top of page

Het Blikken Huis in het Edegembos

  • Foto van schrijver: Peter Crombecq
    Peter Crombecq
  • 11 jul
  • 9 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 26 jul

In gesprekken bij ons in het Historisch Archief kwam al eens naar boven dat er een Blikken Huis zou gestaan hebben, ergens waar vandaag de Edegemse bergen opgeworpen zijn, die eigenlijk in Kontich liggen en Zandbergen heten. Onze éminence grise Pierre Hens was daar zeker van, en dus is dat ook zo.


Wiske Keersmaekers, Peter Crombecq en Pol De Cock. (Collectie Albert Baeckens)
Wiske Keersmaekers, Peter Crombecq en Pol De Cock. (Collectie Albert Baeckens)

Tijdens een onderzoek voor een historisch verhaal over het gehucht Kattenbroeken, interviewden we op 5 februari 2026 Wiske Keersmaekers, geboren in 1934, 91 jaar en rad van tong. Zij herinnerde zich nog erg veel over de families Keersmaekers en Van Tongelen, die in de twee boerderijen leefden, centraal in Kattenbroeken. Tijdens het interview vertelde ze deze bijzondere anekdote, die we niemand willen onthouden. De persoon die ook aan de conversatie deelneemt, Pol De Cock, is getrouwd met haar nicht Lea en een generatiegenoot.

 

Herinneringen van Wiske Keersmaekers en Pol De Cock

 

Wiske Keersmaekers: “Wij gingen spelen in het bos. De Van Roosenbroeken woonden daar. In het blikken huisje, een soort barak, containerachtig. Een grote familie. Vader Van Roosenbroek noemden we ‘de Witte van ’t Bos’. Die woonden midden in het bos en daarachter was een speelveld. Dat was onze zondagse familie-uitstap, allez, twee tantes werden meegestuurd om ons in de gaten te houden.”

Wiske: “Niet veel verder, richting Kontich, was de boerderij van Hoefkens. Rijke boeren. Stond nog geen 100 meter verder. Dat was een groot contrast!”

Wiske: “De Van Roosenbroeken hadden een tante die een winkel had op de hoek van de Drie Eikenstraat en de Verbindingsstraat. Later was dat de Pelgrim.”

Wiske: “Zijne jongste zoon was ook een deugniet, hé. Hoe heet die nu weer?”

Pol De Cock: “Marcel”

Wiske: “Die bestelde dus een taxi, kwam hier van voren bij ons Irma met de taxi aan (n.v.d.a. Terelsstraat 374) en zei dat hij geld ging halen. Maar hij ontsnapte langs hier opzij naar achter, hé. En die was weg, hé!”

Wiske: “En weet je wat hij gewonnen heeft? Hij heeft de lotto gewonnen in ’t gevang.”

Wiske: “Zijn moeder heette Blondine en die ging voor een tas koffie in het kinderbed, zei ze. Dat die zo gemakkelijk kon bevallen, hé! Dat zei die! Voor een tas koffie ging ze voor een kindje naar het kinderbed. Dat zijn dingen die je nooit vergeet, hé!“

Pol: “Een stuk of acht kinderen zeker, hé?”

Wiske: “Die woonden allemaal in dat blikken huis. Op hun blote voeten liepen die daar rond, in de kou, in de deuren, … En buiten hadden ze een waterput, met een emmer om het water op te halen, voor hun entrée.”

Pol: “Ik weet één ding, dat de Witte van zijn leven zijn vrouw aan die dikke eikenboom aan de Groeningelei vastgebonden had! Die daar 50 meter verder stond. Dat zei mijn schoonmoeder toch altijd.”

Wiske toch met een verwonderde blik: “Ja, echt?”

Wiske: “Ik weet nog dat we naar het bos gingen en die vensters waren niet hoog. Dat waren precies blikken ramen. We gingen daar altijd kijken en dan konden we er inzien hoe die sliepen. En dat waren toen al stapelbedden; die sliepen boveneen. Voor ons was dat, ik weet niet wat hé?”

Pol: Tja, dat kon niet anders hé?

Wiske: En Blondine was nogal een struise en haar haar was ook zowat altijd in de war, hé!”

Wiske: “En de Witte zagen we hier al eens passeren. Die ging één keer per week, helemaal opgekleed, naar ’t stad. In zijn chique kostuum. Dat kwam precies recht van de strijkplank. Ik denk dat die dat kostuum streken voor hij vertrok. En met zijn cachetringen aan en alles. Dat is echt niet te geloven. Een metamorfose.”

Pol: “Hij ging veel kaarten ook, voor grof geld.”

Wiske: “Het was een speciale familie. Het was leven in de brouwerij, toch niet Paul? Ja, dat was een plezante tijd.”

 

Tot zover de conversatie tussen Wiske en Pol.

 

Maar er zijn nog andere getuigen, zoals de fruitkwekers Nijs. Zij hadden een kwekerij aan de Heihoefseweg en het speelterrein van de kinderen Nijs was ook aan het Blikken Huis. Van de Witte van ’t Bos hadden alle kinderen veel schrik. Ward Nijs herinnert zich ook nog een bizar beeld; hij zag de Witte van ’t Bos eens in een vrouwenkleed rijden op een mobilette op de Prins Boudewijnlaan[i].  

 

Onze nieuwsgierigheid werd dan ook flink geprikkeld en we wilden graag veel meer weten over het Blikken Huis en ook over de familie Van Roosenbroek.

 

Waar stond het Blikken Huis en bestaat het vandaag nog?

 

Voor het eerste gingen we ten rade bij Paul Wyckmans, verbonden aan de Koninklijke Kring voor Heemkunde Kontich, omdat het Blikken Huisje heel dicht bij of zelfs over de grens met Kontich zou kunnen liggen. Of hij misschien iets meer wist. En dat ging zo …

 

Paul Wyckmans: “Bij mijn weten  waren het op het einde van WO II de lege blikken met benzine, mogelijk achtergelaten door de Britten en hun tanks tussen de bomen in het midden van de Prins Boudewijnlaan. Zij gebruikten deze zone als garage om ietwat beschermd tussen de bomen te sleutelen aan hun ijzeren monsters, tegen mogelijke luchtaanvallen, vermoed ik.”

 

Pierre Hens in ‘Edegem in de verf gezet’ weet[ii]: “Dat blikken huisje was oorspronkelijk een houten woning. De Witte van ’t Bos had, na het wegtrekken van de Britten in 1945, een hoop blikken bussen tussen hun achtergelaten rommel gevonden. Hij sneed ze open, bestreek ze met teer en nagelde ze tegen de buitenmuren van zijn huis.”

 

Wiske en Pol getuigen: “Het huis was van écht blik en geschilderd met een stinkende stof zoals carboline of zoiets.”

 

Paul Wyckmans herinnert zich ook nog de verhalen die zijn vader Marcel vertelde[iii]. Marcel Wyckmans wist dat het Blikken Huis stond achter wat vandaag het containerpark is, tegenover het waterzuiveringsstation, zowat ter hoogte van het huis met vandaag als adres Kattenbroek 8. Op de grens Edegem-Kontich. Vandaar kon de familie Van Roosenbroek via een zandweg naar Groeningenlei in Kontich en langs andere zandweggetjes naar de Terelststraat in Edegem.

 

Het Blikken Huis in 1990, met bovenop het huis het duivenkot, vooraan de zandweg naar de Groeningerlei en op de achtergrond de waterzuiveringsinstallaties. (Collectie Steve Laenens)
Het Blikken Huis in 1990, met bovenop het huis het duivenkot, vooraan de zandweg naar de Groeningerlei en op de achtergrond de waterzuiveringsinstallaties. (Collectie Steve Laenens)

Paul Wyckmans: “En dat was interessant voor deze deugnietenfamilie, stropers in de bossen van Dela Faille (kasteel Groeningenlei Kontich) en wat nog meer, zeer bekend bij al wie blauw op straat de orde dient te bewaken. Bij ontdekking door een boswachter of de rijkswacht/politie konden ze langs voor vanuit Kontich binnen op hun eigendom geraken en indien nodig langs de achterdeur op Edegems grondgebied verder vluchten. In die tijd was de politie gebonden aan haar grondgebied, dus geen achtervolging mogelijk van de ene gemeente naar de andere.”

Paul Wyckmans: “Er waren in dat gezin Van Roosenbroek nogal wat kinderen, waarvan de jongens bij mijn vader, onderwijzer in Kontich in de  gemeenteschool, in de klas zaten. Het waren echte deugnieten, vrijbuiters volgens zijn verhalen!”


Het Blikken Huis in 1992, nadat het duivenkot afgebroken was en de verbouwingswerken bezig waren. (Collectie Steve Laenens)
Het Blikken Huis in 1992, nadat het duivenkot afgebroken was en de verbouwingswerken bezig waren. (Collectie Steve Laenens)

Toewijzing Blikken Huis aan Steve Laenens. (Collectie Steve Laenens)
Toewijzing Blikken Huis aan Steve Laenens. (Collectie Steve Laenens)

Steve Laenens:[viii] “Dat Blikken Huis was effectief hier. Het was eigendom van de Van Roosenbroeken en het stond toen al een tijdje leeg. Het werd aangeboden via een aankondiging in de gazet. Het had toen als officieel adres Groeningelei 76, bereikbaar via een lange veldweg die vandaag nog altijd langs de Zandbergen loopt. De kortere weg was via een private weg ‘over Klokke Roeland’ (wat de naam van het huis Prins Boudewijnlaan 33 was). Later werd het huis ontsloten door Kattenbroek, waar het huisnummer 8 kreeg. Toen ik het kocht in 1990, was er van blik geen sprake meer. Het was een gemetseld, langwerpig gebouw, zo’n 5 op 18 meter, met veel aangebouwde koterijen waarin ook hun kinderen sliepen. Bovenop het gebouw was er nog een duivenkot gemetst.”

Het Blikken Huis in 2026, na de renovatie uitgevoerd door Steve Laenens. (Collectie Steve Laenens)
Het Blikken Huis in 2026, na de renovatie uitgevoerd door Steve Laenens. (Collectie Steve Laenens)

Steve Laenens: “Van de familie heb ik weinig verhalen gehoord, behalve dat de Witte van ’t Bos ging pokeren in de veilinghallen van de Cova (later Indica) hier achter de hoek en dat een van de dochters naakt aan een boom zou zijn vastgebonden in ‘t park van Kontich-centrum.” Wat ook bevestigd wordt door neef Guido Everaert. [ix]

V.l.n.r.: Steve Laenens, Peter Crombecq en Albert Baeckens op het terras van het Blikken Huisje. (Collectie Albert Baeckens)
V.l.n.r.: Steve Laenens, Peter Crombecq en Albert Baeckens op het terras van het Blikken Huisje. (Collectie Albert Baeckens)
Een luchtfoto van 1948 waarop verschillende referentieshoeves zijn toegevoegd ter situering en een recente luchtfoto. (Historisch Archief Edegem & Geopunt)
Een luchtfoto van 1948 waarop verschillende referentieshoeves zijn toegevoegd ter situering en een recente luchtfoto. (Historisch Archief Edegem & Geopunt)

De locatie van het Blikken Huis is bekend. Wie was nu de Witte van ‘t Bos?

 

De Witte van ’t Bos en zijn familie

 

Wiske, Pol en Steve gaven natuurlijk reeds de belangrijkste indicatie: het is de familie Van Roosenbroek die daar woonde.

 

Pierre Hens geeft ook een indicatie in ‘Edegem in de verf gezet’ wanneer hij het heeft over de bende van Nauwelaerts[iv]: “Een van de leden was Sterke Jef en die is in Edegem de bekendste, want zijn zoon, de Witte van ’t Bos, woonde in een blikken huisje aan de rand van het Molenbos, daar waar nu de Zandbergen liggen. … De Witte van ’t Bos beschouwde het bos zowat als zijn persoonlijk domein om te stropen. Edegemnaars die nu 70 jaar en ouder zijn, herinneren zich ongetwijfeld nog de tijd dat ze in dat bos gingen ravotten. Ze moesten toen donders goed opletten om de Witte niet tegen het lijf te lopen, want dan zwaaide er wat. Toen Sterke Jef – de vader van de Witte die tot levenslange dwangarbeid was veroordeeld – ongeneeslijk ziek werd, kwam hij vrij. Hij heeft zijn laatste levensweken doorgebracht in het blikken huisje.”

 

Namen worden niet genoemd, maar Sterke Jef is Josephus Elisabeth ‘Jef’ Van Roosenbroek. We kunnen deze familie Van Roosenbroek immers ook koppelen aan een andere familie Van Roosenbroek die in het Peetersstraatje nummer 1 woonde. Jef Van Roosenbroek trouwde op 13 augustus 1910 met Maria Rosalia De Pauw en erkende haar onwettige, op 19 december 1908 geboren dochter Olivia 'Fieke'. Jef en Maria Rosalia kregen samen nog drie kinderen: Gustaaf Joannes ‘Gust’, Ludovica Camilla ‘Louisa’ en Joseph Constant ‘Jos’ Van Roosenbroek.



Geboorteakte Gustaaf Joannes Van Roosenbroek (Rijksarchief)
Geboorteakte Gustaaf Joannes Van Roosenbroek (Rijksarchief)

Vader Jef was lid van de Bende van Nauwelaerts en pleegde een misdaad. Als gevolg hiervan werd hij ‘van zijn vaderlijke macht beroofd ingevolge een vonnis der Rechtbank van 1ste aanleg te Antwerpen d.d. 11 januari 1926’ [v]. De kinderen Jos, Louisa, Gust en Fieke waren toen respectievelijk 8, 13, 15 en 18 jaar. Maria Rosalia De Pauw scheidde van Jef op 19 mei 1934 en hertrouwde met weduwnaar Victor Van Hool op 22 juni 1935, die ook nog thuiswonende kinderen had van zijn vorige huwelijk. Het samengestelde gezin woonde onder meer in de Peetersstraat 1. Fieke Van Roosenbroek trouwde op 25 mei 1929 met Rik Everaert en zij hadden een kruidenierswinkel op de hoek van de Verbindingsstraat en de Drie Eikenstraat (die ze verkochten aan de latere uitbaters van Den Pelgrim). Hun verhaal staat beschreven in Herinneringen aan het Peetersstraatje: de getuigen[vi]. Haar halfbroer Gust Van Roosenbroek trouwde met Blondine Verhaert op 14 november 1931 en zij kregen samen veel kinderen, waarvan Fieke de tante was. Die familie zien we terug in het Blikken Huis. Fieke vond het daar maar een vreemde boel, de kippen liepen er op tafel en zo ... [ix]

 

Epiloog

 

Het Blikken Huis zonder blik in 1992. (Collectie Steve Laenens)
Het Blikken Huis zonder blik in 1992. (Collectie Steve Laenens)

De Witte van ’t Bos is dus Gust Van Roosenbroek, getrouwd met Blondine Verhaert en zoon van Sterke Jef, een beruchte Edegemse bandiet. Zijn familie woonde effectief in het blikken huisje. Steve Laenens woont er anno 2026 nog steeds.

Maar, nu is onze nieuwsgierigheid toch weer opnieuw flink gewekt.

 

Wat had Sterke Jef, lid van de bende van Nauwelaerts, dan allemaal uitgespookt om genomineerd te worden als de Edegemse bandiet bij uitstek? En als straf levenslange dwangarbeid kreeg?

Dat is dan weer voer voor een vervolgverhaal: Edegem geterroriseerd door bende Nauwelaerts.

 

Of hoe een interview over Kattenbroeken[vii] leidt tot twee andere historische verhalen. Hoe leuk is dat toch 😉.

 

Peter Crombecq, juli 2026

Onderzoek door Albert Baeckens en Peter Crombecq.

Met dank aan Wiske Keersmaekers, Pol De Cock, Guido Everaert, Steve Laenens, Paul Wyckmans, Pierre Hens, Erik Laforce en alle medewerkers van het Historisch Archief.

 

Dit verhaal is een bijdrage aan “Edegems verleden, bewaard voor de toekomst” van het Historisch Archief Edegem. Het Historisch Archief is toegewijd aan het behoud van het papieren en digitale geheugen van Edegem. Door het verzamelen, inventariseren en digitaliseren van documenten, boeken, foto’s, tijdschriften, plannen en meer, zorgt het Historisch Archief ervoor dat de geschiedenis van Edegem bewaard blijft voor toekomstige generaties.

 

Disclaimer

Het verhaal is gereconstrueerd op basis van een aantal bronnen. Ik ben me ervan bewust dat nieuwe informatie uit andere bronnen het verhaal kan aanvullen, nuanceren of aanleiding kan geven tot aangepaste inzichten.



Referenties


[i] Interview met Ward Nijs op 18 maart 2026

[ii] Pierre Hens & Ward Nijs, “Edegem in de verf gezet”, (Edegem: Gemeentebestuur van Edegem, 2012), p. ‘Nol van den Duits, Sterke Jef en de Vijg’

[iii] Interview Paul Wyckmans van 8-9 februari 2026

[iv] Pierre Hens & Ward Nijs, “Edegem in de verf gezet”, o.c., p. ‘Nol van den Duits, Sterke Jef en de Vijg’

[v] Burgerlijke stand, geboorteakte Gustaaf Joannes Van Roosenbroek

[vi] Peter Crombecq, “Herinneringen aan het Peetersstraatje: de getuigen “, te raadplegen via https://www.historischarchiefedegem.be/post/herinneringen-aan-het-peetersstraatje-de-getuigen

[vii] Peter Crombecq, “Oude hoeves en de boerengemeenschap in de Kattebroeken van toen”, te raadplegen via https://www.historischarchiefedegem.be/post/oude-hoeves-en-de-boerengemeenschap-in-de-kattebroeken-van-toen

[viii] Interview met Steve Laenens op 7 maart 2026

[ix] Reactie van Guido Everaert, zoon van Fieke Van Roosenbroek

Opmerkingen


bottom of page