkele bankbiljetten, hun principes even opzij te zetten. Helaas, ook zij hadden Provo niet te gast gehad.
Episode 6: De financiële nood van Villa De Vlinderkens

Edegem, Villa De Vlinderkens, een week voor de verdwijning.
In het salon van Villa De Vlinderkens in de Hovestraat 68 hing een blauwe waas van sigarenrook. Het raam in de erker waar het salon zich bevond, stond licht gekanteld. De zware fluwelen gordijnen bewogen zachtjes en de frisse lucht die binnenkwam, mengde zich met de geur van verbrande tabak. Het zachte gele licht van de schemerlamp vormde een schril contrast met de duistere straat waar de lantaarnopsteker zijn ronde begon om de gaslampen aan te steken.
In de bruine Chesterfieldzetels die op het Perzisch tapijt stonden, zaten twee jonge mannen. Gaston Vergouts had een opvallende gekrulde snor en zijn broer Richard een rosse baard. Voor hen stond een guéridon, een eenpotig tafeltje, met daarop twee cognacglazen naast een kristallen karaf. Het ritmisch geknetter van de brandende houtblokken in de haard zou normaal gesproken voor een gezellige sfeer moeten zorgen. Helaas, niets was minder waar.
Gaston was vroeger een gevierd wielrenner, maar was nu makelaar. Zijn grote droom was ooit de bouw van een nieuwe velodroom te financieren in de zuidrand van Antwerpen, ergens tussen Wilrijk en Edegem. Maar nu hield hij zich, naast zijn werk als makelaar, samen met zijn broer bezig met de automobielsport. Door zijn luxueuze leefstijl en megalomane dromen was bij hem de nood aan financiële middelen bijzonder groot.
Hoewel de met art-nouveau-elementen gedecoreerde villa gehuurd werd door zijn schoonmoeder, deed Gaston graag alsof ze van hem was. Zijn dure smaak, zijn hobby en vooral zijn prachtige automobiel hadden hem al handenvol geld gekost. Zijn inkomsten konden zijn hoge uitgaven nauwelijks nog volgen. De jongere Richard had al meermaals bedenkingen bij de royale levenswandel van zijn broer, maar omdat hij regelmatig mee kon profiteren van diens uitspattingen, hield hij wijselijk zijn mond. Tot die avond...
Episode 7: "Broer, ik heb een plan..."
Terwijl buiten het geklop klonk van paardenhoeven en het knarsen van de wielen van een boerenkar, klaagde Gaston zijn nood bij zijn jongere broer.
"Het geld is op, broer, of toch bijna. Zo kan het niet meer verder."
De doorgaans zwijgende Richard probeerde zijn broer op te monteren.
"Komaan broer, zo erg kan het toch niet zijn, iedereen heeft het toch al eens moeilijk."
"Nee, broer," sprak Gaston. "Die automobielwedstrijden kosten me handenvol geld en mijn fortuin begint stilaan op te raken. Voor jou is het makkelijk. Jij moet alleen maar met die wagens rijden. Bovendien moet ik volgende maand naar Brecht om de pachtgrond van het jachtgebied te betalen."
Daar had Richard niet van terug; het geld voor die dure hobby kwam inderdaad van Gaston. Richards bijdrage lag eerder bij het sportieve. Ook het jagen en alles wat erbij hoorde, nam Gaston voor zijn rekening.
Een tijdlang zeiden beide broers niets meer en nipten ze enkel af en toe van hun drankje. Beiden staarden zwijgend voor zich uit tot Gastons gezichtsuitdrukking veranderde en hij de oplossing leek gevonden te hebben door naar de slinger van de staande klok te kijken die tegen de wand stond.
"Broer," zei Gaston. "Ik heb een plan..."
Episode 8: Vervalst handschrift in de telegraafzaal
Brussel, drie dagen na de verdwijning.
Raymond Verschueren zijn zoektocht langs de deftige Brusselse hotels had niets opgeleverd. Ook in Grand Café de la Bourse tegenover de Beurs en La Maison du Cygne, plaatsen die gefrequenteerd werden door de Brusselse elite, had men zijn schoonbroer niet gezien.
Ten einde raad besloot hij naar het grote Hôtel des Télégraphes aan de Wolvengracht te gaan, het bruisende zenuwcentrum van de telegrafie in België. Gelukkig had Raymond daar zijn contacten. Achter een van de houten loketten zat een vroegere jeugdvriend die hem zeker kon helpen.
Op de balie lagen telegraafformulieren waarop de boodschappen in korte, krachtige zinnen konden worden genoteerd. Nadat de woorden door de telegraafklerk werden geteld, ging het papier verder naar de telegrafist, die ze in morsecode verzond. Het originele document werd bewaard als bewijs.
Het was een kleine moeite voor zijn vroegere makker om dit bewijsstuk op te sporen. Toen Raymond het papier in handen kreeg, was het voor hem duidelijk: dit was niet het handschrift van Charles. Zijn schoonbroer was naar alle waarschijnlijkheid ontvoerd.
Episode 9: Onderzoeksrechter Lamproye en de getuigenissen
Antwerpen, kantoor van onderzoeksrechter Lamproye.
Ook voor onderzoeksrechter Jos Lamproye liet deze onrustwekkende verdwijning weinig twijfel bestaan, meer nog: hij opende de zaak als 'moord en gediefte.' Ook de kranten waren in de ban van de mysterieuze verdwijning en Lamproye liet dan ook een paginagroot opsporingsbericht plaatsen:
ONRUSTWEKKENDE VERDWIJNING
Men verzoekt ons onderstaand bericht op te nemen:
Sinds dinsdag laatstleden wordt de heer Charles Provo, diamantkoopman, wonende te Berchem, vermist. De heer Provo verliet dinsdagochtend 24 september zijn woning om zich naar zijn zaken te begeven en is sedertdien niet meer teruggekeerd.
Signalement:
Leeftijd: ongeveer 40 jaar. Verschijning: rijzig met snor en pointu, verzorgd voorkomen. Kledij: Blauw kostuum, witte das met blauwe stippen, een dasspeld met diamanten. Hij droeg ook een zwarte jas met bolhoed.
Verder werd nog vermeld dat de vermiste een teen miste aan zijn rechtervoet.
De Antwerpse diamantclub loofde zelfs een premie van 2.000 Belgische frank uit voor de 'gouden tip'.
Omdat de naam Karowski noch in de diamantwereld noch bij de Brusselse politie bekend was, kwam Lamproye al snel tot de conclusie dat de geheimzinnige Rus niet bestond. Hij besloot zijn onderzoek voortaan op Antwerpen te richten.
Intussen had de zaak heel wat opschudding teweeggebracht in de Antwerpse diamantwereld, maar ook onder de lokale bevolking. Net als vandaag waren er veel mensen op sensatie belust. Er kwamen dan ook tientallen anonieme brieven bij het parket. Veel hielpen de zaak niet vooruit.
Enkele brieven bleken wel om dezelfde situatie te gaan en het parket riep de getuigen op om zich bekend te maken. Er werd absolute discretie beloofd.
● Getuige-Alpaerts, tramontvanger op de lijn Berchem:
"Op dinsdag 24 september zag ik op de Mechelsesteenweg een sjieke auto; het was de auto van Vergouts. Achteraan zat mijnheer Provo. Ik ken beide heren zeer goed, daar ze vaak de tram namen. Naast Vergouts zat een mij onbekende man met een 'nen rosten board'. Mijnheer Provo knikte nog naar mij toen mijn tram halt hield aan café 'au Petit Paris'."
● Getuige-Van Mol, bediende bij de gasmaatschappij:
"Op 24 september zag ik een 'schone grijze automobiel' onder de spoorbrug rijden. Het was aan café 'Le Juif Errant' aan de Transvaalstraat. Ik zag mijnheer Provo, die mij vriendelijk groette, daar ik hem al tien jaar kende. Ik heb de gasinstallatie nog bij hem thuis geplaatst. Ook de chauffeur herkende ik, het was Gaston Vergouts. Ik heb hem vaak op de velodroom gezien."
● Getuige-Frank R., diamantslijper te Antwerpen:
"Ik heb de heer Provo, die ik zeer goed ken, zien praten met een chauffeur in een grijze auto op de Leopoldlei, waarna hij in diens auto is gestapt."
Ook nog andere oplettende burgers beweerden de diamanthandelaar op de dag van zijn verdwijning in een schone voiture te hebben gezien.
In een gesprek met de echtgenote van Provo komt Lamproye ook te weten dat Vergouts de dag vóór de verdwijning in de Sint-Hubertusstraat is komen aanbellen om de diamantair te spreken.
"Mais oui, Monsieur le Juge, we kennen mijnheer Gaston zeer goed, hij heeft vroeger in onze straat gewoond."
Episode 10: De confrontatie op het kantoor
Voor de onderzoeksrechter werd het nu duidelijk dat de voormalige wielerkampioen de spil was in de verdwijningszaak van de onfortuinlijke diamantair. Dan waagt hij een gedurfde gok: hij nodigt Vergouts uit voor een gesprek.
Wanneer deze het kantoor binnenstapt, zitten, buiten de onderzoeksrechter, drie getuigen en wijzen hem formeel aan als chauffeur van de wagen waar Provo zat op de dag dat hij verdween. Toen het gezelschap zich naar buiten begaf om de wagen van Vergouts te bekijken, bevestigden zij eensgezind dat dit de auto was.
Geagiteerd zei Vergouts: "Dit is onmogelijk, mijn auto was die dag in de garage voor een onderhoud, dat kan je navragen bij de garagist. Ik heb mijnheer Provo de laatste dagen ook niet gezien."
Onderzoeksrechter Lamproye had serieuze bedenkingen. Vergouts had Provo de dag voor zijn verdwijning nog gesproken. Bovendien hadden verschillende getuigen hem en zijn automobiel zonder aarzelen herkend. Voor Lamproye was het helder: Vergouts sprak de waarheid niet, hij loog.
Daarnaast vernam Lamproye dat Richard Vergouts een opvallende rosse baard droeg. De puzzel leek langzaam in elkaar te vallen. Alleen ontbrak nog het beslissende stuk.
Episode 11: Gruwelijke vondst in de bossen van Brecht

Brecht, vrijdag 4 oktober 1912.
Het was boswachter Louis Vanaart die 's morgens vroeg het kantoor van de rijkswachtbrigade Noorderkempen binnenstapte met verontrustend nieuws. Hij had op zijn dagelijkse ronde in het corporatiebos van de stad Antwerpen een perceel omgewoelde aarde opgemerkt onder een paar dennenbomen. Ook had hij bandensporen gevonden, wat merkwaardig was, omdat er op deze plek nooit voertuigen doorreden.
Enkele rijkswachters haastten zich, samen met gemeentearbeider, de heer Bolschouwer, naar de door Vanaart aangewezen plek. Ook kolonel Tissot kwam ter plaatse.
Na iets meer dan een meter gegraven te hebben, stootten ze op het stoffelijk overschot van een man. Ook wat verderop werden twee lege jachthulzen gevonden.
De lijkschouwing wees uit dat de dood het gevolg was van een geweerschot op korte afstand gelost en na de dood was het hoofd met schupslagen bijna onherkenbaar gemaakt, schreef Tissot in zijn verslag. Wat de lijkschouwer ook opviel, was dat de overledene aan zijn rechtervoet een teen ontbrak.
Kolonel Tissot besefte het belang van de zaak-Provo en stuurde zijn verslag door naar onderzoeksrechter Lamproye, die zich terstond haastig naar Brecht begaf.
Voor hem was één detail doorslaggevend: het lichaam was gevonden op het jachtgebied van Gaston Vergouts.
André Provo, de broer van de juwelier, moest naar het bos komen en hij herkende zijn broer meteen en barstte in snikken uit: "Dit is inderdaad mijn broer Charles."
Ook Gaston Vergouts wordt dringend verzocht naar de plaats delict te komen en de onderzoeksrechter zegt: "Ziedaar uw slachtoffer."
Vergouts werd lijkbleek en riep verontwaardigd: "Dat is mijn vriend Provo, ik ben onschuldig aan deze misdaad."
Episode 12: Het net sluit zich
Antwerpen, kantoor onderzoeksrechter Lamproye, de getuigen.
● Getuige-Jachtwachter Brandeers:
"Als ambtenaar van de stad Antwerpen ben ik bevoegd te waken over het onderhoud en de bescherming der diersoorten van het terrein dat door de stad aan de heer Vergouts en nog drie andere heerschappen werd verpacht. Ik heb de heer Vergouts inderdaad op dinsdag 24 september in het bos gezien met twee andere mannen."
Wanneer Lamproye een foto toont van Charles Provo, zegt hij: "Inderdaad, die man was erbij."
● Getuige-Flamand, garagist:
"Ik had eerst verklaard dat de auto van mijnheer Vergouts op 24 september bij mij in de garage stond, maar dat was gelogen, meneer de onderzoeksrechter. Vergouts had mij dat gevraagd. Hij had mij verteld dat hij met de auto was weggeweest om een vrouw te bezoeken. Om dit voor zijn vrouw te verdoezelen, vroeg hij mij te zeggen dat zijn auto in de garage stond. Ik hoorde nu dat het niet om een affaire, maar om een moord gaat; daar wil ik niets mee te maken hebben. Verschoning hiervoor, meneer de juge."
● Getuige-Anonieme verkoper:
"Ik ben 'premier vendeur' van de afdeling 'quincaillerie' in de Grand Bazar du Bon Marché op de Groenplaats. Ik herinner me een schup verkocht te hebben aan de persoon waarvan ik een foto in de krant zag en die verdacht wordt van moord."
● Getuige-Mommens, diamanthandelaar te Antwerpen:
"Op dinsdagavond 24 september zat ik op de trein naar Edegem samen met de heer Gaston Vergouts, die ik goed kende omdat hij in mijn dorp woont. Onderweg bood Gaston me een kleine partij diamanten aan, zogenaamde 'childjes’ die sterk leken op de diamanten waarin de heer Provo handelde. Toen ik aangaf geen interesse te hebben, zei Vergouts: 'Als u door het parket mocht worden verhoord over deze diamanten, zeg dan niet dat ik ze op dinsdag heb laten zien, maar zeg dat het op maandag was.' Tout à fait, Monsieur le Juge, als eerlijk koopman achtte ik het mijn volstrekte plicht om Uw Edelachtbaarheid onverwijld hiervan op de hoogte te stellen."
Episode 13: Het verhoor van de geschoren broer
Ook de jongere broer, Richard Vergouts, werd ondervraagd. Hij kwam het kabinet van de onderzoeksrechter binnen, maar hij heeft geen baard meer.
"Waar is uw baard gebleven?" vraagt Lamproye.
Richard kijkt hem even aan. "Daar ik hoorde dat ik voor u moest verschijnen, leek het mij logisch dat ik proper voor de dag moest komen, vandaar dat ik nog even naar de 'coiffeur' ben geweest."
Richard wordt stevig aan de tand gevoeld en valt snel door de mand:
● Getuige-Richard Vergouts, broer van verdachte Gaston Vergouts:
"Ik ben bij mijn broer langs geweest in Edegem. Hij stelde me voor om ’s anderendaags te gaan jagen, wat ik nogal raar vond, want hij vroeg me nooit mee op jacht. Dinsdag ging ik dan om 8.30u. naar zijn bureau in de Lange Nieuwstraat. Hij heeft toen nog een schup gekocht en een doos 'kartouchen'. Onderweg op de Leopoldlei zagen we een man lopen die een beetje mankte. Ik kende hem niet, maar het bleek een oud buurman te zijn van mijn broer. Hij stopte en ze raakten aan de praat. Even later stapte die man mee in de auto. Samen reden we naar Brecht. Daar aangekomen droeg die man de schup van mijn broer. Hijzelf droeg het geweer. Gaston zei me dat ik door moest lopen en het wild moest opjagen. Toen hoorde ik een schot. Mijn broer kwam lijkbleek aangelopen en riep, met zijn handen in de lucht: 'Haal een dokter, mijn geweer is per abuus afgegaan!' Wat verder zag ik onze passagier liggen."
Wat er daarna gebeurde, is een wat warrig verhaal.
"Ik ben direct weggelopen naar het dorp om een dokter te halen. Toen ik wegliep, hoorde ik nog een schot. Direct daarna haalde Gaston me met de auto in; hij smeekte me te zwijgen over wat er gebeurd was. Ze zouden het lichaam toch nooit vinden." Na serieus op de rooster te zijn gelegd, bekende Richard dat hij 's avonds nog naar Brussel is gereden om dat telegram te versturen. "Maar dat was op voorstel van mijn broer, mijnheer de juge, echt waar."
Geconfronteerd met de bewering van zijn broer zegt Gaston: "Hij is een leugenaar, altijd al geweest, de simpele ziel."
Beide broers werden aangehouden.
Episode 14: De verklaring op acht pagina's
Na een week van stilzwijgen legt Gaston Vergouts alsnog een verklaring af, een geschreven verslag van wel acht blaadjes.
Verklaring van Gaston Vergouts:
"Ik voel me verplicht nu te spreken, gezien de lafheid en het schorem dat mijn broer verkoopt. Ik heb zijn eer en reputatie willen redden, maar daar hij mij nu zo valselijk beschuldigt, heb ik besloten de waarheid te spreken. Op dinsdag 24 september hadden mijn broer en ik afgesproken om te gaan jagen in Brecht. Onderweg, aan de Leopoldlei, kwamen we mijn oude buurman Provo tegen. Hij liet ons stoppen en we raakten in gesprek. Daarna vroeg Provo of hij ons mocht vergezellen bij de jacht."
Lamproye leest aandachtig verder:
"We zijn toen naar Brecht gereden en terwijl ik mijn auto parkeerde, zijn mijn broer en Provo alleen verder gewandeld. Ik zag in mijn achteruitkijkspiegel dat ze in een amicaal gesprek waren gewikkeld. Vermoedelijk heeft mijn broer toen vernomen dat Charles de diamanten nog op zak had. Toen ik hen terug vergezelde, vroeg mijn broer of hij het geweer mocht dragen. Hij bleef hierover zeuren tot hij zijn goesting kreeg. Hij wou zich altijd stoerder voordoen dan hij was. Ik liep door om een konijn op te jagen. Wat later hoorde ik een schot, en dan nog een. Ik hoorde mijn broer roepen. Toen ik terugliep, zag ik mijn broer in paniek roepen: 'Het was een ongeluk, het was een ongeluk!' Wat verder zag ik Charles liggen."
Lamproye drinkt van zijn koffie en concentreert zich opnieuw op de verklaring:
"Ik riep dat hij een doktoor moest gaan halen. Richard weigerde en zei dat wij ons verdacht zouden maken als we dat zouden doen. Wat er daarna gebeurde, weet ik niet meer. Ik was verblind door verdriet en volkomen over mijn toeren. Ik zag Richard nog bezig met het lichaam, maar ik kon niet meer normaal nadenken. Ik was volkomen van slag. Richard heeft me daarna meegenomen en me een beurs met diamanten gegeven. Later heb ik ze op de trein proberen te verkopen aan diamantair Mommens toen ik naar Edegem terugkeerde, doch hij weigerde. Ik heb ze dan teruggegeven aan Richard. Den onnozelaar vertelde me later dat hij ze op een nacht in den hof van mijn villa heeft begraven."
Episode 15: Opgravingen bij gaslicht in de Hovestraat
Edegem, de volgende dag, 4 uur in de namiddag in de tuin van Villa De Vlinderkens.
Het parket onder leiding van onderzoeksrechter Lamproye begaf zich naar Villa De Vlinderkens in de Hovestraat te Edegem. De opzoekingen begonnen onmiddellijk. Ook de twee verdachten werden vanuit de gevangenis gehaald en overgebracht naar Edegem.
Gedurende de zoektocht hing er een geur van knoflook, omdat heel de tuin met acetyleengas werd verlicht. Nog geen drie weken eerder had heel Edegem zich op een regenachtige dag verzameld voor de plechtige inhuldiging van het nieuwe gemeentehuis. Nu stond er weer een grote groep mensen samen, helaas voor een minder feestelijke gebeurtenis.

Mannen in werkplunje die hun noeste arbeid op de nabijgelegen velden even lieten voor wat het was. Vrouwen in lange schorten die op zoek waren naar de laatste roddel en schoolkinderen die eigenlijk al in hun bed moesten liggen. Het was inmiddels al acht uur voorbij. Buren uit de begoede burgerij en verslaggevers van de krant Le Matin en de Gazet van Antwerpen waren present. Onder de nieuwsgierigen stonden ook enkele Edegemse diamantslijpers. In 1912 telde Edegem vier diamantslijperijen waar een vijftigtal slijpers werkten.
Burgemeester Clément Segers drong zich naar voren tot op de eerste rij. Hij had vroeger op kasteeldomein Het Meihof gewoond en was destijds dus een naaste buur van Vergouts. Veldwachter Daelemans stond vooraan om de menigte in bedwang te houden.
"Hawel Eugeen, wat denkt ge ervan?" vroeg de burgemeester.
"Meneer de Burgemeester, ik vrees dat we hier nog niet alles gezien hebben", sprak de arm der wet bezorgd.
Episode 16: Wijn in de villa en broederhaat
Intussen werden de broers door de gendarmes in de salon van villa De Vlinderkens binnengebracht. Gastons schoonbroer, die ook in het huis woonde, was eveneens aanwezig.
"Is mijn vrouw hier niet, Jan? Laat ze mij ook al in den brand?"
"Neen, ze is in de geburen," was zijn antwoord.
Gaston viel direct terug in zijn oude rol als rijke ondernemer.
"Hier ben ik thuis," zei hij en richtte zich tot onderzoeksrechter Lamproye:
"Gelieve u neer te zetten."
Ook beval hij zijn schoonbroer een fles wijn te gaan halen.
"En van de beste, zulle."
Met toestemming van Lamproye werd de fles uit de kelder gehaald. Zijn wereld kennende, vroeg Gaston aan de aanwezigen "of de heeren ook niets zouden profiteeren." Omdat hij geen reactie kreeg, schonk hij enkel voor zichzelf een glas uit en nam een stevige slok.
"Nu kan ik er tegen," sprak hij voldaan.
De onderzoeksrechter liet hem nog een paar teugen drinken om hem op zijn verhaal te laten komen.
"Nu gaat ge ons eens zeggen, waar de diamanten van Provo liggen," zei Lamproye streng.
"De diamanten van Provo?" schreeuwde Gaston bitsig, "Ik heb daar geen weet van."
"En gij, Richard?" vroeg Lamproye nu aan de andere betichte, die tot hiertoe zijn mond niet had opengedaan.
"Ik weet niet het eerste woord van diamanten," zei hij met bedrukte stem. "Ik zeg de waarheid en heb nooit anders dan de waarheid gezegd."
Als door een adder gebeten sprong Gaston op en viel uit naar zijn broer:
"De waarheid! Ellendige leugenaar, gij liegt en deed niets anders dan liegen."
Het scheelde niet veel of de twee broers waren elkaar te lijf gegaan. Waren ze niet geboeid geweest, was dit zeker gebeurd.
"Gij liegt!" schreeuwde Richard schuimbekkend. "Gij hebt Provo vermoord. Gij en niemand anders dan gij... Gij hebt heel het plan beraamd en uitgevoerd. Gij hebt de diamanten uit zijn zak gehaald en hier in den hof begraven naast het kiekenkot."
Episode 17: Het spektakelproces in het Hof van Assisen
Antwerpen, Hof van Assisen, 25 maart 1913.
De twee broers werden in de assisenzaal binnengebracht. Drie rijkswachters zetten zich tussen de twee verdachten om te verhinderen dat ze elkaar te lijf gaan. De sfeer tussen de twee broers is meer dan gespannen. Ze worden beiden beschuldigd van de diefstal van de diamanten, van vijfhonderd frank contant geld, een zakhorloge, een gouden ketting, een pennemes en een met diamanten gezette gouden ring, alsook de dasspeld.
De broers zitten op het uiterste puntje van de beklaagdenbank. Tijdens het proces roepen ze meermaals tegen elkaar en de een probeert steeds de volledige schuld op de andere te steken. Voor hen liggen de bewijsstukken: het geweer, de schup en, merkwaardig, ook een bokaal met de hersenen van de juwelier erin.
"Wat is er precies in Brecht gebeurd?" vraagt de voorzitter aan Gaston.
Deze vertelt hetzelfde verhaal als wat hij destijds aan onderzoeksrechter Lamproye had neergeschreven.
"De moordenaar is mijn broer. Bij het kruisbeeld dat daar hangt, zweer ik dat ik geen moordenaar ben."
Richard veert recht en roept verontwaardigd: "Gij liegt! Wat er gebeurd is, is dat gij de moord hebt gepleegd. Gij lafaard!"
Door de commotie die bij de plotse tussenkomst van Richard ontstaat, legt de voorzitter het proces even stil en maant hij het publiek aan tot stilte en respect voor de rechtbank: "Anders laat ik de zaal ontruimen!"
Episode 18: Het onomstotelijke bewijs
Ook Richard Vergouts blijft bij zijn verklaring en geeft de hele schuld door aan zijn broer.
Een expert in typemachines verklaart dat het briefje van Karowski mogelijk op hetzelfde model werd getypt als de typemachine die op het bureau stond van Villa De Vlinderkens. Maar de diamanten waren dan weer verpakt in een papiertje waarop het handschrift stond van Richard.
De diamanten werden inderdaad in de tuin van Gaston teruggevonden, maar, bij Richard lagen de ketting en het uurwerk begraven. Ook werden bij beide broers bloedsporen 'van menschelijk bloed' op hun kleren gevonden.
Uiteindelijk stelt de aanklager dat ze de moord samen hebben gepleegd. Ze moeten voor dit vreselijke misdrijf de schuld delen.
Episode 19: Het vonnis en de epiloog van De Vlinderkens
Acht dagen duurde het proces. Dan trok de jury zich terug en na lang beraad valt het verdict:
● Gaston Vergouts werd schuldig bevonden aan moord op Charles Provo.
● Richard Vergouts wordt schuldig bevonden aan doodslag.
● Ze worden ook beiden schuldig bevonden aan diefstal.
Gaston Vergouts krijgt de doodstraf, die gelukkig voor hem niet meer in België wordt uitgevoerd. Richard krijgt als straf eeuwigdurende dwangarbeid.
Voor de poorten van het monumentale gerechtsgebouw aan de Nijverheidslei in Antwerpen was een grote menigte samengeschoold. De uitslag van het proces, dat al de hele week voorpaginanieuws was, zou vandaag bekend worden. Nog voor de twee schuldigen het justitiepaleis verlieten, wist iedereen al wat de uitslag was. Richard en Gaston werden uitgejouwd door de hysterische toeschouwers en enkele riepen dat er gerechtigheid was geschied.
Ze werden, elk afzonderlijk, naar de gevangenis gebracht. Hun straf zaten ze uit in Leuven.

Richard werd na 12 jaar vrijgelaten om gezondheidsredenen en is kort daarna gestorven. Gaston is in 1930 vrijgekomen. Hij is opnieuw getrouwd met zijn voormalige echtgenote, die zich na zijn veroordeling van hem liet scheiden.
De weduwe van Provo heeft na zijn vrijlating nog geprocedeerd tegen Vergouts en heeft bedongen dat hij haar nog een schadevergoeding moest betalen van 8.000 Belgische frank.
En Villa De Vlinderkens?


Na het proces verdween de villa uit de belangstelling. De Hovestraat werd een drukke verbindingsweg tussen de dorpskernen van Hove en Edegem. Het huis zelf bleef bestaan, maar de herinnering aan de moord verdween. Veel later kreeg het huis een heel andere bestemming. De villa werd de thuisbasis van een opvangtehuis voor meisjes. De naam De Vlinderkens bleef behouden.
Joris Van der Mueren, september 2026
Met dank aan alle medewerkers van het Historisch Archief.
Dit verhaal is een bijdrage aan “Edegems verleden, bewaard voor de toekomst” van het Historisch Archief Edegem. Het Historisch Archief is toegewijd aan het behoud van het papieren en digitale geheugen van Edegem. Door het verzamelen, inventariseren en digitaliseren van documenten, boeken, foto’s, tijdschriften, plannen en meer, zorgt het Historisch Archief ervoor dat de geschiedenis van Edegem bewaard blijft voor toekomstige generaties.
Disclaimer
Het verhaal is gereconstrueerd op basis van een aantal bronnen. We zijn ons ervan bewust dat nieuwe informatie uit andere bronnen het verhaal kan aanvullen, nuanceren of aanleiding kan geven tot aangepaste inzichten.
Referenties
[i] Historisch Archief Edegem, Map ‘Zaak Vergouts moord op Provo’
[ii]Gazet van Antwerpen, 27 juli 2026, Cedric Lagast, “Het begon allemaal met een briefje van een mysterieuze Rus”, p. 8-9




Opmerkingen