top of page

Herinneringen aan het Peetersstraatje: de getuigen

  • Foto van schrijver: Peter Crombecq
    Peter Crombecq
  • 15 minuten geleden
  • 9 minuten om te lezen

De geschiedenis van het Peetersstraatje werd reeds beschreven in een vorig verhaal: Het Peetersstraatje: van de kaart geveegd, broeinest van Edegemse geschiedschrijvers[i] en verscheen ook in Edegem Magazine van maart-april 2026 onder de titel Het Peetersstraatje: van de kaart verdwenen, maar niet uit het geheugen.

Het Peetersstraatje in 1806 (met de Hoeve Peeters op 119), 1870 (toen vier huisjes op de plek van Hoeve Peeters) en 2026 (straat verdwenen). (Geopunt)
Het Peetersstraatje in 1806 (met de Hoeve Peeters op 119), 1870 (toen vier huisjes op de plek van Hoeve Peeters) en 2026 (straat verdwenen). (Geopunt)

In dit verhaal laten we een aantal getuigen aan het woord. Zij hebben nog verhalen van vroeger, omdat ze er op bezoek geweest zijn of gelogeerd hebben; herinneringen over wie er woonde, hun levensomstandigheden en leuke anekdotes. De getuigen zijn Chris Baetens, Guido Everaert, Ronny Ceusters en Leopold De Ceuster. In 1967 werden alle huisjes afgebroken; de echo’s uit het verleden werden hier vastgelegd.


De vier oudste huisjes van het Peetersstraatje

Ā 

Het Peetersstraatje liep van zuid naar noord, maar de 7 huisjes situeerden zich van oost naar west. Twee dwarspaadjes leidden naar de voordeuren. (Hisorisch Archief Edegem)
Het Peetersstraatje liep van zuid naar noord, maar de 7 huisjes situeerden zich van oost naar west. Twee dwarspaadjes leidden naar de voordeuren. (Hisorisch Archief Edegem)

We gaan het Peetersstraatje binnen langs de Boerenlegerstraat. Wandelen we verder het straatje in tot ongeveer in het midden, dan zijn er rechts 4 huisjes met als huisnummers 1, 3, 5 en 7. Die zijn echt heel oud; ze dateren van de jaren 1820-1830.

Als je de contouren vergelijkt met oudere plannen, dan zie je dat ze staan op de plek van de oude hoeve van boer Peeters.

Ā 

Peetersstraat 1: het huisje met de gemeenschappelijke wc in de voortuin

Ā 

Nummer 1 grenst aan de achterkant van de tuin van Jozef Hellemans, vandaag Huis Hellemans. Van 1939 tot 1960 woonde er het gezin van metsersgast Victor Edmondus ā€˜Vic’ Van Hool en Maria Rosalia ā€˜Maria’ De Pauw. Voor Maria Rosalia was het haar tweede huwelijk; eerder was ze gescheiden van dokwerker Sterke Jef Van Roosenbroek, een veroordeelde bandiet, lid van de bende van Nauwelaerts[ii]. Met Jef had ze vier kinderen, waaronder Ovidia ā€˜Fieke’ (onwettig, maar erkend bij huwelijk) en Joseph ā€˜Jos’. Jos Van Roosenbroek verhuisde in 1940 naar Mortsel, maar vestigde zich rond de jaren vijftig samen met zijn vrouw Alice in Peetersstraat nummer 3, naast zijn moeder.

Fieke Van Roosenbroek trouwde met Henricus ā€˜Rik’ Everaert, die werkte bij Gevaert, maar samen hadden ze ook een kruidenierswinkel op de hoek van de Verbindingsstraat en de Drie Eikenstraat (die ze verkochten aan de latere uitbaters van Den Pelgrim). De jongste zoon van Rik en Fieke,Ā Guido Everaert, kwam geregeld op bezoek bij zijn grootouders in het Peetersstraatje enĀ herinnert zich nog de woonkamer met Leuvense stoof, de kelder met daarboven een opkamer. Daarnaast was er nog een slaapkamer. Waterleiding was er niet; ze gebruikten water uit de gemeenschappelijke waterput en koken deden ze op de Leuvense stoof, winter en zomer. Buiten was er ook de gemeenschappelijke wc. Guido herinnert zich ook nog een groot drama. De familie had een kraai als huisdier met vleugels die ze hadden gekortwiekt. De kraai was op een moment in de waterput gevallen en verdronk, wat voor iedereen een groot drama was.

Ā 

Peetersstraat 3: het huisje met in de voortuin de gemeenschappelijke waterput

Ā 

In de jaren 1960-1964 woonde het gezin van Victor Baetens en Tinneke Baeckelmans in het Peetersstraatje nummer 3, het tweede huisje aan de rechterkant.

Chris Baetens: ā€œIn ons zijsteegje was een gezamenlijke buiten-wc op huisnummer 1. Een 15-tal meter verderop, voor ons huisje op nummer 3, was een waterput zonder lier. Met een hƩƩl lange houten stok en een metalen haak moesten wij water ophalen dat metersdiep te zien was. In de winter dwarrelde de sneeuw tussen de Boomse pannen tot op ons bed. Er was geen water, geen gas. Verlichting zƩƩr schaars. 'Ballatum' rechtstreeks op de zavel, elk jaar te vervangen vanwege de natte ondergrond. Als we de 'woonkamer' rechtsachter helemaal doorliepen, was er een kleine keuken. Die keuken was niks meer dan een tafeltje met daarop een gasfornuis en gasfles. Elke paar dagen moest onze 'va' een nieuwe gasfles gaan kopen.

Rechts, net voorbij het 'kookfornuis', was een beweegbaar trapje (drie-vier trapjes). Dat trapje gaf toegang tot een opkamertje waar we, om onbekende reden, niet op mochten. Als dat trapje open scharnierde, gaf dat 'grote gat' toegang tot een kleine 'kelder' waar we ook niet in mochten. Nooit geweten waarom we daar niet in mochten, zowel in het opkamertje als in de 'kelder'. Links dan weer in die keuken was een gammele houten trap naar de twee kamertjes die op zich gescheiden waren door soort van 'kartonnen' muren. Die kamertjes waren in het deurgat afgescheiden door middel van een 'gordijn'.

Ā 

Was allemaal heel normaal voor ons; wisten wij veel dat andere huizen al kraantjeswater hadden. Voor ons was dat putwater zeer normaal, zo ook 'het huisje' waar je je behoefte moest doen.ā€

Duivenmelkers van de Duivenbond in de Volkslust met Vic Baetens als de tweede van rechts. (Collectie Chris Baetens)
Duivenmelkers van de Duivenbond in de Volkslust met Vic Baetens als de tweede van rechts. (Collectie Chris Baetens)

Chris Baetens: ā€œVic was een fervent duivenmelker en was een korver van het eerste uur in Edegem in de 'Volkslust'. Iedereen kende de 'Vic' en had respect voor hem.ā€

Voor de radio in beweging kwam, moest er minutenlang gewacht worden; de lampen moesten immers eerst warm worden. (Radio in de collectie van Chris & Suzanne Baetens)
Voor de radio in beweging kwam, moest er minutenlang gewacht worden; de lampen moesten immers eerst warm worden. (Radio in de collectie van Chris & Suzanne Baetens)

Chris Baetens: ā€œWe hadden trouwens een radio en die was van 'levensbelang'šŸ˜„. Onze Va en nog vele andere duivenmelkers moesten natuurlijk weten wanneer de duiven gelost werden in QuiĆ©vrain of Noyon. Maw geen spelende kinderen in de omgeving, geen was op den draad buiten hangen (ab-so-luut verboden) en vooral geen lawaai maken als de duifkes begonnen te vallen. De hele omgeving, waar ook duivenmelkers woonden, lag helemaal plat...! Hierdoor zijn vele burenruzies ontstaan, omdat iemand 'hun regels' niet respecteerde.

Vele van die duiven zijn dikwijls in de kookpot beland, omdat er al eens een duif op de punt van een of ander dak bleef wandelen. Onze va noemde 'dat soort' duiven steevast dakschijters. Dan begon hij uitgebreid te vloeken en ja hoor, een halfuurtje later stond die duif zachtjes te stoven op een klein vuurtje. Was lekker, by the way ... zo'n duifje...!ā€


Chris Baetens 6 jaar. (Collectie Chris Baetens)
Chris Baetens 6 jaar. (Collectie Chris Baetens)

Chris Baetens: ā€œZoals wel meer voorkwam in die dagen, een stevige drinker en niet de aangenaamste bompa. Elke dag moesten wij hem uit het cafĆ© den Olympia in de Strijdersstraat gaan halen om te komen eten. Ons moe (Tinneke) was een zeer eenvoudig mensje en deed de was bij 'den Baron'. Jaren heeft ze daar in die betonnen kuipen – letterlijk – staan ploeteren. Ons moe kwam steeds kletsnat thuis van al dat gedoe. En dat voor slechts een paar frankskes/uur. Dat was in de vroege jaren '60. Als ik me niet vergis, kreeg ze voor die arbeid 7 fr/uur. Heb op de gigantische zolders in Hof Ter Linden uren gespeeld met de jongste zoon Thierry (officieel: baron Thierry de Roest d'Alkemade Oem de Moesenbroeck), uren in een piepklein bootje geroeid rond het kasteel ... op ontdekkingsreis ... heerlijk spannend ...! Tot grote ergernis van ons moe ...;-)ā€

Ā 

Peetersstraat 5: het huis zonder deur

Ā 

Tot in de periode 1910-1920 was het huisje een aparte woning, maar het is samengevoegd met nummer 7. In de archieven vinden we enkel nog het huisnummer 5 of 7 terug. Het huisje had nu zijn voordeur aan de andere kant van het gebouw, richting Terelststraat.

Ā 

Peetersstraat 7: het huis van Jef Bannan

Ā 

Vanaf 1942 woonde het gezin van ā€˜ijzerenweg werkman’ Wannes Van Roosendael en Maria Van den Bosch in nummer 7. Ze hadden twee dochters: Valentina en Lizette. Lizette werd ziek van de vochtigheid in het huis. Ze was dan nog bovendien in de waterput gevallen, waar ze met veel moeite werd uit gered.

Het gezin van Wannes Van Roosendael woonde hier tot ongeveer 1960, waarna het verhuisde na de gezondheidsproblemen van dochter Lizette.

Vanaf 1960 heeft Chris Baetens herinneringen: ā€œIn nummer 7 woonde toen een heel oude man, waar wij met zijn allen af en toe naar zijn tv gingen kijken. Wij noemden die man Jef ā€˜Bannan', ik weet niet waarom. Hij was de eerste in de omgeving met een tv. Hij vroeg regelmatig zelf of we bij hem kwamen kijken naar ā€˜Schipper naast Mathilde’ als er een nieuwe episode werd uitgezonden. Het huisje van Jef ā€˜Bannan’ had zijn voordeur aan de andere kant van het gebouw. Die voordeur keek dus uit richting Terelststraat. Wij stonden daar natuurlijk niet bij stil waarom Jefs deur niet aan onze kant stond. Maar achteraf bekeken was dat niet zo logisch. Voor Jef ā€˜Bannan’ zijn deur was een heel klein tuintje, een voorschoot groot, waar hij een paar groentjes liet groeien. Achter Jef ā€˜Bannan’ zijn huis, direct als je onze steeg binnenliep, stond 'onze va' zijn duivenhok.ā€ Mogelijk gaat het hier om Jef Van Haesendonck. Zijn zoon was ook bekend als Staf ā€˜Bannan’; zij verkochten vis. Jef had een gehandicapt handje dat ingepakt was.

Ā 

De drie iets minder oude huisjes van het Peetersstraatje

Ā 

Als je van de Boerenlegerstraat komt, aan de linkerkant, stonden 3 huizen die recenter waren; ze kwamen er in 1880, dus toch ook al zo’n 80 jaar oud. Ook die contouren komen overeen met wat voordien een hoeve was, die van boer Voorspoels. Ze hadden alle drie een heel lange groentetuin tot aan de Terelststraat. Chris Baetens: ā€œHeel dikwijls kregen wij van die mensen heel wat groenten aangeboden. Ons moe kreeg dikwijls tranen in haar ogen door die geste.ā€

Ā 

Peetersstraat 9: het huis van vrolijk Marijke

Ā 

Het eerste huis links met huisnummer 9 werd bewoond door de familie Omer en Reinhilde Thielens. Zij hadden vier kinderen, waaronder Marijke, een verstandig en vrolijk meisje. Twee waren echter minderbegaafd. Reinhilde zelf sukkelde; ze had een klembreuk en kon nauwelijks bewegen.

Chris Baetens: ā€œDaar gingen we veel spelen als de vader niet thuis was. Die man was zeer gewelddadig tegenover zijn vrouw, die niet goed te been was. De politie kwam daar regelmatig langs.ā€

Ā 

Peetersstraat 11: de zwarte kunstschilderes

Ā 

Van de bewoonster van huisnummer 11 zijn enkel vage herinneringen. Het zou gaan om een iets corpulente, kleinere vrouw die wat mankte, door de kleine kinderen van de buren oneerbiedig omschreven als ā€˜heks’. Zij schilderde en was mogelijk ook een kunstschilderes.

Ā 

Peetersstraat 13: de oudgedienden

Ā 

Op huisnummer 13 woonde sinds 1933 de familie Van Roosendael, niet te verwarren met de familie Van Roosenbroek op nummer 1.Ā  Vader Louis Van Roosendael, landbouwer, moeder Angelina Heremans, 5 jongens en een meisje. Van de zes kinderen waren er al twee de deur uit, zoals Wannes, die wat verder in de straat woonde op nummer 7.

Ā 

Ā De familie Van Roosendael met staand Angelina Heremans, dochter Maria en Louis Van Roosendael, gehurkt zoon Charel. Ā (Collectie Chris Baetens)
Ā De familie Van Roosendael met staand Angelina Heremans, dochter Maria en Louis Van Roosendael, gehurkt zoon Charel. Ā (Collectie Chris Baetens)
Louis Van Roosendael met zijn kleinkinderen Valentina, Leopold en Lizette. (Collectie Chris Baetens)
Louis Van Roosendael met zijn kleinkinderen Valentina, Leopold en Lizette. (Collectie Chris Baetens)

De foto’s zijn genomen ter hoogte van nummer 13. De huizen op nummer 11 en 9 zijn ook duidelijk herkenbaar; achteraan loopt het Peetersstraatje. Vooraan op beide foto’s rechts is de aanbouw tegen nummer 13 met het toilet. Tegen de gevel van nummer 11 is de gemeenschappelijke waterpomp.

Jules De Ceuster en Maria Van Roosendael met links achter het duivenkot en rechts de groententuintjes. (Collectie Chris Baetens)
Jules De Ceuster en Maria Van Roosendael met links achter het duivenkot en rechts de groententuintjes. (Collectie Chris Baetens)

De enige dochter, Maria, trouwde met Jules De Ceuster, beiden werkten in een fabriek. Hun zoon, Leopold De Ceuster, herinnert zich nog: ā€œHet huisje was niet voorzien van gas, water en elektriciteit. De woonkamer bestond uit de Leuvense stoof, tafel en zitgelegenheid. Water kwam van de waterpomp tegen de gevel van het huisje wat verder; gas voor kookvuur kwam van een butaanfles. De keuken was piepklein. De kinderen sliepen boven in de ruimte onder het dak, niet altijd even goed afgemaakt; regen durfde al eens door de dakpannen te druppelen. De ouders sliepen beneden op de kellekamer (ook opkamer). Een ruimte boven een berging met een verhoging van zo’n 1 meter waarop een dubbelbed en een kleerkast stond. De wc was naast het huis, buiten in een aanbouwsel.ā€

Leopold: ā€œIk herinner me nog goed het voorval met de kat. Voor de deur lag er op een zekere dag een dode kat. Nonkel Wannes heeft die dan begraven achter het huis, maar dat was niet naar de zin van ā€˜de heks’, die de politie belde. Dat maakte op mij zo’n indruk dat ik dat nooit vergeten benā€.

De familie Van Roosendael met v.l.n.r. Wannes, vader Louis en Charel. Achter hen de betonnen platen die de grens vormden met de tennisterreinen van dokter Arts. (Collectie Chris Baetens)
De familie Van Roosendael met v.l.n.r. Wannes, vader Louis en Charel. Achter hen de betonnen platen die de grens vormden met de tennisterreinen van dokter Arts. (Collectie Chris Baetens)

En zoals vele Edegemnaars werd er met de duiven gespeeld. Het duivenkot van Louis Van Roosendael was tegen de betonnen platen die de grens vormden met de tennisterreinen van dokter Arts.

Ā 

De vriendelijkste kruidenier van Edegem was een beest op het veld

Ā 

Op de hoek van het Peetersstraatje en de Boerenlegerstraat, in wat vandaag nummer 19 is, was het minikruidenierswinkeltje van RenĆ© ā€˜de rosse’ Van Dessel. Een ongelooflijk vriendelijke man (maar een beest op het veld van Edegem Sport, waar hij keeper was). Hij bevoorraadde het Peetersstraatje en creĆ«erde zo een blijvende herinnering bij de nakomelingen.

Ā 

Peter Crombecq, maart 2026

Met dank aan Chris Baetens, Ronny Ceusters, Leopold en Gerd De Ceuster, Guido Everaert, Erik Laforce en alle vrijwilligers van het Historisch Archief.

Ā 

Dit verhaal is een bijdrage aan ā€œEdegems verleden, bewaard voor de toekomstā€ van het Historisch Archief Edegem. Het Historisch Archief is toegewijd aan het behoud van het papieren en digitale geheugen van Edegem. Door het verzamelen, inventariseren en digitaliseren van documenten, boeken, foto’s, tijdschriften, plannen en meer, zorgt het Historisch Archief ervoor dat de geschiedenis van Edegem bewaard blijft voor toekomstige generaties.

Ā 

Disclaimer

Het verhaal is gereconstrueerd op basis van een aantal bronnen. Ik ben me ervan bewust dat nieuwe informatie uit andere bronnen het verhaal kan aanvullen, nuanceren of aanleiding kan geven tot aangepaste inzichten.

Ā 


Referenties


[i] Peter Crombecq, ā€œHet Peetersstraatje: van de kaart geveegd, broeinest van Edegemse geschiedschrijversā€, te raadplegen via https://www.historischarchiefedegem.be/post/het-peetersstraatje-van-de-kaart-geveegd-broeinest-van-edegemse-geschiedschrijvers

[ii] Pierre Hens & Ward Nijs, ā€œEdegem in de verf gezetā€, (Edegem: Gemeentebestuur van Edegem, 2012, p. ā€˜Nol van den Duits, Sterke Jef en de Vijg’

Ā 
Ā 
bottom of page