top of page

Driekoningen

  • Foto van schrijver: Joris Van der Mueren
    Joris Van der Mueren
  • 2 dagen geleden
  • 3 minuten om te lezen

Het was 6 januari.


Bij de meeste mensen was de kerstboom afgebroken en het stalletje netjes in krantenpapier opgeborgen in schoenendozen. Die hadden we genoeg, want veel klanten van onze schoenwinkel lieten hun doos achter. Mijn vader stookte ze op in een groot ijzeren vat naast de winkel. Van het gat in de ozonlaag had niemand gehoord en klimaatmarsen bestonden nog niet.

Dit jaar verkleedden we ons als de drie wijzen uit het Oosten. Ze werden drie koningen genoemd, al wisten we dat het vermoedelijk geen echte koningen waren; dat hadden we op school geleerd.

Normaal zouden we met vier geweest zijn: ƩƩn te veel. Met vier het driekoningenlied zingen zou ons belachelijk maken. Alsof het zo moest zijn en het kindeke Jezus er zich zelf mee gemoeid had, werd een van ons ziek. Een banaal griepje hield hem thuis en mirre, wierook noch goud konden hem overtuigen mee te gaan op onze jaarlijkse tocht langs de Edegemse huizen.

Voor hem pech, voor ons een geluk bij een ongeluk.

Ā 

Zoals altijd waren we te laat met de voorbereiding en de attributen die ons vorig jaar tot echte edelen hadden omgetoverd, waren stuk of verloren. Gelukkig hadden de ouders van een vriend twee rechterhanden. Met restjes stof werden haastig koningspakken gemaakt en op een scheve bezemsteel kwam een ster van goudpapier die begon te draaien aan een koordje. Dat vonden we geweldig; vorig jaar hadden we het nog met een vaste ster moeten doen. Ik was de kleinste en wat mollig en werd daarom aangewezen als de zwarte koning Casper. Een wijnstop, een restant van de afgelopen feesten, werd boven een kaarsvlam zwartgemaakt en na afkoeling smeerde de moeder van mijn vriend mijn gezicht ermee in. Na een halfuur leek ik op een medewerker van de goede Sint.

Vorig jaar had ik schoenblink uit onze winkel gebruikt, tot groot ongenoegen van mijn moeder, die het spul er langs geen kanten uit kreeg. Pas tegen Pasen was mijn gezicht weer normaal. Dit was dus beter.

Ik kreeg een tulband op — een blauwe badhanddoek met wit- en roodgestreepte boorden — die ik herkende van onze gezamenlijke zwemlessen in de NerviĆ«rsstraat. De andere twee kregen kronen van hetzelfde materiaal als de ster, vastgehouden met elastiekjes die hun oren naar voren duwden.

Het deed me denken aan een klasgenoot met enorme flaporen die Dumbo werd genoemd.

Kinderen kunnen hard zijn.

Ā 

Het driekoningenliedje kenden we goed: 'Drie koningen, drie koningen, geef ons een nieuwe hoed…' Een vreemde vraag, want naast kroon of tulband was daar geen plaats meer voor. Snoep of geld hadden we liever gehad, maar het lied was bekend en onze verschijning zou wel indruk maken.

Na een korte keuring door de familie van mijn vriend gingen we op pad.

Ā 

De dag was grijs en de wolken hingen laag. Regen kon elk moment vallen. We begonnen in de oude Elsdonk, onze buurt, waar we de meeste mensen kenden. Zingen aan de deuren was wel een traditie, maar het weer was dreigend en de concurrentie dus niet zo groot. Als niemand opendeed, zouden we zingen: "Groot huis, laag huis, er zit een gierige pin in huis". Bij het eerste huis zagen we licht branden, maar de deur bleef dicht. Toch hielden we onze spot voor ons, want grote helden waren we niet.

Bij het volgende huis hadden we meer geluk. De moeder van een scoutsvriendje gaf ons elk een Koetjesreep. Even verder kregen we een appel, gezond en goed voor de tanden, zei de gever die leek op meester Van Reuzel van het tweede studiejaar. We bedankten beleefd, al stond fruit onderaan ons verlanglijstje. Soms kregen we geld, meestal vijf frank. Dat bracht ons op het idee de Prins Boudewijnlaan over te steken. Daar stonden grote villa’s en woonden de rijke mensen die wel wat konden missen van hun fortuin, zo dachten we. Het bleek een misrekening: hoe groter het huis, hoe kleiner de gift.

Ā 



Uiteindelijk begon het te miezeren.

De wind stak op, de ster draaide onophoudelijk en de kronen zakten scheef. Ook mijn zwarte schmink begon uit te lopen. ā€œJe ziet er niet uit,ā€ zei mijn als Balthazar verklede metgezel.

Ondanks onze nobele bedoelingen waren de weergoden ons niet gunstig gezind.

Uitgeteld en doorweekt dropen we af.

Ā 

Ā 

Ā 

Ā Bovenstaande afbeeldingen zijn AI-gegenereerd op basis van de tekst van het verhaal.

Ā 

Gevonden in het Historisch Archief Edegem

Ā 

Driekoningenparade, georganiseerd door de Boerenbond, in de Terelststraat ...
Driekoningenparade, georganiseerd door de Boerenbond, in de Terelststraat ...
... en in de Boerenlegerstraat. (HAE)
... en in de Boerenlegerstraat. (HAE)

Ā 

Ā 
Ā 
bottom of page