top of page

Fruitkwekerij “De Verbouwde Hoeve”: de familie Nijs en hun sappige verhalen

  • Foto van schrijver: Peter Crombecq
    Peter Crombecq
  • 24 uur geleden
  • 17 minuten om te lezen
Hoeve Nijs (Collectie Steynen)
Hoeve Nijs (Collectie Steynen)

Hoeve Nijs, het centrum van Fruitkwekerij ‘De Verbouwde Hoeve’, hoorde thuis in Bokrijk en de fruitbomen waren geworteld in de Edegemse grond.

Vandaag is de hoeve niet in Bokrijk en de fruitbomen zijn uitgetrokken.

Maar niet in onze herinneringen.

 

Het gehucht De Verbrande Hoeve

 

Een kaart van 1806 van het gehucht ‘De Verbrande Hoeve’, ook ‘De Verbaerde Hoeve’ genoemd, met daarop Hoeve Nijs (12) en de Verbaerde Hoefschen Kerkweg (Sentier 13). (Historisch Archief Edegem)
Een kaart van 1806 van het gehucht ‘De Verbrande Hoeve’, ook ‘De Verbaerde Hoeve’ genoemd, met daarop Hoeve Nijs (12) en de Verbaerde Hoefschen Kerkweg (Sentier 13). (Historisch Archief Edegem)

Een paar eeuwen terug bestond Edegem uit het centrum rond de kerk en een aantal gehuchten, zeg maar een cluster van een paar boerderijen of een kasteel. Zo was er in het noorden van Edegem, aan de grens met Wilrijk, een gehucht genaamd De Verbrande Hoeve (ook Verbaerde Hoeve), een gehucht dat bestond uit zeven boerderijen. De geschiedenis van dit gehucht kan je lezen in 'Het Edegemse gehucht De Verbrande Hoeve, verzwolgen door de tijd'[i],[ii].

De weg die de zeven boerderijen verbond, was Sentier of Zandweg 13, de Verbaerde Hoefschen Kerkweg[iii]. Die liep van het westen helemaal tot het oosten van Edegem om dan naar het zuiden af te buigen en ten oosten van Hof Ter Linden uit te komen via, wat vandaag de Patronaatstraat is, aan de Sint-Antoniuskerk. Zo konden de boeren naar de kerk. Verbaerd is een verbastering van verbeerd; oud-Vlaams voor vergaan. De vergane of verbrande hoeve.

De naam ‘Verbaerde Hoefschen Kerkweg’ zal nog een aantal keer verbasterd worden, zoals Verberdehoeveweg en Verbrandehoevestraat, maar wordt in 1867 een officiële straatnaam: de Verbouwdehoevestraat. Niet meer verbrand dus 😉.

 

De hoeve staat niet op de Ferrariskaart van 1777, maar wel op de kadasterkaart van 1806 (perceel 125). (Geopunt & Historisch Archief Edegem).
De hoeve staat niet op de Ferrariskaart van 1777, maar wel op de kadasterkaart van 1806 (perceel 125). (Geopunt & Historisch Archief Edegem).

De meest westelijke hoeve, in de 19de eeuw afgelegen en moeilijk toegankelijk, zal in de 20ste eeuw erg bekend worden als Hoeve Nijs, Verbouwdehoevestraat 2.

 

De voorgeschiedenis


Op de kadasterkaart van Popp anno 1870 zien we de percelen A10, 11 en 12 staan, de basis van de fruitkwekerij van Nijs. Rechts schuin erboven drie andere hoeven van het gehucht De Verbrande Hoeve. (Geopunt)
Op de kadasterkaart van Popp anno 1870 zien we de percelen A10, 11 en 12 staan, de basis van de fruitkwekerij van Nijs. Rechts schuin erboven drie andere hoeven van het gehucht De Verbrande Hoeve. (Geopunt)

In het bevolkingsregister staat dat Pierre Andries, 62 jaar en landbouwer, zijn vrouw Elisabeth Claessens en drie van hun kinderen ‘alhier wonen 22 jaar’[iv]. Pierre is geboren in 1753 te Rumst en was 40 jaar toen hij in de hoeve ging wonen; wat betekent dat de hoeve reeds bestond in 1793. Na Andries, in de periode 1815-1819, kocht de landbouwersfamilie François Govaerts en Marie Beukelaers de percelen A8 (bouwland), 10 (bouwland), 11 (tuin) en 12 (huis, gebouw en plaats). De familie en hun nakomelingen zullen er blijven tot 1857. Zij verkochten de percelen aan Joannes Baptiste Jacobs, een landbouwer uit Boechout die er nooit woonde. Jacobs verkocht ze later aan de Antwerpse notaris Joannes Franciscus Gellynck. Hij schonk ze 1866 aan de familie Van Dun, ingenieurs en renteniers die woonden in Antwerpen en Elsene (en die bleven eigenaar tot zeker 1914).

 

De landbouwersfamilie Franciscus Janssens en Maria Theresia De Clerck pachtte de boerderij vanaf 1857 en bleef er tot 1880. In 1881 deed Cecilia Josepha Nuyts met haar vier zonen en een dochter haar intrede in de hoeve. Cecilia Josepha was de weduwe van Jan Baptist Mariën en de familie kwam uit Brecht. Die familie en hun nakomelingen bleven er boeren tot 1915. Nadien pachtte de familie Wagemans-Huybrechts de hoeve van 1915 tot 1929.

Aan de percelen 10, 11 en 12 werd in 1871 licht gesleuteld om achter de hoeve een tweede en een klein derde gebouw te kunnen zetten. In 1913 werd er een bijzonder ingrijpend onteigeningsplan goedgekeurd om de verdedigingsgordel rond Antwerpen uit te breiden, de forten te verbinden en die weg te versterken met redoutes. Die verbinding liep midden door de percelen 10 en 11, een enorme ingreep die decennialang zijn sporen zal nalaten.

Het perceel 10 dat doormidden gesneden werd en perceel 11 dat nagenoeg verdween. (Historisch Archief Edegem)
Het perceel 10 dat doormidden gesneden werd en perceel 11 dat nagenoeg verdween. (Historisch Archief Edegem)

Ene Jef Nijs werkte op een boerderij aan de Boomsesteenweg en leerde er juffrouw Stoop kennen, eigenares van de hoeve aan de Verbouwdehoevestraat 2. Die vroeg hem of hij geïnteresseerd was in het pachten van de hoeve. Jef hapte toe en zou er 41 jaar blijven. Overigens de enige woning langs deze kant van de weg. Aan de overkant had je de Dubbelhoeve van Janssens-Dom, huisnummers 1 en 3, en de met water omringde hoeve van Torfs op nummer 5.

In 1948 zijn de ingrepen van 1913 nog altijd duidelijk te zien. Redoute 10 en een stuk van de brede verbindingweg die niet gerealiseerd werd. De Verbouwdehoevestraat, die vertrekt van de Mariënlaan en loopt tot voorbij Hoeve Nijs, is nog duidelijk zichtbaar. De Ingenieur Haesaertslaan was nog niet aangelegd. (Historisch Archief Edegem, orthofoto 1948)
In 1948 zijn de ingrepen van 1913 nog altijd duidelijk te zien. Redoute 10 en een stuk van de brede verbindingweg die niet gerealiseerd werd. De Verbouwdehoevestraat, die vertrekt van de Mariënlaan en loopt tot voorbij Hoeve Nijs, is nog duidelijk zichtbaar. De Ingenieur Haesaertslaan was nog niet aangelegd. (Historisch Archief Edegem, orthofoto 1948)
Een unieke foto van de Verbouwdehoevestraat, getrokken op de plaats van Hoeve Nijs richting Mariënlaan, met rechtsboven de Heilige Familiekerk en links Hoeve Torfs. (Collectie Steynen)
Een unieke foto van de Verbouwdehoevestraat, getrokken op de plaats van Hoeve Nijs richting Mariënlaan, met rechtsboven de Heilige Familiekerk en links Hoeve Torfs. (Collectie Steynen)

Hoeve Nijs


Hoeve Nijs met rechtsboven het bakhuis tegen de paardenstal en een groentetuintje. In de verte de Heilige Familiekerk. (Collectie Steynen)
Hoeve Nijs met rechtsboven het bakhuis tegen de paardenstal en een groentetuintje. In de verte de Heilige Familiekerk. (Collectie Steynen)
Hoeve Nijs was oeroud en doorheen de eeuwen nauwelijks veranderd. (Collectie Steynen)
Hoeve Nijs was oeroud en doorheen de eeuwen nauwelijks veranderd. (Collectie Steynen)
Sinterklaas bij hoeve Nijs, met in beeld de jonge Jef Nijs in de woonkamer. (Collectie Ward Nijs)
Sinterklaas bij hoeve Nijs, met in beeld de jonge Jef Nijs in de woonkamer. (Collectie Ward Nijs)
Hoeve Nijs in een winterlandschap, met rechts de hoeve en links de paardenstal. De zandweg vooraan is de Ingenieur Haesaertslaan. (Collectie Steynen)
Hoeve Nijs in een winterlandschap, met rechts de hoeve en links de paardenstal. De zandweg vooraan is de Ingenieur Haesaertslaan. (Collectie Steynen)

Jos Steynen[v], kleinzoon van Jef Nijs: “De hoeve leek op die van Bokrijk, of misschien beter, ze zou thuishoren in Bokrijk.”; Ward Nijs: “Geen kasten, gedeelde kamers, geen isolatie, de wc stond buiten en het wc-papier waren gazetten.[vi]

Grondplan van het hoevegebouw. (Tekening Jos Steynen) 
Grondplan van het hoevegebouw. (Tekening Jos Steynen) 
Een overzicht van Hoeve Nijs, met rechtsboven de oude inrit vanuit de Verbouwdehoevestraat en onderaan de nieuwe inrit vanuit de Ingenieur Haesaertslaan. (Tekening Jos Steynen)
Een overzicht van Hoeve Nijs, met rechtsboven de oude inrit vanuit de Verbouwdehoevestraat en onderaan de nieuwe inrit vanuit de Ingenieur Haesaertslaan. (Tekening Jos Steynen)
De paardenstal. (Tekening Jos Steynen)
De paardenstal. (Tekening Jos Steynen)

Ward Nijs: “Eigenares juffrouw Stoop kwam met haar meid Anna elk verlof zo’n 14 dagen logeren en zij hadden een appartementje in de paardenstal: Kotje van de juffra.”

 

De paardenstal met kersenboom voor de stal en een appelboom naast de nieuwe oprit aan Ingenieur Haesaertslaan. (Historisch Archief Edegem)
De paardenstal met kersenboom voor de stal en een appelboom naast de nieuwe oprit aan Ingenieur Haesaertslaan. (Historisch Archief Edegem)

Peter Nijs[vii], kleinzoon van Jef: “De merels zongen zich de longen uit het lijf, terwijl een eerste zonnestraal zich door een zomerzwangere ochtendlucht een weg baande naar mijn kindersnuitje. Geen vanzelfsprekendheid, want het getraliede raampje aan de achterkant van de boerderij bood maar een piepkleine opening op de buitenwereld. Ondanks de tijd van het jaar waren de lakens nog steeds doordrongen van een zweem van vochtigheid. De 'opkamer' aan de noordkant op een boerderij was altijd vochtig. De koelte van de onderliggende kelder zorgt voor condensatie van het vocht, maar dat wisten we toen nog niet. Wij, dat waren mijn broer en ikzelf. Samen in de twijfelaar. In de slaapkamer die grensde aan de onze, snurkte mijn grootvader nog even door, tot het rinkelen van de wekker met de groene cijfers die zo mooi oplichtten in het donker, hem ongenadig uit de slaap zou rukken. In tegenstelling tot onze vava begon voor ons de vakantie. Op de zolder, waar mijn vader een extra kamer had getimmerd, lagen mijn ouders 'lepeltje lepeltje' op het onvermijdelijke moment te wachten dat de warme bedstee verlaten moest worden. Het is een van de mooiste en vroegste herinneringen uit mijn prille kindertijd. De vakantie die als een rijpe vrucht wachtte tot we er de eerste hap uit zouden bijten. Onder ons bed stond de po, maar wij noemden die toen altijd 'pispot'. Met het moderne sanitaircomfort kunnen we het ons nog maar moeilijk inbeelden, maar de gebeurlijke geurhinder was een kleine prijs om te betalen als je je daardoor een nachtelijke tocht door het pikdonker kon besparen. Voor de 'grote roep der natuur' gold dan weer wél de stilzwijgende afspraak dat het sop de kolen waard was. Dan werd de voordeur ontgrendeld en sjokten we met een zaklampje naar de achterkant van de schuur, waar de kleinste kamer zich bevond. Bij sneeuwval met rubberen laarzen aan. Het zal wellicht niet verbazen dat we zeer bewust met onze spijsvertering bezig waren... De Leuvense stoof was het centrum van ons universum. Hoewel de zwart-wittelevisie reeds zijn weg gevonden had naar onze woonkamer, werd dat apparaat slechts spaarzaam aangezet. Das hiel slecht veur a oege, hiel den tijd nor da kaske zitte kijke! Wij keken dus naar de roodgloeiende pot van de stoof. We luisterden naar verhalen, warmden onze voorkant en lieten onze achterkant bevriezen.”

 

Fruitkwekerij ‘De Verbouwde Hoeve’ 

Enkel die leden van de familie werden in de genealogie opgenomen die genoemd en/of betrokken zijn bij dit verhaal. (PetCro)
Enkel die leden van de familie werden in de genealogie opgenomen die genoemd en/of betrokken zijn bij dit verhaal. (PetCro)

Jef Nijs en Maria Briers trouwden in Varendonk op 27 december 1922 en kwamen op 4 december 1929 met hun twee kinderen Delphine en Frans naar Edegem. In Edegem kwamen er nog een zoon en een dochter bij: Charel en Leonie.

Links: de familie Nijs, net aangekomen in Edegem met Delphine en Frans; rechts Jef Nijs met zijn buizerd en de familiehond Frits. (Collectie Steynen)
Links: de familie Nijs, net aangekomen in Edegem met Delphine en Frans; rechts Jef Nijs met zijn buizerd en de familiehond Frits. (Collectie Steynen)
Jef Nijs en Maria Briers met rechts onderaan kleinzoon Ward die een nieuwjaarsbrief voorleest. Collectie Steynen en Historisch Archief Edegem)
Jef Nijs en Maria Briers met rechts onderaan kleinzoon Ward die een nieuwjaarsbrief voorleest. Collectie Steynen en Historisch Archief Edegem)

Jef wilde in Edegem een fruitkwekerij opstarten. Met laagstammige fruitbomen. En die groeien traag. Vijf tot tien jaar voor ze volwaardige vruchten afleveren. Wat Jef in de tussentijd gedaan heeft, is niet goed geweten. Hij was een landbouwer, in Edegem ook ingeschreven als hovenier; stak hij hier en daar een handje toe? Of werkte hij een tijd in de mijnen, zoals in de familie de ronde doet?

 

De naam stond vast: Fruitkwekerij ‘De Verbouwde Hoeve’.

Fruitkwekerij ‘De Verbouwde Hoeve’ in volle actie. (Collectie Ward Nijs[viii])
Fruitkwekerij ‘De Verbouwde Hoeve’ in volle actie. (Collectie Ward Nijs[viii])

(Historisch Archief Edegem)
(Historisch Archief Edegem)

Feit is dat op het gesplitste perceel, waar de verbindingsroute tussen redoute 10 en 11 liep, en vandaag de Ingenieur Haesaertslaan loopt, boven en onder twee fruitgaarden tot ontplooiing kwamen, door de familie genoemd de Kleine Hof en de Grote Hof. En ze wonnen er ook prijzen mee, onder meer de Groote Gouden Medalie.

 

 

Frans en Charel waren voorbestemd om in het bedrijf te werken. En dat zouden ze ook doen zolang ze konden. Frans trouwde in 1957 met Maria Van den Bergh en zij verhuisden naar de Kontichstraat. Charel huwde Jeanne Bettens en zij bleven op de hoeve wonen. Ward Nijs: “Het was Anna, de meid van juffrouw Stoop, die mijn vader Charel koppelde aan een meisje uit haar vriendenkring, mijn moeder Jeanne Bettens. Van het één kwam het ander en zo ontstond een gelukkige familie.”

 

Ward Nijs: “Toen ze op den Elsdonk aankwamen, hebben ze keihard gewerkt, hé. Om de grond tussen de bomen wat los te maken, deden ze dat met een ploeg die ze zelf trokken. En den hof omspaaien deden ze met de schup; ze hadden allemaal vierkante vingers, die waren naar de schup gezet. Jef was een sterk en pezig bazeke; als hij met zijn zonen een haksteel in de grond sloeg, was die een halve meter dieper dan die van zijn zonen. Jef had ook geen schrik; zo stond hij eens op zijn handen op het dak van de hoeve. En als er ook maar een merel op zijn flippen ging zitten, knalde hij die er gewoon af.”

 

Peter Nijs[ix]: “Vooral in de nazomer en het herfstseizoen kwam de boerderij tot leven. In de tijd dat mijn grootvader er actief was (1929-1970), vormde de hoeve het centrum van een fruitbedrijf. En dat zouden we geweten hebben. Hoewel mijn broer en ikzelf niet – zoals mijn vader – op de leeftijd van 14 jaar de school moesten verlaten om fulltime fruitkweker te worden, bleven ook wij niet gespaard van enige noeste arbeid in de boomgaard. De maanden september en oktober betekenden voor ons niet voornamelijk de start van een nieuw schooljaar, maar vooral het binnenhalen van de fruitoogst. Onze activiteiten voor de weekenden lagen vooraf vast. Plukken, gazetten in de fruitkorven leggen (zodat het fruit niet 'gekwetst' werd) en afgevallen appels oprapen, want ook die werden nog als stooffruit verkocht!”.


Links ligt in 1948 boven de verbindingsweg tussen de redoutes 10 en 11 de Kleine Hof en eronder de Grote Hof; rechts in 1971 is op de verbindingsweg de Ingenieur Haesaertslaan aangelegd en het zuidelijke stuk ervan verkaveld. (Historisch Archief Edegem & Geopunt)
Links ligt in 1948 boven de verbindingsweg tussen de redoutes 10 en 11 de Kleine Hof en eronder de Grote Hof; rechts in 1971 is op de verbindingsweg de Ingenieur Haesaertslaan aangelegd en het zuidelijke stuk ervan verkaveld. (Historisch Archief Edegem & Geopunt)

Er werden allerlei fruitsoorten gekweekt, waaronder appelen, peren, pruimen, stekebezen, kersen en krieken. Ook vergeten soorten zoals rubens-, winterbanaan- en edison-appels, maar ook kanonballen en schudderkens. Charel Nijs[x]: “Kanonballen zijn niets anders dan kweeperen. In de volksmond wordt gezegd dat ze een jaar na de oogst nog zo hard zijn dat je er een paard mee kunt doodslaan. Dat is uiteraard sterk overdreven, maar alleen gestoofd zijn ze eetbaar. Ze staan dan als 'warme kanonballen' op het menu, vandaar de bijnaam van de peer. Charel Nijs sprak ook van 'schudderkens'. Als er eens goed met de boom werd geschud, vielen de pruimpjes er vanzelf uit.” Ondergetekende kent de kanonballen ook zeer goed. De toenmalige Adriaan Willaertstraat eindigde aan de beukenhaag die de Grote Hof omringde en hier en daar kon je door de haag een peer bemachtigen. Je deed dat één keer, want je tanden braken erop af 😄.

 


Een kunstwerkje van Maria Briers. (Collectie Steynen)
Een kunstwerkje van Maria Briers. (Collectie Steynen)

De twee dochters, Delphine en Leonia, waren minder betrokken bij de fruitkwekerij.

Zij trouwden respectievelijk met Frans Steynen, bediende bij Gevaert, en Lucien Backx, kleermaker. Beide gezinnen waren overburen in de Garden City-wijk. Frans Steynen was in het gemeenschapsleven erg actief en stond bekend als ‘Klein Franske’, omdat hij … erg groot was. Lucien was als kleermaker ook bekend, zelfs beroemd, tot in Oekraïne, waar hij voor notabelen kostuums mocht ontwerpen. Het minder betrokken zijn betekende niet dat dit ook voor hun kinderen gold. Jos Steynen was het eerste kleinkind van Jef en Maria en was van de hoeve niet weg te slaan.

Fox Frits en zijn kattenvriendje op wacht voor Hoeve Nijs. (Collectie Ward Nijs)
Fox Frits en zijn kattenvriendje op wacht voor Hoeve Nijs. (Collectie Ward Nijs)

Ward Nijs & Jos Steynen: “Frits, de fox van Jef en Maria, was de vedette van de hoeve. Hij speelde steeds met de haan; ze kropen afwisselend op elkaars rug en liepen zo het erf over en weer. Tot ook kleinzoon Jos er kwam rondsnuisteren. Frits, de hond, was niet meer alleen de vedette en werd jaloers.  Toen Jos amper twee jaar was, heeft de Frits hem gebeten.  Vava Jef heeft toen zijn geweer gepakt en ermee op de hond geschoten, maar ernaast.  De hond heeft zich enkele weken niet meer laten zien, maar is dan teruggekomen. Sindsdien waren Jos en de hond onafscheidelijk. Dat werd de hond ook fataal.  Toen op een dag Jos, een jaar of zes inmiddels, samen met zijn tante Jeanne naar de Welvaart ging, een kruidenierszaak aan de overkant van de Prins Boudewijnlaan – hoek d’Heldtlaan, maakte Jos de hond duidelijk dat hij niet mee kon.  De hond bleef braaf achter.  Maar toen Jos en zijn tante hun inkopen al bijna gedaan hadden, hoorden ze plots gierende banden en een doffe slag. Toen ze terug buiten waren, lag de Frits langs de kant van de Prins Boudewijnlaan.  Hij was toch achterna gekomen en werd aangereden door een auto.  Hij leefde nog, maar de volgende ochtend was hij, zonder een spoor na te laten, vertrokken naar de hondenhemel. Er kwam geen hond meer in de familie; het verdriet was te groot.”

 

De verkavelingen

 

Toen duidelijker werd dat de gronden met de hoeve, de Kleine Hof en de Grote Hof verkaveld zouden worden, kocht de familie in de jaren 50 vier percelen grond (159-160-161-192) aan de Willem Kerricxstraat in Kattenbroeken (in 1986 werd het deel met huisnummers onder 60 hernoemd als Heihoefseweg 1 tot 30, wat ook de oude oorspronkelijke naam was). Er werden in 1955 en 1956 laagstammige fruitbomen aangeplant die in de jaren 60 tot volle ontplooiing kwamen. Frans Nijs en Maria Van den Bergh bouwden een huis op de gronden in de Willem Kerricxstraat (vandaag Heihoefseweg 18) en verhuisden in 1959. Later zou ook zijn broer Charel met Jeanne Bettens dat doen, op de Heihoefseweg 20.

De zuidelijke percelen van Fruitkwekerij De Verbouwde Hoeve aan Kattenbroeken anno 1870 en 1971 (Heihoefseweg 18 tot en met Willem Kerricxstraat 74 & Hubert Willemsstraat voorbij nummer 2 over de school). (Geopunt)
De zuidelijke percelen van Fruitkwekerij De Verbouwde Hoeve aan Kattenbroeken anno 1870 en 1971 (Heihoefseweg 18 tot en met Willem Kerricxstraat 74 & Hubert Willemsstraat voorbij nummer 2 over de school). (Geopunt)

De nieuwe fruitgaarden werden de Nieuwe Hof (de aaneensluitende percelen 159-160-161) en de Plek (perceel 192) genoemd. Het grote gebouw achter het huis van Frans, waar de machines en de fruitvoorraden werden bewaard, heette ’t Kot.

In De Nieuwe Hof en de Plek werden er enkel appelen en peren gekweekt.  In het begin stonden er tussen de perenbomen enkele rijen stekelbessen.

De ingang van de Plek (perceel 192) aan de Heihoefseweg richting Prins Boudewijnlaan. (Historisch Archief Edegem)
De ingang van de Plek (perceel 192) aan de Heihoefseweg richting Prins Boudewijnlaan. (Historisch Archief Edegem)

De broers Nijs, met Frans links en Charel rechts. (Collectie Steynen)
De broers Nijs, met Frans links en Charel rechts. (Collectie Steynen)

Het oogstfeest was het hoogtepunt van het seizoen.

Met de vaste ploeg werd het einde van het seizoen gevierd. Er werden dan karikaturen van plukkers gemaakt en grappige verhalen verteld. Pannenkoeken konden vanzelfsprekend niet ontbreken. Maar er werd ook wijn gemaakt, van appels of stekelbessen bijvoorbeeld. Het fruitsap werd in dame-jeannes opgeslagen; dat begon spontaan te gisten. Wat geduld, filteren en je had een wijn van soms wel 19°. Die werd op flessen getrokken en geopend op het oogstfeest. De verhalen die zich nadien afspeelden, zijn niet voor publicatie vatbaar 😄.

 


Het einde van Hoeve Nijs

 

De evolutie verkaveling percelen 10-11-12 tussen 1970 en 1979. De Kleine en Grote Hof zijn in die periode volledig verdwenen. (Geopunt)
De evolutie verkaveling percelen 10-11-12 tussen 1970 en 1979. De Kleine en Grote Hof zijn in die periode volledig verdwenen. (Geopunt)

De verkavelingen van de percelen 10-11-12 gebeurden in een snel tempo. De Ingenieur Haesaertslaan werd in 1958 aangelegd op de verbindingsweg tussen de twee redoutes 10 en 11 en er werd verkaveld aan de zuidkant. Kort daarop, in 1959, werd de Valentina Le Delierstraat aangelegd (door de oudere bewoners onder ons nog altijd uitgesproken als Valentina Ledelierstraat (met lange ee), zoals ze oorspronkelijk ook heette), die uitkwam in de Ingenieur Haesaertslaan, recht tegenover Hoeve Nijs. Op dat moment waren de twee fruitgaarden nog intact. In 1970 werd de beslissing genomen om de straat Varenblok aan te leggen[xi], dwars door de Grote Hof. Wat volgde was een verkaveling van de aangrenzende gronden, waardoor de Grote Hof volledig verdween. De Kleine Hof was intussen ook al voor de helft verkaveld en die verkaveling schoof op richting de hoeve. In 1970 werd de hoeve verlaten en verhuisden de twee families. Jef Nijs en Maria Briers trokken in bij zoon Frans, die in de Heihoefseweg 18 woonde, zoon Charel Nijs en Jeanne Bettens ernaast, in nummer 20. Hoeve Nijs en het restant van de boomgaard werd door eigenaar Pierre Paul Stoop verkocht aan de gemeente, die er een verkeerspleintje voor de jeugd van maakte[xii]. Later werd ook dat verkaveld.

Jef Nijs overleed op 22 november 1972, Maria Briers op 12 juni 1980.

Hoeve Nijs stond op wat anno 2026 Ingenieur Haesaertslaan 39 en 41 (grasland) is en de Kleine Hof liep door tot huisnummer 59.

De evolutie van de verkaveling op de percelen 159-160-161 & 192 tussen 1970 en 1979. De Nieuwe Hof verdwijnt stilaan door verkavelingen; De Plek is nog intact. (Geopunt)
De evolutie van de verkaveling op de percelen 159-160-161 & 192 tussen 1970 en 1979. De Nieuwe Hof verdwijnt stilaan door verkavelingen; De Plek is nog intact. (Geopunt)

De verkaveling sloeg ook toe op Kattenbroeken. In 1971 waren de fruitkwekerijen er nog volledig operationeel. Tussen 1971 en 1979 werden de percelen 159-160-161 tegen de Willem Kerricxstraat/Heihoefseweg verkaveld. Ook aan de zuidkant van de percelen verschijnen de eerste sportfaciliteiten, zoals voetbalvelden. De Nieuwe Hof verdween zo stilaan. Frans en Charel werden ook wat ouder; in 1987 werd de fruitkwekerij uiteindelijk stopgezet; er was geen opvolging.

 

En zo kwam een einde aan Fruitkwekerij “De Verbouwde Hoeve” van de familie Nijs, gevierd en alom bekend.

Frans en Charel bleven met hun gezin in hun huizen aan de Heihoefseweg 18 en 20 wonen en Charel plantte zelfs nog een reeks fruitbomen.

De woning van het gezin van Frans en zijn ouders Jef Nijs en Maria Briers aan de Heihoefseweg 18 met achteraan ’t Kot. Ernaast stond het huis van Charel Nijs op nummer 20. Naast nummer 20 waren er in 2009 nog altijd fruitbomen. (GoogleMaps, foto’s van april 2009)
De woning van het gezin van Frans en zijn ouders Jef Nijs en Maria Briers aan de Heihoefseweg 18 met achteraan ’t Kot. Ernaast stond het huis van Charel Nijs op nummer 20. Naast nummer 20 waren er in 2009 nog altijd fruitbomen. (GoogleMaps, foto’s van april 2009)

Herinneringen van de kleinkinderen

 

Hilde en Jos Steynen vertellen:[xiii]

  • De fruitgaarden waren omringd met een beukenhaag; die werd afgedaan met een zeis, niet met een haagschaar, hé. Jos knipte dan de bovenkant op een rollende ton voor 100 frank per week.

  • In onze Bokrijkse hoeve was gewoon alles oud, behalve dat dozeke op de kast. Vava had suikerziekte en moest pillen nemen uit een oranje dozeke; een absolute anomalie in de hoeve.

  • Hij kon ook zijn Kempense afkomst niet verbergen; als hij vloekte was het: ‘Nondedjaal’. Gevolgd door bv.: ‘Bediéme moeten we helaan gaan doen.’ Vrij vertaald:  ‘Verdorie, seffens moeten we stevig voortdoen.’

  • De kleinkinderen kregen voor het plukken van stekelbessen (een stekelige bedoening) 0,5 fr de kilo en gingen soms na uren plukken met 7,5 fr naar huis.

  • Van overschot van krieken of stekelbessen werd wijn gemaakt.  Om het persen van de vruchten wat vooruit te laten gaan, had men er niet beter op gevonden om een keer, bij wijze van experiment, het sap van de pulp te scheiden door middel van een droogzwierder waar men kleren mee droogt.  Charel zat op zijn hurken met een aarden kom klaar om het sap op te vangen en Frans goot het fruit van boven in de droogzwierder.  Die raakte natuurlijk uit balans en vloog buitelend door de ruimte.  De aarden kom werd geraakt door de zwierder, spatte uit elkaar en sneed pezen van de hand van Charel door, met een ziekenhuisopname als gevolg.  Daar kreeg hij tot overmaat levensbedreigende klem (tetanus).

  • Dat jaar geen stekebezewijn.

  • Maar er werd ook andere wijn gemaakt, van appels bijvoorbeeld. Appelsap werd in dame-jeannes opgeslagen; die begon spontaan te gisten. Wat geduld, filteren en je had een wijn van soms wel 19°. Die werd op flessen getrokken en geopend op het oogstfeest.

  • Op zomerse zondagavonden gebeurde het dat Charel zijn akkordeon bovenhaalde, hij was een verdienstelijke speler.   Hij zette zich op een stoel aan het houtkot en begon Franse musettes te spelen.  Er kwam soms ook een trommel en ‘grosse caisse’ aan te pas. Wie zich geroepen voelde kon daarmee aan de slag.   Al spoedig kwamen de eerste buren opdagen die mee kwamen genieten van de muziek, de mensen en de omgeving.  Dat gebeurde allemaal spontaan.

 

Peter Nijs kijkt terug op weekends wanneer hij als kind meehielp in de oogst[xiv]:

  • Achteraf bekeken waren sommige van die oogstweekends wel echt genieten. De zon op je gezicht, plukkers die - als bijen in de bloesemtijd - van boom naar boom snorden om het gerijpte fruit te plukken. Alles onder het motto van ons moeder: 'Zwijgt en doe vuurs!’ Peters moeder Jeanne Bettens heeft haar Waaslandse herkomst nooit verloochend.

  • Elkaar bekogelen met 'snot in een velleke'. Zo noemden we een aan de boom gerotte Doyenné du Commice, een peer met een schil die intact bleef zelfs wanneer het vruchtvlees reeds in een bruine smurrie veranderd was. Voorzichtig van de boom gehaald, werd het een molotovcocktail 'Elsdonkstyle'. We waren ware meesters in het gericht werpen ervan. Met een vloeiende beweging en in een grote boog. Ze kwam dan van zeer hoog en liefst vanuit de zon op je toegevlogen. Ontsnappen onmogelijk en de gevolgen niet te overzien... Nadien werd er dan smakelijk gelachen. Geen onderling gezever, noch verzekeringen die aangesproken dienden te worden.

  • Boven al het levendige gekwetter uit, altijd de rinkelende stem van ons vader. Honderden verhalen te vertellen, zonder uitzondering met een humoristische noot. Een levenskunstenaar in de ware zin van het woord. Het leven was eenvoudig.”

 

Ward Nijs herinnert zich ook nog:”[xv]

  • Sommige oorlogsverhalen overleven: “In WO I reed overgrootvader Nijs met Jef als tiener het erf af, op de vlucht voor de Duitsers. Maar zij botsten op 2 Duitse lansiers te paard. De angst bleek ongegrond; na een gesprek met de Duitsers mochten ze terugkeren naar de boerderij. In WO II botste hij, bij het verlaten van het erf, opnieuw op 2 Duitsers, ditmaal op een zijspanmotor. Zijn angst was opnieuw ongegrond; hij mocht terugkeren naar de boerderij. Een toevalligheid die in het geheugen is blijven hangen. In WO II betrapten ze ook een dief die door Jef werd vastgegrepen, terwijl de familie de toen Duitse politie verwittigde. De dief bleek een Duitser te zijn die, naar men zei, als straf naar het Oostfront werd gestuurd.”

Zoon Ward tekende zijn vader voor het boek 'Edegem in de verf gezet’[xvi].
Zoon Ward tekende zijn vader voor het boek 'Edegem in de verf gezet’[xvi].
  • Charel Nijs was ook erg handig met zijn handen; zo kon hij van gerecycleerde materialen een "oldtimer"-gokart maken voor zijn kinderen, waar ze vandaag, 60 jaar later, nog altijd over spreken. En hij was ook erg handig in het maken van maquettes, vooral kersttaferelen.

  • Charel heeft veel pech gehad. Na zijn ongeval met de droogzwierder recupereerde hij gelukkig van ’t klem dat er een gevolg van was. Jaren later had hij een ernstig ongeval met een ladder; die schoof open en hij viel, wat resulteerde in een open beenbreuk. Een product gebruikt tijdens de operatie veroorzaakte astma, wat leidde tot jarenlang cortisonegebruik. Dit resulteerde in diabetes en uiteindelijk de amputatie van het been. Ondanks alles bleef hij optimistisch. De dokters vertelden dat zijn wil om te leven hem vele jaren extra opgebracht heeft. Charel was een goeie mens en een levenskunstenaar; zou zijn zoon Ward later vertellen.

 

Hoeve Nijs was de allerlaatste overgebleven hoeve van gehucht De Verbrande Hoeve en het allerlaatste overgebleven huis van de Verbouwdehoevestraat. Beide werden verzwolgen door verkavelingen.

Zijn fruitgaard zal nog wel een tijdje in het geheugen van veel Edegemnaars blijven hangen en zijn afstammelingen zullen het nog wel een tijdje levendig houden.

Ook wij van het historisch archief.

 

Epiloog

 

Op een sombere dag in november van het jaar 1970 waren de families samen in Hoeve Nijs, waar ze 41 jaar leefden. Toen vertrokken ze een voor een naar huis, een ander huis. Jef Nijs draaide, en dat voor de allereerste keer, de altijd gastvrije open deur op slot. Kleinzoon Jos, verstopt achter de kersenboom, zag het als enige gebeuren. Wat moet er zich in het hoofd van vava hebben afgespeeld?

Als het vandaag nog in het hoofd van Jos zit …

 

Peter Crombecq, juni 2026

Met dank aan Hilde en Jos Steynen, Luc, Peter en Ward Nijs, Erik Laforce en alle vrijwilligers van het Historisch Archief.

 

Dit verhaal is een bijdrage aan “Edegems verleden, bewaard voor de toekomst” van het Historisch Archief Edegem. Het Historisch Archief is toegewijd aan het behoud van het papieren en digitale geheugen van Edegem. Door het verzamelen, inventariseren en digitaliseren van documenten, boeken, foto’s, tijdschriften, plannen en meer, zorgt het Historisch Archief ervoor dat de geschiedenis van Edegem bewaard blijft voor toekomstige generaties.

 

Disclaimer

Het verhaal is gereconstrueerd op basis van een aantal bronnen. Ik ben me ervan bewust dat nieuwe informatie uit andere bronnen het verhaal kan aanvullen, nuanceren of aanleiding kan geven tot aangepaste inzichten.



Referenties


[i] Historisch Archief Edegem, Peter Crombecq, “Het Edegemse gehucht De Verbrande Hoeve, verzwolgen door de tijd”, te raadplegen via https://www.historischarchiefedegem.be/post/het-edegemse-gehucht-de-verbrande-hoeve-verzwolgen-door-de-tijd

[ii] Historisch Archief Edegem, Peter Crombecq, “Waar spookte Manke Lies?”, te raadplegen via https://www.historischarchiefedegem.be/post/waar-spookte-manke-lies

[iii] Historisch Archief Edegem, “Tableau général des Communications vicinales”

[iv] Belangrijke bronnen zijn de parochieregisters, de akten van de burgerlijke stand en de bevolkingsregisters.

[v] Interview met Jos Steynen op 4 maart 2026

[vi] Interview met Ward Nijs op 18 maart 2026

[vii] Pierre Hens & André Mens, “Edegem, dat boerendorp van toen … “, Boek 1, (Edegem: Davidsfonds, 2013), pp. 163-164

[viii] Ward Nijs & Pierre Hens, “Edegem in de verf gezet”, (Edegem: Gemeente Edegem, 2012), ‘Een appeltje voor de dorst’

[ix] Pierre Hens & André Mens, “Edegem, dat boerendorp van toen … “, Boek 1, o.c., pp. 163-164

[x] Ward Nijs & Pierre Hens, “Edegem in de verf gezet”, o.c., ‘Van Turkse mutsen en warme kanonballen’

[xi] Pierre Hens, “Edegem in alle straten”, (Edegem: Davidsfonds, 2022), p. 294

[xii] Historisch Archief Edegem, Gemeenteverslag commissie Edegem, vergadering 6 juli 1970, punt 2, aankoop grond voor recreatiegebied.

[xiii] Interview met Hilde & Jos Steynen op 25 februari 2026

[xiv] Pierre Hens & André Mens, “Edegem, dat boerendorp van toen … “, Boek 1, o.c., p. 164

[xv] Interview met Ward Nijs op 18 maart 2026

[xvi] Ward Nijs & Pierre Hens, “Edegem in de verf gezet”, o.c., ‘Van Turkse mutsen en warme kanonballen

Opmerkingen


bottom of page